Present Simple en Present Continuous

Vandaag
De tegenwoordige tijden:
  1. Present Simple
  2. Present Continuous
Persoonlijke voornaamwoorden (onderwerp)
Vraagwoorden
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
EnglishSecondary Education

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
De tegenwoordige tijden:
  1. Present Simple
  2. Present Continuous
Persoonlijke voornaamwoorden (onderwerp)
Vraagwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Pronouns
In elke taal hebben wij woorden voor personen. Dit noemen wij persoonlijke voornaamwoorden.
In het engels noemen we die pronouns.
Pronouns helpen om in een zin aan te geven over wie het gaat, wie de actie uit voert etc. 

Slide 2 - Tekstslide

Pronouns
Er zijn "onderwerps" vormen van Pronouns, Niet onderwerpsvormen en bezittelijke voornaamwoorden...

Vandaag gaan we het alleen hebben over de onderwerpsvorm.

Slide 3 - Tekstslide

Pronouns
I
Ai
Ik
You
joe
jij
He
hie
Hij
She
Shie
Zij
It
iht
Het
We
wie
wij
You (mv)
Joe
Jullie
They
th-ee
Zij

Slide 4 - Tekstslide

Let op!
Het persoonlijke voornaamwoord "" - "ik" spel je altijd met een hoofdletter.
Ook als het niet aan het begin van een zin staat.

Slide 5 - Tekstslide

Verbs
In elke taal hebben wij ook woorden die een actie beschrijven. In het Nederlands heten die werkwoorden, in het Engels noemen we dat verbs
In het Engels bestaan er regelmatige en onregelmatige  werkwoorden.
Dit heeft te maken met hoe ze worden vervoegd voor de pronouns en de tijd waarin het zich afspeelt.

Slide 6 - Tekstslide

Simple Present tense
Simple present tense  (tegenwoordige tijd) in het Engels zijn werkwoorden die gewoontes beschrijven, algemene feiten te beschrijven of onveranderlijke situaties te beschrijven.


Slide 7 - Tekstslide

Vervoegingen
Bij regelmatige werkwoorden:

Pronoun + hele werkwoord
Voorbeeld:
To work (werken)
                                                       They work     Zij werken


Slide 8 - Tekstslide

She/he/it (SHIT)-regel
Bij vervoegingen met de pronouns She (zij) He (hij) en it (het) komt er in de present tense een -s achter het werkwoord
Voorbeeld : to work
She works
He works
It works

Slide 9 - Tekstslide

Let op!
Bij het vervoegen van de present tense met de shit-regel:
Als een werkwoord eindigt op -y dan wordt het -ies
Als een werkwoord eindigt op een sissende klank wordt het -es
Als een werkwoord eindigt op een -o wordt het -oes
Voorbeeld:
To study  (studeren) wordt She studies
To watch (kijken) wordt He watches 
To do (doen) wordt She does

Slide 10 - Tekstslide

Onregelmatige werkwoorden
Bij verbs die onregelmatig vervoegen, verschilt het soms:
Voorbeeld met to be (zijn)
I am
You are
He/she/it is
We are
You are
They are


Slide 11 - Tekstslide

Voorbeelden
Gewoonte:
I smoke cigarettes 
She always drinks tea
Herhaalde handelingen:
We catch the bus every morning
Algemene waarheden:
The capital of the UK is London

Ik rook cigaretten
Zij drinkt altijd thee

wij halen de bus elke ochtend
De hoofstad van Groot brittanië is Londen.

Slide 12 - Tekstslide

Oefeningen
Als je dus wilt zeggen dat je ergens werkt gebruik je the verb "to work" in de present tense.
I work at Mcdonalds. 
She works at Mcdonalds
We work at Mcdonalds.
Dit is namelijk, normaliter, een onveranderlijke situatie.

Slide 13 - Tekstslide

Vul de zin aan (to work)
I ... at Mcdonalds
A
Working
B
Work
C
Works
D
Worked

Slide 14 - Quizvraag

Antwoord B
Ik werk bij Mcdonalds

Dit is een onveranderelijke situatie, waarbij dus de present tense gebruikt wordt. 
To work is een regelmatig werkwoord, en I (ik) is een pronoun die niet bij de shit-regel hoort.

