7.4 Energiegebruik

7.4 Energiegebruik
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

7.4 Energiegebruik

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les:
  • Je weet wat vermogen is
  • Je weet hoe je energiegebruik kunt meten
  • Je weet hoe je energiegebruik kunt berekenen
  • Je weet heo je kunt uitrekenen wat je moet betalen voor energie

Slide 2 - Tekstslide

Vermogen van een apparaat
  • Het vermogen van een apparaat is de hoeveelheid energie die het apparaat per seconde gebruikt. De eenheid is Watt (W)
  • Hoe langer een apparaat aanstaat, hoe meer energie het verbruikt

Slide 3 - Tekstslide

Energiegebruik berekenen
formule: E = P x t 
of in woorden: Energie = vermogen x tijd
E = Energiegebruik in kWh
P = Energie (power) in kiloWatt
t = tijd in uren
Het aantal Watt omrekenen naar kiloWatt doe je door te delen door 1000

Slide 4 - Tekstslide

Energiegebruik berekenen
energiegebruik = vermogen x tijd
E = P x t
Een radio van 250 W staat 2,5 uur aan. 
Wat is het energiegebruik van de radio?
1. gegeven      0.25 kW (omgerekend van W naar kW) en 2,5 uur (h)
2 gevraagd: energiegebruik (kWh)
3. formule: energiegebruik = vermogen x tijd
4. berekening: 0.25x2.5= 0.625
5 antwoord: energiegebruik is 0.625 kWh

Slide 5 - Tekstslide

Kosten van energiegebruik berekenen

Een radio van 50W staat een week aan. In die week verbruikt de radio 50kWh.  
De prijs van 1 kWh is € 0,23. 
Bereken de energiekosten. 
Antwoord: 50 x € 0,23 = € 11,50 per week

Slide 6 - Tekstslide

E is het symbool voor?
A
Energiegebruik
B
Spanning
C
Weerstand
D
Vermogen

Slide 7 - Quizvraag

Een koelkast verbruikt per dag 0.6 kWh. Wat kost het om deze koelkast een heel jaar aan te laten staan. 1 kWh kost €0.25. Kosten = energie x prijs van 1 kWh.
A
Kosten = 0.6kWh x €0.25 = €0.15
B
Kosten = 0.6kWh x €0.25 = €0.15 x 365 = €54,75
C
Kosten = 0.6kWh / €0.25 = €2.40
D
Kosten = 0.6kWh / €0.25 = €2.40 x 365 = €876

Slide 8 - Quizvraag


A
0,78 kWh
B
0,78 J
C
780 kWh
D
780 J

Slide 9 - Quizvraag

Dit is het typeplaatje van een wasdroger die het er 1,5 uur over doet om de was kastdroog te maken. Hoeveel energie is daarvoor nodig?
A
4,5 kWh
B
1,6 kWh
C
3,0 kWh
D
3,8 kWh

Slide 10 - Quizvraag

De afkorting van kilowattuur is
A
kWH
B
Kwh
C
kWh
D
KwH

Slide 11 - Quizvraag

Je mag verder werken aan je opdrachten

Slide 12 - Tekstslide