Maak de aantekeningen van de les over het tijdvak wereldoorlogen af.
Slide 2 - Tekstslide
Wanneer vond de Eerste Wereldoorlog plaats?
A
1910-1914
B
1914-1918
C
1914-1920
D
1940-1945
Slide 3 - Quizvraag
Hoe stond de Eerste Wereldoorlog ook wel bekend? (2 antw.)
A
de Loopgravenoorlog
B
De koude oorlog
C
de hete oorlog
D
de grote oorlog
Slide 4 - Quizvraag
Wat zie je op de afbeelding?
A
Gevolg van de Eerste Wereldoorlog
B
Het begin van de Eerste Wereldoorlog
Slide 5 - Quizvraag
De Eerste Wereldoorlog duurde:
A
2 jaar
B
4 jaar
C
20 jaar
D
10 jaar
Slide 6 - Quizvraag
Het bondgenootschap van de Geallieerden tijdens de Eerste Wereldoorlog bestond uit
A
Rusland, Engeland en Frankrijk.
B
Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.
C
Duitsland en Rusland
D
Rusland, Frankrijk en Italië
Slide 7 - Quizvraag
Waar werd de vrede na de Eerste Wereldoorlog gesloten?
A
Versailles
B
Amsterdam
C
Londen
D
Berlijn
Slide 8 - Quizvraag
Welke straffen kreeg Duitsland na de Eerste Wereldoorlog?
A
Ze moesten grondgebied inleveren.
B
Ze mochten niet meer naar andere landen reizen.
C
Ze mochten alleen nog maar werken als arbeiders
D
Ze mochten maar een klein leger hebben en moesten betalen voor de schade
Slide 9 - Quizvraag
Hoe begon de Tweede Wereldoorlog?
1933: Hitler werd dictator
--> ging bondgenootschap aan met Polen, Italië en Japan
1938: Hitler nam de macht in Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije
Slide 10 - Tekstslide
1939: Hitler viel Polen binnen --> Frankrijk en Engeland verklaarden de oorlog --> 2e wereldoorlog is begonnen
1940: Hitler veroverde België, Frankrijk, Nederland 1941: Hitler viel Rusland binnen
Slide 11 - Tekstslide
Rol van Nederland
-1e wereldoorlog: Neutraal -2e wereldoorlog: wilde neutraal blijven, niet gelukt
10 mei 1940: -Duitsland wilde Den Haag aanvallen: 3 dagen gevochten. -14 mei: bombardement op Rotterdam -Nederland geeft zich over, koningin Wilhelmina vlucht naar Engeland
Slide 12 - Tekstslide
Tijdlijn
1938: Duitsland bezet Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije 1939: Duitsland bezet Polen 1939: Frankrijk en Engeland verklaren oorlog: Begin WOII 1940: Duitsland verovert Nederland, België en Frankrijk
1941: Duitsland valt Rusland binnen
Slide 13 - Tekstslide
Hoe ziet dit eruit voor Nederland?
1940/1941: Jodenverklaring tekenen *niet meer werken *niet naar school * niet in parken of theaters
1942: Jodenster dragen 1942: Alle Joden naar concentratiekampen *Ook alle homo's/ Jehova's/ gehandicapten * Eerst werken, later allemaal dood
--> 6 miljoen Joden stierven
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
Slide 16 - Tekstslide
Gewone Nederlandse burgers
-Voor de meeste mensen veranderde er eerst niet veel -alle politieke partijen verboden behalve NSB --> koos kant Duitsland -avondklok -weinig eten: voedselbonnen 1943: mannen moesten naar Duitsland om te werken
Melkprotest: melk geven aan Duitsland --> boeren weigerden dit --> gevolg: kamp Westerbork
Werken in Duitsland --> Niet alle mannen wilden dit --> gevolg: onderduiken
Slide 19 - Tekstslide
D-Day: 6 juni 1944
200.000 soldaten kwamen Normandië binnen in Frankrijk --> Amerikaanse, Canadese, Engelse soldaten filmpje
-->Het begin van het eind
Slide 20 - Tekstslide
Werk je aantekeningen over
tijdvak 9 bij.
Slide 21 - Tekstslide
Tijdvak 10 televisie en computer
In Europa werden afspraken gemaakt om te voorkomen dat er weer oorlog zou komen.
Veel mensen kregen weer werk en werden rijker.
Ook kregen kolonies hun vrijheid terug.
Slide 22 - Tekstslide
Belangrijke gebeurtenissen
Mensen wilden geen oorlog meer --> VN opgericht in 1945
Watersnoodramp 1953. Daarna deltawerken
Europese landen wilden meer samenwerken --> EU opgericht in 1993
Suriname en Nederlands Indië onafhankelijk in dit tijdvak.
Veel werk in Nederland, blij met immigratie --> een multiculturele samenleving
Slide 23 - Tekstslide
Slide 24 - Video
Wat hoort bij elkaar?
Je verdient je eigen geld. Je beslist zelf wat je ermee doet
Al het geld gaat naar de staat. Iedereen is gelijk
Kapitalisme
Communisme
Slide 25 - Sleepvraag
Wat betekent een koude oorlog?
Slide 26 - Open vraag
Slide 27 - Video
Wanneer was de Watersnoodramp?
A
1945
B
1953
C
1958
D
1967
Slide 28 - Quizvraag
Wat betekent dekolonisatie?
Slide 29 - Open vraag
Wat betekent immigratie?
Slide 30 - Open vraag
Oefen met een tijdvak
Slide 31 - Tekstslide
Aan de slag!
Slide 32 - Tekstslide
Schoolopdracht
* Maak alle aantekeningen van alle tijdvakken af
Misschien heb je iets gemist omdat je ziek was, de doorstroom toets had, of heb je iets gewoon nog niet helemaal af door tijdgebrek. Werk alles bij.
* Maak een plan
Ontwerp een (papieren) tijdbalk met daarin informatie over de tien tijdvakken.
Maak een schets hoe de tijdbalk eruit komt te zien.
Je mag tijdens deze opdracht samenwerken. Wees zo creatief als jullie zelf willen, maar zorg ervoor dat de uitvoering van jullie plan binnen twee lessen haalbaar is.
Tijdens de volgende les, na de vakantie, beginnen we met de tijdbalk.