Slide 15 - Tekstslide

Vul de zin aan (to be)

London .... the Capital of the UK
A
Is
B
Are
C
Be
D
am

Slide 16 - Quizvraag

Antwoord A
Londen is de hoofdstad van groot-brittanië
Dat Londen de hoofdstad is is een feit, daarom mag de simple present tense gebruikt worden.
Londen is een stad, en kan worden vervangen met de pronoun "it". (het)
De zin valt daarom onder de SHIT-regel, maar to be (zijn) is een onregelmatig werkwoord.
De vervoeging van to be voor het persoonlijk vnw. "it" wordt "is".
London is de capital of the UK.

Slide 17 - Tekstslide

Ontkennende zinnen
In het Engels kan je ook zeggen dat iets niet gebeurt in de present tense.
Daarvoor gebruiken wij een hulp werkwoord (auxilliary verb)
Dit is het werkwoord "to do"
Deze is regelmatig.

Slide 18 - Tekstslide

I do
You do
He/she/it does
We do
You do
They do
Ik doe
Jij doet
Hij/zij/het doet
wij doen
jullie doen
zij doen

Slide 19 - Tekstslide

Ontkenning
De opbouw van een ontkennende zin is :

Pronoun + to do + not + hele werkwoord 
Voorbeeld:
do not work at Mcdonalds
Ik werk niet bij Mcdonalds

Slide 20 - Tekstslide

Let op!
De SHIT-regel pas je maar een keer toe.
Voorbeeld:
He does not work at Mcdonalds
Dus niet
He does not works at Mcdonalds

Slide 21 - Tekstslide

Let op!
Bij onveranderlijke feiten die zijn , gebruik je geen hulpwerkwoord.
London is not the capital of the UK
dus niet:
London does not are the Capital of the UK.

Slide 22 - Tekstslide

Afkortingen
In het Engels houden we van afkorten.
De ontkennende present Tense valt ook af te korten, en wordt ook vaak gedaan. 
I don't watch movies every evening
He doesn't work at Mcdonalds
London isn't the capital of the UK
De afkorting is dus:
n't

Slide 23 - Tekstslide

Uitspraak
Doesn´t 
Don´t 
Isn´t 
Aren´t
Am not (wordt niet afgekort)
[ duh-zuhnt]
[ doohnt ]
[ih-zuhnt]
[ahr-ruhnt]

Slide 24 - Tekstslide

Vul de zin aan ( not watches)

He.... movies every night
A
doesn't watch
B
Don't watch
C
Doesn't watches
D
Don't watches

Slide 25 - Quizvraag

Vergelijkingen
Wanneer wij dingen vergelijken, "hij kijkt elke avond films, maar zij niet." hoeven we net zoals in het Nederlands er niet een extra "kijk" in te gooien.
Voorbeeld:
He watches movies every night, but she doesn't 

Slide 26 - Tekstslide

Present Continuous
De present continuous verteld over:
  • Dingen die nu gebeuren, dus iets is nog bezig
  • iets is gestart in het verleden, maar is nog niet klaar
  • iets gaat heel binnenkort gebeuren.

Slide 27 - Tekstslide

Voorbeelden
I am walking right now
Ik ben nu aan het lopen
I am studying mangement assistant at this moment
Op het moment studeer ik M.A.
She is currently eating
Zij is nu aan het eten



Slide 28 - Tekstslide

Hoe weet ik dat ik de P.C. moet gebruiken?
Soms zijn er signaalwoorden:
Now
Currently
Right now
At the moment
At this moment
At present

Nu
momenteel
Nu
Op dit moment
Op dit moment
Huidig

Slide 29 - Tekstslide

Hoe bouw ik de P.C. op?
De present continuous is zo opgebouwd:
Pronoun + to be + hele werkwoord + ing

Dus:
I am eating 

To be is een auxiliary verb een hulpwerkwoord

Slide 30 - Tekstslide

Regel 2
Het hulp werkwoord "to be" dient correct vervoegd te worden in de present simple:
I am
You are
He/she/it is
We are
You are
They are


Slide 31 - Tekstslide

Uitzonderingen
  1. bij werkwoorden die eindigen op een -e wordt in de P.C. de    -e weggelaten.
  2. Bij werkwoorden die eindigen op een klinker gevolgd door een medeklinker, wordt de medeklinker verdubbelt.

