Les 4: Dienstensector

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 4: De dienstensector

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie in het bakkie
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: je werkboek, leerboek, JDW-map, etui 
timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Waar ging de vorige les over?

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Nederlandse industrie

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen zware en lichte industrie? 

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waarom ligt de zware industrie vaak dichtbij havens? 

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Les 4: Dienstensector

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
Aan het einde van de les....
1. kun je uitleggen wat de dienstensector inhoudt (T1);
2. ken je een aantal beroepen uit de dienstensector (R); 

Slide 11 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Lesplanning
  • Zelfstandig lezen en werken aan de begrippen
  • Klassikale uitleg
  • Aan de slag met opdrachten uit het boek
  • Afsluiting

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

       Inleiding
Deze les gaan we de laatste beroepssector bespreken:
De dienstensector, dit is de sector waar de meeste mensen in Nederland in werken. We leren wat deze sector inhoudt en welke beroepen hierbij horen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag
  • Zelfstandig lezen van de tekst op bladzijde 12 en 13 in je leerboek;
  • Markeer de woorden die jij belangrijk vindt;
  • Markeer de woorden die jij nog niet kent;



  • Klaar: schrijf een samenvatting van deze paragraaf en gebruik alle begrippen

Slide 14 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie
De dienstensector is een term uit de economie en betekent dat mensen geld verdienen met het aanbieden van diensten.

Er zijn verschillende diensten die je kunt verlenen. Bijvoorbeeld een loodgieter die iets repareert, een dokter die een patiënt helpt, een leraar die een leerling opleidt, de politie die de buurt in de gaten houdt.

Verschil met de industrie is de dienstensector geen producten maakt die je beet kunt pakken.

Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie
De meeste mensen in Nederland werken in de dienstensector.
Er zijn veel verschillen in deze sector.

De dienstensector is zo groot omdat:
  • de andere sectoren kleiner zijn geworden;
  • sommige diensten zijn meer nodig dan vroeger;
  • nieuwe diensten die eerder nog niet bestonden;


Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Welke beroepen herken je?

Slide 17 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Voorbeelden
De grootste werkgevers van Nederland

Slide 18 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Instructie
Kenmerken van voorzieningen:

  • wel of geen baliefunctie
  • dagelijks bezoeken of gespecialiseerd
  • commercieel of niet-commercieel

Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie
De kenmerken van voorzieningen bepalen waar ze gevestigd zijn

  • Dagelijkse voorzieningen met een baliefunctie meer mensen = meer voorzieningen (bijv. een school of supermarkt) 
  • Specialistische voorzieningen zijn vaak bij elkaar gevestigd (meubelzaken)
  • Voorzieningen zonder baliefunctie: rondom grote wegen of stations, want de klant is geen belangrijke vestigingsreden (= reden om je ergens te vestigen)







Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag
  • Maken opdrachten 2, 3 en 5 in je werkboek op bladzijde 13
  • Gebruik hierbij je leerboek bladzijde 12 en 13

  • Klaar: maak opdracht 1 en 4 in je werkboek

Slide 22 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting
Aan het einde van de les....
1. kun je uitleggen wat de dienstensector inhoudt (T1);
2. ken je een aantal beroepen uit de dienstensector (R); 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat heb je geleerd deze les?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke beroepen horen bij de dienstensector?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is het verschil tussen commercieel en niet-commercieel?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke beroepen hebben een baliefunctie en welke niet? 

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

           Begrippen
           uit deze les
  • Tertiaire sector
  • Specialisatie
  • Mechanisatie
  • Meubelboulevard
  • Commerciële voorzieningen
  • Baliefunctie
  • Bedrijventerrein

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Welk beroep in de dienstensector zou jij graag willen uitoefenen?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies