LES 4 - KEUZEOPDRACHT 3B

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Inleiding
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoelen van de les 
  • Uitleg 
  • Opdracht
  • Uitleg 
  • Opdracht
  • # Exit ticket 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Tijdens een van de vorige lessen heb je de betekenis bij de (moeilijke) woorden in de tekst gezocht.
 Nu je de betekenis kent, is het makkelijker om een schema bij de tekst te maken.

Dit is wat we vandaag gaan doen! 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Voorkennis activeren
Weet je de betekenis van de moeilijke woorden nog?
Laat het maar zien in de quiz!

Slide 8 - Tekstslide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Moeilijke woorden

Slide 9 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Wat betekent...

ontelbare
A
omliggende
B
eervolle
C
heel veel
D
langzame

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent...

trage
A
omliggende
B
eervolle
C
heel veel
D
langzame

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent...

waardige
A
omliggende
B
eervolle
C
heel veel
D
langzame

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent...

naburige
A
omliggende
B
eervolle
C
heel veel
D
langzame

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent...
automatisch?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe is jouw kennis van de woorden uit deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Theorie: Waarom moeilijke woorden begrijpen belangrijk is
Als je een tekst leest, kom je soms woorden tegen die je nog niet kent. Dat noemen we moeilijke woorden.
 Het is belangrijk om te weten wat die woorden betekenen, want:
  • Je begrijpt de tekst beter
Als je moeilijke woorden snapt, snap je ook het verhaal of de informatie beter.
  • Je leert nieuwe woorden
Hoe meer woorden je kent, hoe makkelijker lezen wordt.Je kunt het in je eigen leven gebruiken
Nieuwe woorden kom je later ook tegen op school, op je werk of in de krant.
Tip: Vaak kun je de betekenis van een woord raden door goed naar de zin te kijken. De andere woorden geven een hint. Dat heet de context gebruiken.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
  • kan ik de schema's bij de tekst uitleggen.


Begrippen:
schema
vroeger
nu
toekomst
ontwikkeling

Slide 19 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
           Theorie
Voorzie de theorie van (geanonimiseerde) voorbeelden, zodat de leerlingen beter weten wat er van hen verwacht wordt. 
Het is aan te raden om voorbeelden van verschillende kwaliteit te laten zien om kwaliteitsbesef bij te brengen.
Checklist: (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Heb je weleens een schema gemaakt?
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Voorbeelden

Slide 22 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Instructie
In de tekst worden verschillende situaties met elkaar vergeleken:

  1. Vroeger: voor de komst van de kabelbaan
  2. Nu: na de komst van de kabelbaan
  3. De toekomst: nieuwe ontwikkeling na de kabelbaan.

In de tekst worden steeds twee situaties met elkaar vergeleken. In alinea 1 en 3 wordt de
situatie van vroeger vergeleken met die van nu. In alinea 2 en 4 wordt de situatie van nu
vergeleken met die van in de toekomst. 

Slide 23 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Wanneer is mijn opdracht goed?

Slide 24 - Open vraag

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Je gaat aan de hand van de tabel een schema maken bij de tekst. Zo vergelijk je de situaties voor- en na de kabelbaan.
Lees steeds eerst het stukje tekst dat erbij hoort.
Kijk naar wat er al is ingevuld en vergelijk dat met de andere situatie.

timer
15:00
Klaar?
Klaar?
Maak opdracht 4 op bladzijde 5.
Ga verder aan je taken voor Nederlands in Numo.

Slide 25 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Antwoorden vergelijken
Vergelijk je antwoord met
je schoudermaatje
timer
2:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hadden jullie dezelfde antwoorden?
A
ja
B
nee

Slide 27 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Nakijken

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heb je de schema's ingevuld?
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
  • kan ik de schema's bij de tekst uitleggen.
SCHEMA 1
  • Opstaan om 5 uur
    » Opstaan om half 7
  • Trappen en bussen
    » Kabelbaan
  • Drie uren reizen
    » 9 minuten reizen
SCHEMA 2
  • » Geen kans op werk
    Kans op werk
  • » Jongens en mannen aan de drugs
    Waardige mannen

SCHEMA 3
  • » 15.000 personen per dag
    75.000 personen per dag
SCHEMA 4
  • Alleen de kabelbaan
    » Automatische trein

Slide 30 - Tekstslide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 
           Afsluiting

Slide 31 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
  • schema
  • vroeger
  • nu
  • heden
  • ontwikkelen

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exit ticket 

Slide 33 - Tekstslide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hoe vond je het om een schema te maken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 36 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les

Dit was de laatste les over de kabelbaan. De volgende keer gaan we verder met een nieuwe les.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Titel van de les
subtitel

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies