Klokkijken en gustar

Stefan
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Stefan

Slide 1 - Tekstslide

Escuchar en español
Vas a ver un fragmento de un documental de la cantante Rosalía.
Termina los ejercicios en la hoja.
timer
1:00

Slide 2 - Tekstslide

Leer en español

Slide 3 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer hoy?
Leerdoel
Aan het einde van de les:
heb je geoefend met een Spaanse tekst en weet je wie Rosalía is en hoe je vertellen of je iets leuk vindt.
  • La preparación para hoy
  • La clase anterior
  • Uitleg (klokijken, gustar)
  • oefenen met teksten
  • een liedje (una canción)

Slide 4 - Tekstslide

La preparación para hoy
Meenemen reader, Spaanse schrift, 2 PENNEN mee.

Leer de kloktijden (aantekeningen)
Leer de getallen t/m 50 (zie je reader pag. 41).
Leer de regels van het bijvoeglijk naamwoord (aantekeningen)




Slide 5 - Tekstslide

El adjetivo = het bijv. nwd
  1. Habla con tu compañero/a over de regels van het bijvoeglijk naamwoord. Denk daarbij aan deportista, simpático/a, alegre, trabajador/a.
  2. Maak oefening 46, 47 en 48 uit je reader.
timer
1:00
timer
4:00

Slide 6 - Tekstslide

Los números
Escucha a la profesora y tacha los números en tu hoja (1 hasta 50).
Als je een rij hebt, roep bingo en dan kom je naar de tafel, wordt gecontroleerd!

Slide 7 - Tekstslide

La clase anterior

Slide 8 - Tekstslide

Hoe vraag je in het Spaans hoe laat het is?
A
¿Qué hora es?
B
¿Qué es la hora?
C
¿Qué horas es?

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een uur in het Spaans?
A
Son las unas
B
Son la una.
C
Es la una.

Slide 10 - Quizvraag

Als je de tijd in het Spaans zegt dan komt
A
Eerst het werkwoord, dan komen de minuten en daarna het uur.
B
Eerst het werkwoord, dan komen de minuten, het bepaalde lidwoord met het uur.
C
eerst het werkwoord, dan bepaald lidwoord dan het uur en dan de minuten.

Slide 11 - Quizvraag

Hoe zeggen we de tijd?
¿Cómo decimos la hora?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Stappenplan
Stap 1: Kijk of de grote wijzer links of rechts staat!
Stap 2: 
Welk uur moet het worden?


Welk uur is het geweest?
Wat moet daar nog bij komen? (minuten, kwartier). Gebruik MENOS!

Dus:
Es la una menos …..
Son las dos menos
Hoeveel is daar bij gekomen? (minuten, kwartier, half uur). Gebruik Y!

Dus:
Es la una y ……
Son las dos y …..

Slide 14 - Tekstslide

Uitzonderingen
Bij 1 uur gebruiken we ''Es la...''
Bij 2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12 uur gebruiken we ''Son las...''
Bij een vol uur gebruik je ...en punto. Bijvoorbeeld:
Es la una en punto
Son las dos en punto

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeelden
Ejemplos

Slide 16 - Tekstslide

Ejemplo N1
08:45
Son las nueve menos cuarto.

Slide 17 - Tekstslide

Ejemplo N2
13:00
Es la una en punto.

Slide 18 - Tekstslide

A practicar
Schrijf de kloktijden helemaal uit met het werkwoord.
1. Het is 14:00.
2. Het is 15:15.
3. Het is 14:45
4. Het is 08:30
5. Het is 09:10
timer
3:00

Slide 19 - Tekstslide

A practicar
Schrijf de kloktijden helemaal uit met het werkwoord.
1.  Son las dos en punto.
2. Son las tres y cuarto.
3. Son las tres menos cuarto.
4. Son las ocho y media.
5. Son las nueve y diez.

Slide 20 - Tekstslide

Un videoclip
Vas a escuchar y ver un poquito de un videoclip de una cantante española.
Contesta a estas preguntas en español con verbos:
1. ¿Qué color de pelo tiene?
2. ¿Qué color de ojos tiene?
3. ¿Cómo es la nariz?
4. ¿Es alta o bajita?
5. ¿Te gusta la música del vídeoclip?


Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Un videoclip
Habla ahora con tu compañero/a de clase:

1. ¿Qué color de pelo tiene?
2. ¿Qué color de ojos tiene?
3. ¿Cómo es la nariz?
4. ¿Es alta o bajita?
5. ¿Te gusta la música del vídeoclip?


timer
2:00

Slide 23 - Tekstslide

Gustar: leuk/lekker vinden, houden van
Bekijk de twee werkwoorden op -ar.
Wat valt je op? Bespreek dat met je klasgenoot.
cant-o
cant-as
cant-a
cant-amos
cant-áis
cant-an
me gusta Rosalía
te gusta
le gusta
nos gusta
os gusta
les gusta
me gustan las hamburguesas
te gustan la playa y el mar
le gustan
nos gustan
os gustan 
les gustan
timer
0:30

Slide 24 - Tekstslide

Un vídeo sobre Rosalía
Je gaat zo dadelijk een vídeo zien van het leven van Rosalía.
Schrijf op je blaadje of de zinnen waar (verdad) of niet waar zijn (falso)

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Rosalía

Slide 27 - Tekstslide

Una pregunta....
Bespreek met je klasgenoot hoe je achter de betekenis van een woord kunt komen zónder dat je gebruik maakt van een woordenboek?
1....
2....
3....
4......
timer
1:00

Slide 28 - Tekstslide

El texto de Rosalía
Bespreek met je klasgenoot hoe je een tekst aanpakt van Engels/Frans/Duits.
Wat doe je als eerst?
Lees je eerst de hele tekst?
Lees je eerst de vraag en zoek je dan het antwoord?
timer
1:00

Slide 29 - Tekstslide

El texto de Rosalía
Maak nu de tekst van Rosalía.
Zonder woordenboek
timer
12:00

Slide 30 - Tekstslide

Letra de canción Rosalía
Un beso


Luister naar het liedje zonder beeld en vul de woorden in die ontbreken

Slide 31 - Tekstslide

Wat is niet waar over Rosalía?
A
Rosalía wilde als klein meisje al een artiest worden.
B
Rosalía zingt flamenco maar ook pop.
C
Rosalía heeft een vervelende jeugd gehad.
D
Rosalía houdt ontzettend van haar familie.

Slide 32 - Quizvraag

Als je een tekst vertaalt, dan....
(kies het beste antwoord)
A
Moet je altijd het woordenboek gebruiken.
B
Kun je de betekenissen ook op andere manier dan opzoeken in woordenboek herleiden.
C
Moet je alles letterlijk vertalen.

Slide 33 - Quizvraag

La preparación para el lunes
Leer het werkwoord gustar uit je hoofd en de betekenis.
Leer de uitgangen van regelmatige werkwoorden -ar, -er, -ir.
Leer de werkwoorden ser en tener uit je hoofd.
Leer de vocabulaire vraagwoorden spa-ned, ned-spa
Leer de vocabulaire van familie spa-ned, ned-spa
Maak 2 teksten uit bijlage magister om te oefenen voor je toets.

Slide 34 - Tekstslide