Kapitel 2 Berlin: blz 86-153
Kapitel 2 Berlin: blz 86-153
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoel
Ik kan meningen over Berlijn begrijpen.
Ik kan rangtelwoorden, datums en jaartallen in het Duits juist herkennen en gebruiken.
De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide bundelt ze tot één leerlingvriendelijk leerdoel voor deze les.
Berlijn in één oogopslag
Berlijn is de hoofdstad van Duitsland.
De stad is groot, druk en veelzijdig.
Je hoort er vaak meningen over cultuur, geschiedenis en sfeer.
In deze les gaat het om begrijpen wat mensen over Berlijn zeggen en schrijven.
Open met de stad als herkenbaar onderwerp. Houd het algemeen; de les focust op taalbegrip, niet op uitgebreide aardrijkskundige of historische inhoud.
Meningen over Berlijn begrijpen
Als iemand over Berlijn praat, hoor je vaak wat die persoon leuk of niet leuk vindt. Let dan op woorden die een mening aangeven, zoals:
toll, interessant, spannend
laut, teuer, anstrengend
modern, kreativ, international
Benadruk dat leerlingen niet elk woord hoeven te kennen om de hoofdm mening te begrijpen. Signaalwoorden helpen veel.
Woorden en uitdrukkingen geven vaak meteen de richting van een mening aan.
Positief
Ich finde Berlin super.
Mir gefällt die Stadt.
Berlin ist echt interessant.
Negatief
Berlin ist mir zu laut.
Ich mag Berlin nicht so gern.
Die Stadt ist mir zu groß.
Koppel luisterverwachting aan thema's. Zo kunnen leerlingen tijdens het luisteren sneller betekenis voorspellen.
Heute: Lektion 1
Maak op blz 89-91
Übung 3A+B
Übung 4
Übung 5A+B+C
Deze slide heeft geen instructies
Vertaal de volgende woorden:
nieuwjaar
kerst
pasen
oudjaarsdag
feestdag
buitenland
Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.
Rangtelwoorden in het Duits
Rangtelwoorden gebruik je voor volgorde en datums.
erste – eerste
zweite – tweede
dritte – derde
vierte – vierde
fünfte – vijfde
Noem dat leerlingen deze vormen vaak zien in datums en bij volgordes in teksten.
Datums juist uitschrijven
In het Duits schrijf je de datum met een rangtelwoord.
der erste Mai
am dritten Oktober
am neunten November
der vierundzwanzigste Dezember
Let op: de datum staat vaak met am of den.
Benadruk de combinatie van lidwoord/voorzetsel met het rangtelwoord. Dat helpt bij juist herkennen en formuleren.
Jaartallen in het Duits
Jaartallen kom je vaak tegen in teksten over Berlijn.
1989 → neunzehnhundertneunundachtzig
1990 → neunzehnhundertneunzig
2000 → zweitausend
2024 → zweitausendvierundzwanzig
Kies voorbeelden die aansluiten bij teksten over Berlijn. Het gaat om herkennen, schrijven en uitspreken van jaartallen.
Waar let je op bij jaartallen?
Jaartallen vóór 2000 hebben vaak het patroon neunzehnhundert ...
Vanaf 2000 zie je vaak zweitausend ...
In artikelen geven jaartallen belangrijke historische informatie.
In combinatie met Berlijn helpen ze gebeurtenissen in de tijd te plaatsen.
Verbind woordenschat aan leesbegrip: jaartallen zijn niet los, maar helpen de inhoud van teksten over Berlijn te begrijpen.
Verjaardagsgebruiken herkennen
In leesteksten kun je ook informatie tegenkomen over gebruiken bij verjaardagen in Duitsland. Let dan op woorden als:
Geburtstag
feiern
Geschenk
Kuchen
Gäste
Deze slide dekt het leesdoel over verjaardagsgebruiken. Houd het bij herkennen van informatie, niet bij een uitgebreide cultuurvergelijking.
Hoe schrijf je 2024 in het Duits?
zweitausendvierundzwanzig
neunzehnhundertvierundzwanzig
zweitausendvierzig
vierundzwanzigste
Controleer of leerlingen het patroon vanaf 2000 herkennen: 'zweitausend ...'. Een distractor is expres een rangtelwoord en geen jaartal.
Heute: Lektion 1
Maak op blz 89-91
Nakijken: Übung 5A+B+C
Maken: Übung 6+7+8
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb je vandaag geleerd?
