Les 5- Bestuurshandelingen en bestuursbevoegdheid

Bestuurs- en Staatsrecht 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
RechtMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Bestuurs- en Staatsrecht 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
(mini)toets hoofdstuk 1 en 2

Nu: herhaling vorige les + BAS en beschikkingen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 3
Bestuurshandelingen: 
       hieronder vallen alle handelingen die door een bestuursorgaan worden verricht. 

Deze bestuurshandelingen kunnen worden onderverdeeld in meerdere categorieën.  

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Privaatrechtelijke VS publiekrechtelijke rechtshandeling


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feitelijke handeling VS  rechtshandeling
Feitelijke handelingen: 
    - niet gericht op rechtsgevolg
    - bijv. onderhoud van het plantsoen
   - bij onbedoeld rechtsgevolg is het ook feitelijke handeling
Rechtshandelingen:
    - wel gericht op rechtsgevolg (schept rechten en plichten)
    - bijv. sluiten overeenkomst, verlenen vergunning, etc. 



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een feitelijke handeling?
A
Een feitelijke handeling is niet gericht op rechtsgevolg, en heeft niet de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.
B
Een feitelijke handeling is niet gericht op rechtsgevolg, maar heeft wel de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.
C
Een feitelijke handeling is gericht op rechtsgevolg, maar heeft niet de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het is hartje winter en het heeft flink gevroren. Volgens het strooiprotocol moet de overheid strooien. De gemeente Eindhoven strooit de daartoe aangegeven wegen. Is dit een feitelijke handeling of een rechtshandeling?

Slide 8 - Open vraag

Feitelijke handeling. Afbreken schept geen rechten en plichten. 
Een gemeente verhuurt het voormalige gemeentehuis aan een groep ondernemers. Is hier sprake van een rechtshandeling of een feitelijke handeling?

Slide 9 - Open vraag

rechtshandeling --> gericht op rechtsgevolg. Er ontstaan rechten en plichten (gebruik pand + betalen huur). 
Stelling: In het privaatrecht staat de rechtsrelatie burger–burger centraal. De overheid speelt daarom nooit een rol in het privaatrecht.
Is deze stelling juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Privaatrechtelijke VS publiekrechtelijke rechtshandeling


Privaatrechtelijke rechtshandeling:
Gaat om het scheppen van nieuwe rechten en plichten in het burgerlijke recht. Dit kan in principe iedereen (dus niet alleen overheid!).
             Denk aan: huurovereenkomst, koopovereenkomst. 
Publiekrechtelijke rechtshandeling = besluit ( 1:3 lid 1 Awb):
  • schriftelijke beslissing (digitaal (bijv. mail) mag ook)
  • afkomstig van een bestuursorgaan
  • inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (exclusieve bevoegdheid) 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Publiekrechtelijke rechtshandeling
Kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: 
  • Besluit van algemene strekking: hebben een algemene werking. Geldt in principe voor iedereen. Bijv. bestemmingsplan
  • Beschikking: gericht tot één of meer individuele personen of concrete zaak. Bijv. vergunning 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het bestuursrecht worden twee soorten besluiten onderscheiden. Welke hoort daar niet bij?
A
Beschikkingen
B
Feitelijke handelingen
C
Besluiten van algemene strekking

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Besluiten van algemene strekking
  • Algemeen verbindend voorschrift: regel die voor iedereen geldt. Bijvoorbeeld APV Eindhoven. 
  • Beleidsregel (1:3 lid 4 Awb): regel gemaakt door B.O. waarin wordt bepaald hoe bevoegdheid wordt uitgevoerd. 
  • Plan: vaak gericht op ruimtelijke ordening. besluiten over een bepaald onderwerp worden vaak samengebracht in een plan, zodat die een logisch geheel vormen (bijv. bestemmingsplan). 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillen AVV en beleidsregel
AVV
beleidsregel
gericht aan burgers
gericht aan B.O.'s
mag niet van worden afgeweken
soms kan/moet worden afgeweken (art. 4:84 Awb)
Er is een wettelijke grondslag nodig.
Er is géén wettelijke grondslag nodig om deze te maken/wijzigen. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het bestuursrecht worden drie verschillende soorten besluiten van algemene strekking onderscheiden. Welke hoort daar niet bij?
A
AVV's
B
Plannen
C
Beschikkingen
D
Beleidsregels

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het Wetboek van Strafrecht, dat wel algemeen verbindend voorschriften bevat, toch geen besluit in de zin van de Awb?

Slide 17 - Open vraag

Gemaakt door Regering + staten generaal = formele wetgever en dus géén bestuursorgaan. Besluit wordt gemaakt door een B.O. --> zie art. 1:1 lid 2 Awb en art. 1:3 lid 1 Awb.  
Beschikking
  • gericht op één of meer personen  (persoonsgebonden)
  • gericht op een aanwijsbare groep personen
  • gericht op een rechtspersoon
  • gericht op een zaak (zaaksgebonden)

Slide 18 - Tekstslide

aanwijsbare groep personen: ''Groep die wat betreft grootte en samenstelling, in overwegende mate een constant karakter vertoont, zodat niet kan worden gesproken van een besluit van algemene strekking.''

Bijv. bollentelers (beperkte groep boeren) in een bepaalde gemeente die ontheffing krijgen m.b.t. gebruik van bepaalde meststoffen. 


Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het sluiten van woningen op last van de burgemeester komt regelmatig voor in het Bestuursrecht. Om wat voor soort beschikking gaat het in dat geval?
A
Persoonsgebonden beschikking
B
Zaaksgebonden beschikking

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten beschikkingen
Beschikkingen kunnen zowel begunstigend of belastend zijn. 

  • Begunstigende beschikkingen zijn bijv. : verlenen vergunning, toekennen studiefinanciering (op aanvraag) 

  • belastende beschikkingen zijn bijv.: boete, belastingaanslag (ambtshalve)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef twee voorbeelden van beschikkingen waar jij mee te maken krijgt of al te maken hebt gekregen.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Meryem wil haar tuinhuis slopen. Artikel 27 van het bestemmingsplan van de wijk waar Meryem woont, verbiedt het slopen van tuinhuizen zonder toestemming. Meryem vraagt een beschikking aan. Zij wil hiermee toestemming krijgen om te slopen. Wat voor soort beschikking is dit?
A
Ambtshalve begunstigende beschikking (vergunning)
B
begunstigende beschikking op aanvraag (vergunning)
C
Ambtshalve belastende beschikking (aanslag)
D
Ambtshalve belastende beschikking (handhaving)

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorie van zojuist, leidt tot het volgende schema: 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week
  • Herhaling (door middel van opdrachten)
  • Hoofdstuk 4 
  • eventueel deel van Hoofdstuk 5

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
In het bestuursrecht zijn de volgende begrippen van belang: attributie, delegatie & mandaat

Ga alleen of in groepjes van 2 aan de slag met het volgende:
- werk alle begrippen uit (wat houdt het in);
- zoek bij de begrippen het bijbehorende artikel; 
- geef van alle drie de begrippen een voorbeeld.

Klaar? Mailen naar bejd@summacollege.nl (werk je in tweetallen, hoeft maar één iemand te mailen, maar s.v.p. wel beide namen vermelden op het document dat je inlevert!)

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies