Stabiele zijligging/reanimeren

Deze les
quiz stabiele zijligging en reanimeren

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
EHBOMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Deze les
quiz stabiele zijligging en reanimeren

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video



EHBO Reanimatie

Slide 3 - Tekstslide

        Wat leren we vandaag?
1.Hoe herken je tijdig een reanimatiesituatie en hoe moet je daarbij handelen? 
2. Hoe gebruik je een AED wanneer deze beschikbaar is?

Slide 4 - Tekstslide

Aan de slag:
Inloggen via: https://heartbeat.rodekruis.nl 
(of via je inlogmail in je mailbox)

- Cursus reanimatie geheel afronden


Slide 5 - Tekstslide

Wat is de rede om een slachtoffer stabiel te leggen?
A
Betere bloedtoevoer naar de hersenen.
B
Om de ademhaling te controleren bij bewusteloosheid.
C
Om rug- en/of nekletsel te stabiliseren.
D
Zodat je ook de rugzijde van het slachtoffer kunt onderzoeken.

Slide 6 - Quizvraag

Wanneer leggen we een slachtoffer stabiel?
A
Zodra je merkt dat het slachtoffer niet ademt.
B
Nadat je alle zichtbare letsels hebt behandeld
C
Nadat je bij het bewusteloze slachtoffer een goede ademhaling hebt gezien.
D
Alleen op advies van de 1-1-2 centralist.

Slide 7 - Quizvraag

Je draait het slachtoffer op zijn zij door:
A
Te trekken aan de arm die het verst van je af is.
B
Te trekken aan de heup en het hoofd te ondersteunen.
C
Het slachtoffer aan de gebogen knie naar je toe te trekken.
D
Aan de heup en de schouder te trekken.

Slide 8 - Quizvraag

Nadat het slachtoffer stabiel is gelegd:
A
Ben je klaar en wacht je op de ambulance.
B
Moet je het bewustzijn en ademhaling blijven controleren.
C
Ga je de AED halen.
D
Moet je het slachtoffer wat te drinken geven.

Slide 9 - Quizvraag

Waarop ligt de nadruk bij reanimatie?
A
Beademen.
B
Borstcompressies.
C
Bewustzijn controleren.
D
Bloedsomloop controleren.

Slide 10 - Quizvraag

Hoe lang moet de ademhaling gecontroleerd worden?
A
10 seconden.
B
5 seconden.
C
Tot je zeker bent van wel of geen ademhaling.
D
Tot de AED er is.

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de goede verhouding tussen borstcompressies / beademingen?
A
20 / 5
B
2 / 30
C
15 / 2
D
30 / 2

Slide 12 - Quizvraag

Hoe diep moet de borstkas worden ingedrukt?
A
10 cm.
B
5-6 cm.
C
Op het gevoel.
D
4-5 cm.

Slide 13 - Quizvraag

Wat is GEEN rede om een reanimatie te stoppen?
A
Het slachtoffer geeft duidelijke tekenen van leven.
B
Je denkt dat het geen zin meer heeft.
C
Je bent volledig uitgeput.
D
Het ambulancepersoneel zegt dat je kan stoppen.

Slide 14 - Quizvraag