Laat leerlingen in eigen woorden benoemen wat ze inhoudelijk meenemen, bijvoorbeeld meningen herkennen, signaalwoorden lezen, datums of jaartallen schrijven.
Welk onderdeel hielp jou het meest bij begrijpen?
Verwachte reflecties: signaalwoorden, voorbeeldzinnen, chunks zoals 'etwas los', of patronen bij datums en jaartallen. Geen fout/goed antwoord.
Begrippenlijst
gefallen - leuk vinden
die Sehenswürdigkeit - bezienswaardigheid
die Hauptstadt - hoofdstad
laut - lawaaierig
spannend - boeiend of spannend
der Geburtstag - verjaardag
das Jahr - jaar
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
das Datum - datum
das Krantenartikel - krantenartikel
zuerst - eerst
früher - vroeger
deshalb - daarom
erste - eerste
dritte - derde
Het Duitse woord voor krantenartikel is eigenlijk 'der Zeitungsartikel'; op de slide staat bewust de koppeling met het Nederlandse begrip centraal. Corrigeer dit mondeling indien gewenst.
Lektion 2
Vertaal de dikgedrukte woorden:
Ich zahle bar für mein Essen.
Was sind die Öffnungszeiten?
Der Eingang ist hier links.
Auf der Bühne spielen tolle Bands.
Ein Ausflug nach Berlin ist super.
Wir möchten am Samstag ausgehen.
Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.
Lektion 1: welches wort siehst du?
Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.
Toets SE-week: Freitag den 20. November
Leren:
Alle woorden Kapitel 2
Leestekst met vragen
Daarnaast maak je een project. Dit telt ook mee voor een cijfer.
Deze slide heeft geen instructies
Project Berlin: inleveren uiterlijk 20 november
Maak tweetallen
Kijk op Seite 113: we lezen samen de opdracht door.
Kies een van de 3 opdrachten.
Werk uit en verdeel de taken/rollen.
Deze slide heeft geen instructies
Heute: zelfstandig werken
Wat? Maak Aufgabe: 14, 17, 18, 19 en 20--> Seite 97-101
Hulp? Geen
Hoe? Je werkt zelfstandig in je werkboek
Tijd? 20 minuten
Klaar? Leren woorden K2 of begin maken aan het project,
Deze slide heeft geen instructies
Lektion 3: Essen
Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.
Toets SE-week: Freitag den 20. November
Leren:
Alle woorden Kapitel 2
Leestekst met vragen
Daarnaast maak je een project. Dit telt ook mee voor een cijfer.
Deze slide heeft geen instructies
Project Berlin: inleveren uiterlijk 20 november
Maak tweetallen
Kijk op Seite 113: we lezen samen de opdracht door.
Kies een van de 3 opdrachten.
Werk uit en verdeel de taken/rollen.
Deze slide heeft geen instructies
Heute: zelfstandig werken
Wat? Maak Aufgabe: 27+29 Seite 108+109 und Wiederholung auf Seite 114/115
Hulp? Docent loopt langs voor vragen
Hoe? Je werkt zelfstandig in je werkboek
Tijd? 20 minuten
Klaar? Leren woorden K2 of begin maken aan het project.
Deze slide heeft geen instructies
Lektion 4: school en de wijk
Vertaal de woorden tussen haakjes.
Im September beginnt ihre...............(opleiding).
Das Kino ist .................von meinem Haus. (in de buurt)
Mein................hilft uns immer. (buurman)
Unser ..........................ist sehr ruhig. (wijk)
.....................ist sehr störend. (het lawaai)
Er macht ein ............in einer Firma. (stage)
Das...............steht in der Garage. (fiets)
Die.......................von Berlin ist sehr schön. (omgeving)
Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.
Toets SE-week: Freitag den 20. November
Leren:
Alle woorden Kapitel 2
Leestekst met vragen
Daarnaast maak je een project. Dit telt ook mee voor een cijfer.
Deze slide heeft geen instructies
Heute: zelfstandig werken
Wat? Maak Wiederholung auf Seite 114/115
Ga verder met het project auf Seite 113
Hulp? Docent loopt langs voor vragen
Hoe? Je werkt zelfstandig in je werkboek
Tijd? 20 minuten
Klaar? Leren woorden Kapitel 2
Deze slide heeft geen instructies