cross

Het schoolvak Nederlands

Lesdoel
Je weet wat de verschillende onderdelen zijn die bij het schoolvak Nederlands worden behandeld!
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Lesdoel
Je weet wat de verschillende onderdelen zijn die bij het schoolvak Nederlands worden behandeld!

Slide 1 - Tekstslide

Onderdelen bij het
schoolvak Nederlands?

Slide 2 - Woordweb

Lezen (leesvaardigheid)
Je leert hoe de structuur van teksten in elkaar zit en deze handvatten helpen je een tekst beter te begrijpen.

Slide 3 - Tekstslide

Het onderwerp van de tekst kun je vinden in...
A
de inleiding van de tekst
B
het middenstuk van de tekst
C
het slot van de tekst
D
alle drie

Slide 4 - Quizvraag

Sleep het juiste verband naar het juiste signaalwoord.
zoals
maar
vroeger
daarnaast
Chronologisch verband
Opsommend verband
Tegenstellend verband
Toelichtend verband

Slide 5 - Sleepvraag

Schrijven
Verschillende keren per jaar moet je een schrijfopdracht maken. Dat kan van alles zijn: een brief, een recensie, een betoog, een handleiding.
We doen in de eerste klas ook mee met Klassenpost!

Slide 6 - Tekstslide

Spreken en luisteren
Elk jaar houd je een of twee spreekbeurten over een boek of een project.

Slide 7 - Tekstslide

Grammatica

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het onderwerp in deze zin:

Aan de ijverige leerlingen gaven de docenten heel veel complimentjes.
A
aan de ijverige leerlingen
B
gaven
C
de docenten
D
heel veel complimentjes

Slide 9 - Quizvraag

Kun je aangeven wat het verschil is tussen taalkundig en redekundig ontleden?

Slide 10 - Open vraag

Spelling en Formuleren

Slide 11 - Tekstslide

Vul in: Het meisje ... daar loopt, zit bij mij in de klas.
A
die
B
dat
C
wat
D
A, B en C zijn goed

Slide 12 - Quizvraag

Vul in: Ik ben benieuwd hoe deze vraag ... gemaakt.
A
word
B
wort
C
wordt

Slide 13 - Quizvraag

Welk woord is goed geschreven?
A
onmiddelijk
B
ommiddelijk
C
onmidellijk
D
onmiddellijk

Slide 14 - Quizvraag

Woordenschat

Slide 15 - Tekstslide

Wat betekent 'op eieren lopen'?
A
heel voorzichtig te werk gaan
B
zachtjes lopen
C
er een smeerboel van maken
D
grapjes maken

Slide 16 - Quizvraag

Maak de uitdrukking af door van links naar rechts te slepen.
kwel
praal
nimmer
vlam
Pracht en ...
Nooit ofte ...
In vuur en ...
Kommer en ...

Slide 17 - Sleepvraag

Fictie
We lezen elk jaar verschillende boeken die je moet verwerken in een opdracht, toets of presentatie.
Daarnaast is er aandacht voor poëzie, films, series, strips, korte verhalen enz.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Welke twee betekenissen van het woord 'Heppie' staan in het gedicht?

Slide 20 - Open vraag

Heb je nu een goed beeld van het schoolvak Nederlands?
A
Ja
B
Nee
C
Een beetje
D
Ik heb nog vragen.

Slide 21 - Quizvraag