EHBO H4

EHBO

Hoofdstuk 1.4 blessurepreventie en -behandeling
blz. 45 t/m 82
1 / 76
volgende
Slide 1: Tekstslide
BsmMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 76 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 10 videos.

Onderdelen in deze les

EHBO

Hoofdstuk 1.4 blessurepreventie en -behandeling
blz. 45 t/m 82

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
Les 1 - Blessurepreventie
Les 2 - Hulpverlening
Les 3 - Bewustzijnverstoring en letsels
Les 4 - SE EHBO

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EHBO

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

EHBO
In Nederland is iedereen verplicht (bij wet) om een medemens in nood te helpen. Ook als je geen kennis hebt van eerste hulp verlenen, wordt er van je verwacht dat je helpt, zo goed als je kunt.
112 bellen kan iedereen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 vormen van blessurepreventie
1. Primaire: voorkomen van een blessure

2. secundaire: het verminderen van een opkomende blessure.

3. Tertiaire: het voorkomen van het verergeren van een bestaande blessure.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

verschillende type blessures
1. Endogene blessure: deze blessures worden veroorzaakt door factoren die in het lichaam gelegen zijn. (belastbaarheid van de sporter)

2. Exogene blessures: die ontstaan door factoren van buiten het lichaam zelf. (belasting van de sporter)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vormen van blessures
1. Acute blessure: deze treedt plotseling op.
denk aan het zwikken van een enkel.

2. Chronische blessure: deze is meer een langdurige en slepend van aard.
Chronische blessures doen zich in vier stadia voor:
1 pijn na de sportbeoefening
         2 ook pijn bij aanvang van sportbeoefening
3 ook pijn tijdens de sportbeoefening
4 de sporter heeft ook last tijdens rust.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan je doen in stadium 1 van een chronische blessure om de blessure te verminderen?

Slide 10 - Open vraag

Antwoord:
Je kan als sporter de intensiteit in de trainingen verlagen, meer rust tussen de training of tijdens de trainingen
Bloedneus bij boksen
Een zweepslag
veel trappen tegen de enkel krijgen
tenniselleboog
acute exogene blessure
acute endogene blessure
chronische exogene blessure
chronische endogene blessure

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Meneer Camper heeft tijdens een voetbalwedstrijd zijn achillespees bijna helemaal afgescheurd. Er is sprake van een ...
A
Acute exogene blessure
B
Acute endogene blessure
C
Chronische exogene blessure
D
Chronische endogene blessure

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De schouderblessure van Fay is al langere tijd aanwezig. De klachten keren regelmatig terug en genezen niet vanzelf.
A
Acute exogene blessure
B
Acute endogene blessure
C
Chronische exogene blessure
D
Chronische endogene blessure

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Benjamin heeft een trap tegen zijn knie gekregen tijdens de kickboxtraining, waardoor hij een weekje rust moet nemen.
A
Acute exogene blessure
B
Acute endogene blessure
C
Chronische exogene blessure
D
Chronische endogene blessure

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Veerle is met skiën in botsing gekomen en heeft daar gekneusde ribben aan over gehouden.
A
Acute exogene blessure
B
Acute endogene blessure
C
Chronische exogene blessure
D
Chronische endogene blessure

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Meneer Hanraads heeft begin december een hamstringblessure opgelopen. Tot de dag van vandaag kan hij niet deel uitmaken van zijn eigen training.
A
Acute exogene blessure
B
Acute endogene blessure
C
Chronische exogene blessure
D
Chronische endogene blessure

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Belastbaarheid

= Wat je lichaam aankan
Dit is de maximale hoeveelheid inspanning die je lichaam zonder problemen kan verdragen.

Voorbeelden:

  • Hoeveel je kunt trainen zonder klachten te krijgen
  • Hoe zwaar je kunt tillen zonder pijn
  • Hoe vaak je kunt sporten zonder overbelasting

Belasting

= Wat je lichaam daadwerkelijk moet doen
Dit is de inspanning die je lichaam op een bepaald moment levert.

Voorbeelden:

  • Hoe vaak je traint
  • Hoe zwaar je traint
  • Hoe intensief je beweegt

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De belastbaarheid heeft te maken met endogene factoren
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De belasting heeft te maken met exogene factoren
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Goed sportmateriaal heeft geen invloed op blessurepreventie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Goed sportmateriaal heeft geen invloed op blessurepreventie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Conditietraining is een vorm van primaire blessurepreventie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De eindpartij op een training uitstappen vanwege een opspelende hamstring is een vorm van tertiaire blessurepreventie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Olivier krijgt een keiharde bal net iets onder zijn knieschijf tijdens de hockeywedstrijd. Hij stapt uit en haalt wat ijs om 20 minuten te koelen. Dit is een vorm van teriaire blessurepreventie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onvoldoende bewegen kost de maatschappij meer geld dan sportblessures.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zit er in een
EHBO koffer?

