Zuurstof berekening

Zuurstof berekening
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Zuurstof berekening

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud les vandaag:
Even opfrissen
Flessen soorten
Formule
Oefening
O2 oefenen
Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen:
Na deze les kun je  2 berekeningen maken:
1: Hoeveel zuurstof heb je? 
2: Hoelang kan de zorgvrager daarmee doen? 

Slide 3 - Tekstslide

Hoe was het ook al weer?
  • Waarom geven we zuurstof (O2) ?
  • Wie bepaalt hoeveel O2 er gegeven wordt?
  • Is O2 een medicament?
  • Hoeveel liter maximaal op brilletje en sonde?
  • Wanneer moet je O2 bevochtigen?

Slide 4 - Tekstslide

Het is 12:00. Je komt bij meneer Blaauw langs om hem te helpen met zijn pufjes. Hij heeft ernstige COPD en gebruikt 2 liter O2/minuut via een neusbrilletje. Hij zit in zijn kamerjas in de leunstoel te slapen. Hij is waarschijnlijk benauwd geweest, want de zuurstof staat op 6 liter. Je krijgt hem niet wakker, wat is er aan de hand?

Slide 5 - Tekstslide

Het is winter, er ligt een dik pak sneeuw. Jij komt in je thuiszorgroute bij Mevrouw Witjes. Zij heeft longemfyseem en krijgt 1 liter O2/minuut via de concentrator. Haar badkamer en keuken worden verbouwd en daarom is de concentrator in een nisje naast de open haard gezet. Wat vind je daar van?

Slide 6 - Tekstslide

Cilinder berekenen? onthou:
  • Eerst vermenigvuldigen 
  • Daarna delen

Voorschrift van O2: liters per minuut
Bijvoorbeeld: 3 l/min

Slide 7 - Tekstslide

Hoeveel zuurstof heb je?

Slide 8 - Tekstslide

                    Inhoud fles                   X
               Druk fles

Slide 9 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld:
Je hebt een gasfles van 10 liter
De manometer staat op 80 bar

                        
                             X               

     10                   X              80      =   800 liter zuurstof in voorraad

Slide 10 - Tekstslide

Hoelang kan de zorgvrager daarmee doen?



Hoeveel zuurstof iemand krijgt wordt uitgedrukt in liters per minuut. 

Slide 11 - Tekstslide

Formules
Je rekent eerst uit wat je totale voorraad is:
(maat vd fles  X manometer = voorraad)

Aantal liter op voorraad : voorschrift (verbruik in l/min) =             het aantal minuten dat de tank meegaat


Slide 12 - Tekstslide

rekenvoorbeeld:
Je hebt 300 liter zuurstof op voorraad
Je cliΓ«nt gebruikt 6 liter per minuut
Hoe lang kan hij met dit O2-tankje buiten wandelen?

300 : 6 = 50 minuten

Slide 13 - Tekstslide

Ik heb een fles met 5 liter inhoud en een druk van 30 bar. Hoeveel liter zuurstof zit er in de tank?
A
30
B
5
C
150
D
500

Slide 14 - Quizvraag

Oefenopdrachten

Slide 15 - Tekstslide

Ik heb een fles met 2 liter inhoud met een druk van 80 bar. Hoeveel liter heb ik in de fles?

Slide 16 - Open vraag

Mw Jansen gebruikt 2 liter zuurstof per minuut. Hoeveel liter gebruikt zij per uur?

Slide 17 - Open vraag

Dhr. Koppers heeft een longontsteking waarbij hij zuurstof nodig heeft.
Aanwezig: Cilinder van 10 liter en een druk van 120 bar.
Voorschrift: 2 liter per minuut.
Hoeveel liter zit er in de cilinder?
Hoeveel uren en minuten kun je met deze cilinder doen?

Slide 18 - Open vraag

Je hebt een cilinder van 5 liter en de manometer geeft 100 bar aan.
De zorgvrager gebruikt 2 liter zuurstof per minuut.

Hoeveel liter is er op voorraad?
Hoelang kan deze zorgvrager met deze tank doen?

Slide 19 - Open vraag

Dus:

Cilinderberekening heeft altijd te maken met:

-grootte van de cilinder
-druk in de cilinder
-verbruik van de zorgvrager

Slide 20 - Tekstslide

Gaat cilinderberekening lukken zo?
In Itslearning staan nog uitlegfilmpjes.
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 21 - Poll

Verder vandaag:
-Oefenen met O2 via cilinder en concentrator

-Oefen de verschillende vormen van zuurstof toedienen
(brilletje, sponsje, diepe sonde, kapje)

-Volgende week hele klas GO-en

Slide 22 - Tekstslide

Fijne week en tot volgende keer!
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 23 - Poll

Dus.....

Een berekening van zuurstof heeft altijd te maken met

a: inhoud zuurstof fles
En....




b: verbruik van de cliΓ«nt

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Je hebt een zuurstof fles met een inhoud van 5 liter. De druk staat op 150 bar. Mw Jansen gebruikt 2 liter zuurstof per minuut. Heb je genoeg zuurstof? Motiveer je antwoord

Slide 26 - Open vraag

Slide 27 - Tekstslide

Klaar voor de toets?

Slide 28 - Tekstslide