Afsluitende themaquiz: Vrije tijd

Themaquiz: Vrije tijd
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschaptoetsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Themaquiz: Vrije tijd

Slide 1 - Tekstslide

Themaquiz

Deze themaquiz bestaat uit 2 type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtsvragen)

De themaquiz bestaat uit 22 vragen.
Veel succes!
Waar
ben ik?

Slide 2 - Tekstslide


1. Wat is geen voorbeeld van vrije tijd?
Startles:
Vrije tijd
A
hobby
B
sport
C
boodschappen doen
D
vakantie

Slide 3 - Quizvraag


2. Juist of onjuist
Door te veel ontspanning kan je oververmoeid raken. 
Startles:
Vrije tijd
A
juist
B
onjuist

Slide 4 - Quizvraag


3. Juist of onjuist
Hard werken hoort bij inspanning. 
Startles:
Vrije tijd
A
juist
B
onjuist

Slide 5 - Quizvraag


4. Wat is een voorbeeld van een hobby?
Les:
Hobby's
A
Gamen
B
Hockeyen
C
Klusjes doen
D
Werken

Slide 6 - Quizvraag


5. Wat heb je nodig uit de keuken om de hobby Taart bakken uit te voeren?
Les:
Hobby's
A
Mes, vork en lepel
B
Beslagkom, garde, weegschaal, oven
C
Pannen en kaasschaaf
D
Garde, weegschaal, magnetron, opscheplepel

Slide 7 - Quizvraag


6. Hoe noem je een club waar je met anderen of vrienden een hobby kan uitoefenen?
Les:
Hobby's

Slide 8 - Open vraag


7. Klik de juiste uitspraak aan
Les:
Hobby's
A
Iedereen heeft dezelfde hobby
B
Een hobby kan verschillend zijn voor iedereen

Slide 9 - Quizvraag


8. Wat is een blessure?
Les:
Sporten
A
Een verwonding die je hebt opgelopen door het sporten
B
Een trap van een tegenspeler

Slide 10 - Quizvraag


9. Hoogspringen is een voorbeeld van...
Les: sporten en eindopdracht
A
een balsport
B
een watersport
C
atletiek
D
een beachsport

Slide 11 - Quizvraag


10. Rugby is een voorbeeld van...
Les: sporten en eindopdracht
A
een balsport
B
een watersport
C
atletiek
D
een beachsport

Slide 12 - Quizvraag


11. Wat is een voorbeeld van een paardensport?
Les: Hobby's en eindopdracht

Slide 13 - Open vraag


12.  Bij een sportclub kun je samen met anderen sporten.
Juist of onjuist?

Les:
Sporten
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quizvraag


13.  Juist on onjuist?
Een bezoek aan een kasteel is een voorbeeld van een uitstapje. 
Les:
Uitstapjes
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag


14. Waar is de site Google Maps voor?
Les: 
Uitstapjes
A
Een reis boeken
B
Een vliegticket zoeken
C
Een route plannen
D
Een online webshop

Slide 16 - Quizvraag


15. Wat is een ander woord voor tafelmanieren?
Les: 
Uitstapjes
A
Gedragsregels
B
Normen en waarden
C
Eetafspraak
D
Etiquette

Slide 17 - Quizvraag


16. Stel je gaat een dagje weg. Wat beslis je als allereerste?
Les: 
Uitstapjes

Slide 18 - Open vraag


17.  In welke stad kun je de Euromast beklimmen en abseilen van de Euromast?

Les:
Uitstapjes
A
Utrecht
B
Rotterdam

Slide 19 - Quizvraag

Toepassingsvragen en inzichtsvragen

Slide 20 - Tekstslide


18. Lees het verhaal van Romaissa en geef advies.
Hoi, ik zit echt ergens mee. Ik wil heel graag schilderen, maar niemand die ik ken schildert... Ik durf eigenlijk niet. Wat kan ik doen?
Les: 
Hobby's

Slide 21 - Open vraag


19. Lees het verhaal van Dylan en geef advies.
Pff, ik moet van mijn ouders op een sport. Vreselijk!
Ik heb helemaal geen zin om te sporten, want ik voel me moe. Waarom moet ik op een sport als ik moe ben??
Les: 
Sporten

Slide 22 - Open vraag


20. Lees het verhaal. In welke stad is Kai geweest?
Ah ik heb een super leuke dag gehad! Ik ben een dagje uit geweest met mijn familie. We zijn eerst naar Madurodam geweest, daarna over de Pier gelopen, bij een strandtent gegeten en als laatste in de zee gezwommen!
Les: 
Uitstapjes

Slide 23 - Open vraag


21. Lees het verhaal. Wat zijn Sophie en Amir vergeten van de checklist Een geschikte plek om een activiteit te organiseren?
We organiseren een sportdag voor onze buurt. We gaan watersporten organiseren. We hebben al een plek uitgekozen. De plek is midden in de stad met sportvelden. Is dit een geschikte plek?
Les: 
Eindopdracht

Slide 24 - Open vraag


22. Welke dagbesteding herken je in het verhaaltje?
Vandaag stond ik op. Ging ik op de fiets naar school en volgde ik mijn lessen. Na schooltijd ben ik op bezoek geweest bij mijn oma. In de avond heb ik getraind met mijn hockeyteam. 
Start les: 
 Vrije tijd

Slide 25 - Open vraag

Eind themaquiz: Vrije tijd

Slide 26 - Tekstslide