H1B 5-4-2019

Bienvenue
Aujourd'hui c'est le 5 avril, 2019
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Bienvenue
Aujourd'hui c'est le 5 avril, 2019

Slide 1 - Tekstslide

Qu'est-ce qu'on va faire?
  • Corriger ex. 4, 5 et 7 
  • Petit quiz 
  • Ex. 8, 10 et 11 
  • Au travail! Ex. 12 

Slide 2 - Tekstslide

Ex. 4
1. Doe jij aan sport?
2. Luc 
3. Hij bezoekt een open week, en wil een proeflex boxen volgen
4. Eigen antwoord
5. Luc ontdekt een nieuwe sport


Slide 3 - Tekstslide

Ex. 4,B

B. antwoord B, C en G

Ex. 4, C 
1. sportief
2. 2 
3. demonstratie
4. meisjes
5. handschoenen
6. dans 

Slide 4 - Tekstslide

Ex. 5
5a. 1C, 2E, 3A, 4G, 5D, 6H, 7B, 8E
5b. 
1. sportif                                 6. joue
2. fois                                      7. souvent 
3. essayer                              8. une journée 
4. un cours
5. être en forme

Slide 5 - Tekstslide

Ex. 7
1. Faire du basket
2. Faire du tennis
3. Faire de l'équitation
4. Faire du foot
5. Faire du vélo
6. Faire de la danse 

Slide 6 - Tekstslide

Le cours
A
De les
B
De cursus

Slide 7 - Quizvraag

Déjà
A
Toen
B
Al

Slide 8 - Quizvraag

Faire
A
Doen/maken
B
Lezen

Slide 9 - Quizvraag

Rencontrer
A
Rennen
B
Ontmoeten

Slide 10 - Quizvraag

Proberen
A
Encontrer
B
Essayer

Slide 11 - Quizvraag

Fietsen
A
Faire du vélo
B
Faire du basket

Slide 12 - Quizvraag

L'arbitre
A
De arbeid
B
De scheidsrechter

Slide 13 - Quizvraag

Le rêve
A
De leerling
B
De droom

Slide 14 - Quizvraag

Gagner
A
Vaak
B
Winnen

Slide 15 - Quizvraag

Laatste
A
Dernier/dernière
B
belangrijk

Slide 16 - Quizvraag

Schaatsen
A
Faire du patinage
B
Faire de l'équitation

Slide 17 - Quizvraag

Il faut
A
Hij mag
B
Hij moet

Slide 18 - Quizvraag

La fois
A
De keer
B
Natuurlijk

Slide 19 - Quizvraag

Ex. 8 
8.
b. 1. alle dagen, 2 of 3 uur per week
     2. Ja, wie kan vertellen waarom?
     3. Ja, op zaterdag 
c.  1 - faux, 2-vrai, 3-vrai, 4-faux, 5-faux, 6-vrai, 7-vrai, 8-faux, 9-vrai

Slide 20 - Tekstslide

Ex. 12 
Luisteroefening 

Slide 21 - Tekstslide

Les dévoirs pour le 10 avril
Apprendre: vocabulaire A et B 

Slide 22 - Tekstslide