Slide 32 - Tekstslide

Uitzondering 1
To leave      weggaan
P.C. = Pronoun + to be + verb + ing
maar bij w.w. die eindigen op -e, wordt de -e weggelaten
Dus:
I am leaving
You are leaving
She is leaving

Slide 33 - Tekstslide

Uitzondering 2
To chat      chatten/kletsen
P.C. = Pronoun + to be + verb + ing
Maar bij woorden die eindigen op een klinker gevolgd door een medeklinker, wordt de medeklinker verdubbeld
dus:
I am chatting
She is chatting

Slide 34 - Tekstslide

Vul de zin aan (to watch)

She ... tv right now
A
watches
B
is watches
C
is watching
D
are watching

Slide 35 - Quizvraag

Vul de zin aan (to drink)

I .... tea at the moment
A
Drinking
B
drink
C
am drinking
D
is drinking

Slide 36 - Quizvraag

Bij negations
De P.C. kan ook ontkennend gemaakt worden.
Negations zijn in de past simpel:
pronoun + to do + not + verb

In de P.C. wordt het:
Pronoun + to be + not + verb + ing

Slide 37 - Tekstslide

Voorbeeld
Pronoun + to be + not + verb + ing

I am not watching
She is not leaving
He is not chatting

Het hulp w.w. "to do" wordt dus niet gebruikt.

Slide 38 - Tekstslide

Afkorten
Ook hier kan worden afgekort via dit rijtje:
You aren't 
He/she/it isn't 
we aren't
you aren't 
they aren't 
Behalve bij I am, deze kan niet worden afgekort!

Slide 39 - Tekstslide

Vragende zinnen
Vragende zinnen worden veel gebruikt en zijn erg belangrijk om te kennen. 
Vragende zinnen kun je in verschillende vervoegingen zetten.
Wij gaan kijken naar de present simple en de present continuous.

Slide 40 - Tekstslide

Opbouw vraagzin
(vraagwoord) + to do + pronoun + verb (Present simple)
(vraagwoord) + to be + pronoun + verb + ing (present continuous)

Wat valt je op?

Slide 41 - Tekstslide

Vraagzinnen P.C.
I am walking                                            Ik ben aan het lopen

Am I walking?                                         Ben ik aan het lopen

Slide 42 - Tekstslide

Regel 1
De hulpwerkwoorden dienen correct vervoegt te worden

I am
You are
He/she/it is
we are
you are
they are 
I do
You do
he/she/it does
we do
you do
they do

Slide 43 - Tekstslide

Regel 2
De SHIT-regel in de present tense geldt ook bij vraag zinnen alléén voor het hulp w.w.
Dus:
Does she walk?
Niet:
Does she walks

Slide 44 - Tekstslide

Regel 3
In de present continuous komt er alleen bij het werkwoord -ing achter, met alle regels, niet bij het hulp w.w.
Dus:
Are you walking?
Niet:
areing you walking?

Slide 45 - Tekstslide

Vraagwoorden
What
Wh-aht
wat
Who
Wh-oe
Wie
Why
Wh-aj
Waarom
Which
Wh-ihch
Welke
When
Wh-ehn
Wanneer
Where
Wh-ehr
Waar
How
Houw
Hoe

Slide 46 - Tekstslide

Vraagwoorden
What
Vraagt naar informatie over eits
Who
Vraagt naar een persoon
Why
Vraagt naar een reden
Which
Vraagt naar een keuze
When
Vraagt naar een tijd
Where
Vraagt naar een plaats
How
Vraagt naar gevoelens óf naar instructie

Slide 47 - Tekstslide

Huiswerk
  • Blz 122 opdracht 1 : vul de zinnen aan met de correcte vorm
  •  Site 1 (Slide 51) Present simple, basis, ontkenning of vraag
  • Site 2 (Slide 52) Present continuous, basis, ontkenning of vraag
  • Pronouns leren
  • Vraagwoorden leren

Slide 48 - Tekstslide

Schrijf de regels op
Wanneer je de opdrachten in het boek maakt: schrijf op waarom je een vorm hebt gekozen.
Bijvoorbeeld: 
Het is de present simple want het is een routine, het persoonlijke voornaamwoord is "She" dus komt er de Shit-regel bij.

Slide 49 - Tekstslide

Deadline
Zondag 01 Mei voor 16:00
Foto opdrachten boek
Screenshot van de site (ingevuld)

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Link

Slide 52 - Link