Slide 27 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De volgorde van handelen bij een ongeval
Met het verlenen van eerste hulp zorg je ervoor dat de toestand van het slachtoffer niet verslechtert.
 
Blijf kalm en probeer zo snel mogelijk inzicht te krijgen in de situatie.

De vijf punten rechts helpen daarbij!

1. Let op gevaar
2. Geruststellen van het slachtoffer 
3. Beoordelen van de situatie 
4. Zorg voor professionele hulp
5. Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom staat 'let op gevaar' op de eerste plek?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Let op gevaar voor jezelf, omstanders en het slachtoffer
Denk aan:
Langsrazend verkeer
Losliggende voorwerpen 
Brand
Kabels onder spanning
Instortende gebouwen

Denk ook aan:
Paniek
Agressie
Vechtpartijen

Wat als het te gevaarlijk is?



Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Punt 2 (gerust stellen) kan ook overgeslagen worden, waarom?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je doen als een slachtoffer met zijn ogen dicht op de grond ligt?
A
Gelijk 112 bellen
B
Controleren op een ademhaling
C
Controleren of het slachtoffer bewusteloos is of niet
D
Doorlopen

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bewusteloos 

  • Direct 112 bellen
  • Omstander AED laten halen
  • Ademhaling checken
  • Geen ademhalen = reanimeren
  • 'Normale' ademhaling = stabiele zijligging
Bij bewust zijn

  • Gerust stellen
  • Beoordelen wat er aan de hand is / vragen
  • Hulp toepassen / inschakelen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Doorverwijzen naar een dokter
Heb je een slachtoffer geholpen, zorg er dan altijd voor dat deze langs gaat bij de dokter. 
Dit hangt wel af van de situatie.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbinden/wonden

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pl
Pleister: Het gaasje is steriel zorg er voor dat je die niet aanraakt. (kleine wondjes)

Wondsnelverband: is een gaasje met daaraan vaste plakkers of windsel. (bloedingen)

Zwachtelen: is het aanleggen van een stevig verband. Je gebruikt dit bijvoorbeeld bij een hevige bloeding in combinatie met een snelverband. (hevige bloedingen / verzwikking) 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

welke richting zwachtel je altijd op?
A
Van het hart af
B
Naar het hart toe
C
Maakt niet uit

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor staat de ICE-regel?

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

ICE-regel
Koelen: koel het betreffende lichaamsdeel met ijs. Dit doe je tussen de 10 en 20 minuten.

I: immobiliseren, na het koelen er voor zorgen dat het betreffende lichaamsdeel niet of nauwelijks meer beweegt.

C: compressie, geef druk op het getroffen lichaamsdeel. Dit doe je door een zwachtel aan te leggen.

E: elevatie, houd het lichaamsdeel omhoog zodat het hoger dan het hart ligt.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat word er met trauma letsel bedoelt?
A
letsel waarbij je met de traumahelikopter moet worden opgehaald
B
Letsel waar je lang mentaal last van hebt
C
Letsel dat opgelopen is door contact met iets of iemand
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

1
2
3
4
5
Let op gevaar
Geruststellen van het slachtoffer
Beoordelen van de situatie
Zorgen voor professionele hulp
Help het slachtoffer ter plaatse

Slide 45 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kneuzing (contusio)
Wat herken je:
  • Het slachtoffer heeft pijn, meestal door trauma.
  • Er kan zwelling optreden, later word het blauw.

Hulpverlenen:
ICE-principe
Verzwikking, verrekking en verstuiking (distorsie)
Wat herken je:
Door verdraaien of omklappen van een gewricht rekken het gewrichtskapsel en de banden op, of scheuren in of af (ruptuur)

Er is vaak een zwelling, een verkleuring en pijn in of rond het gewricht.

Hulpverlenen:
  • ICE-principe
Kan er helemaal niet op gesteund worden of is er sprake van een extreme zwelling, scheurend, krakend of knappend gevoel dan een arts raadplegen

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontwrichting (luxatie, dislocatie). 
Botten zijn in gewrichten ten opzichte van elkaar verschoven. Te herkennen aan een abnormale stand

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Botbreuk (fractuur)
Het slachtoffer heeft veel pijn, een krakend of knappend gevoel vernomen, kan misselijk of bleek zijn en niet instaat het geblesseerde ledemaat te bewegen.

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

open botbreuk (gecompliceerde fractuur)
ongewone stand van het bot en er is een uitwendige wond ter hoogte van de breuk. Soms kan het bot ook zichtbaar zijn.

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koelen
Immobiliseren
Hoog houden (wanneer mogelijk)
Wond afdekken
Snel rechtzetten van getroffen lichaamsdeel
Botbreuk
Ontwrichting
Open botbreuk

Slide 50 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ontwrichting
  • Immobiliseer het getroffen lichaamsdeel
  • Houd het lichaamsdeel hoog (zo mogelijk)
  • Geef eventueel steun door middel van een mitella of brede das.
  • Bel 112 voor advies of als je meer ervaren bent kan je ook de beslissing maken om iemand naar de ehbo-post te sturen.
Botbreuk
  • Immobiliseer het getroffen lichaamsdeel of zelf laten doen
  • Bel 112 voor advies of als je meer ervaren bent kan je ook de beslissing maken om iemand naar de spoedeisende hulp te sturen
Open botbreuk
  • Het zelfde als bij een botbreuk.
  • De wond afdekken met een steriel gaasje of snelverband
Hulpverlenen bij:

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nek- en rugletsel
  • Pijn in de nek of rug.
  • Gevoelloosheid in de armen of benen, tintelingen of verlammingsverschijnselen.
  • Breuk of ontwrichting.
  • Slachtoffer laten liggen zoals die ligt
  • Immobiliseren
  • 112 bellen

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kramp
  • De spier trekt samen, voelt hard en is pijnlijk.

  • SAR: schudden, antagonist aanspannen, Rustig rekken

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spierscheuring (zweepslag)
  • Het scheuren voelt als een zweepslag, een korte felle pijn die blijft steken.
  • Er is ook meestal sprake van zwelling
  • ICE-principe en een arts raadplegen

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je immobiliseren zonder mitella of brede das?

Slide 55 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan kramp veroorzaken?
A
Vochttekort / Zouttekort
B
Ongetraindheid
C
Vermoeidheid
D
Alle antwoorden

Slide 56 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan je immobiliseren bij nek- en rugletsel?

Slide 57 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bewustzijnverstoring

Slide 58 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Flauwte
Herkennen: ziet bleek, zweet en geeuwt. Soms is het slachtoffer ook verward

Hulp: zorg voor frisse lucht, leg het slachtoffer plat neer en stel gerust.

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 60 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bewusteloosheid
Herkennen: reageert niet meer op (zachtjes) schudden.

Hulp: laat hulp komen (112), controleer ademhaling.

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je doen als een bewusteloos slachtoffer nog wel ademt?

Slide 62 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hersenschudding
  • Herkennen: lichte verwardheid, hoofdpijn, ongewone slaperigheid.
  • 112 bellen of een arts raadplagen.

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 64 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 65 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Suikerziekte
  • Hypo: te weinig suiker in het bloed
licht in het hoofd, zweet, trilt en/of geeuwt.

  • Hyper: te hoge suikerspiegel
slachtoffer wordt steeds slapper.

Bij twijfel suiker toedienen (sportdrank, sterke limonade). Hypo klaart binnen paar minuten op.

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1x goed laten snuiten, hoofd naar beneden, neus dichtknijpen
Schoonmaken met water, eventueel afdekken.
Hoofd naar beneden, neus dichtknijpen
Afdekken met een pleister of steriel gaasje.
Schaafwond
Kleine bloeding
Spontane bloedneus
Bloedneus na trauma

Slide 67 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Shock
  • Veel bloedverlies (extern of intern)
  • Voelt zich ziek, grauwe gelaatskleur, heeft het houd en voelt ook koud aan.
  • Shock is levensbedreigend!
  • Snelle professionele hulp!

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hevige bloeding
  • Veel bloedverlies
  • Houd het getroffen lichaamsdeel hoger dan het hart.
  • Druk op de wond.
  • Zo snel mogelijk een snelverband en zwachtel aanbrengen.

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je mag met een shirt of doek ook druk geven op een hevige bloeding
A
Juist
B
Onjuist

Slide 70 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je extra bij een hoofdwond ten opzichte van een hersenschudding?

Slide 71 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Onderkoeling
Onderkoeling loop in fases.
  • Koud, rilt en bleke huid (1,2,3)

  • Slaperig of agressief, lichaamsfuncties gaan achteruit, ziet en hoort slecht of afname van reflexen (2 of 3)

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warmtestuwing
Herkennen: 
  • Kramp en hoofdpijn, duizelig en gedesoriënteerd.
  • Stuiptrekkingen of bewusteloos

Hulp:
  • Koele plek en afkoelen met water
  • Bij bewustzijn en niet in shock, water of sportdrank geven.

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 74 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 75 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Astma
Benauwd en laat onnatuurlijke geluiden horen.

Help met eventueel medicijnen nemen.


Hyperventilatie
Snelle ademhaling, benauwd en heeft een hoge hartslag.

Stel gerust en blijf praten, vooral afleiden van het ademen kan helpen.
(Adem door de neus of beter nog één neusgat

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies