Cap 3 - les 1 + 2 (24-25)

Reflectie over de toets Toetsweek 2:
1. Hoe ging het?
2. Wat ging goed, wat ging niet goed?
3. Hoe heb je geleerd voor de toets?
4. Wat kan je volgende keer anders doen?
5. Tips voor andere leerlingen?
timer
3:00
1 / 42
volgende
Slide 1: Open vraag
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Reflectie over de toets Toetsweek 2:
1. Hoe ging het?
2. Wat ging goed, wat ging niet goed?
3. Hoe heb je geleerd voor de toets?
4. Wat kan je volgende keer anders doen?
5. Tips voor andere leerlingen?
timer
3:00

Slide 1 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dos preguntas cotidianas
¿Cuál es la fecha de hoy?

¿Qué tiempo hace hoy?


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué vamos a hacer?

  • Voorstellen 
  • Capítulo 3: ¿Y tú, cómo eres? 

    => Objetivo: descripciones de personas



Slide 3 - Tekstslide

Les in twee delen 
¿Quién soy yo? Wie ben ik?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Quién eres tú?
- Nombre
- Edad
- Ciudad 
- Pasatiempo
- ¿Algo más....?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Las reglas de clase
  • Als de docent praat, is het stil. Ook als een leerling aan het woord is, luisteren we naar elkaar.
  • Alle spullen voor je hebben liggen mee (schrift en pen, opgeladen macbook). 
  • Maak aantekeningen in je schrift.
  • Heb je een vraag? Steek je hand op, wacht tot je de beurt krijgt
  • Huiswerk maak je in je schrift. 
  • Huiswerk checks + actief meedoen 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué vamos a hacer?

  • Capítulo 3: ¿Y tú, cómo eres? 

    => Objetivo: descripciones de personas



Slide 8 - Tekstslide

Les in twee delen 
Capítulo 3

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué ciudad es?
A
Bruselas, Bélgica
B
Londres, Inglaterra
C
Paris, Francia
D
Granada, España

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:00
Y TÚ, ¿CÓMO ERES?

Aan welk(e) Spaans(e) woord(en) denk je
bij het onderwerp uiterlijk/karakter?

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Algunas preguntas sobre Granada (7 min.)
1. ¿Dónde está Granada? 
2. ¿En qué comunidad está Granada?
3. ¿Cómo se llama el monumento más famoso de Granada?
4. ¿Quién construyó este monumento? ¿Y cuándo?
5. ¿Qué montaña famosa está cerca de Granada?
6. ¿Qué otras 3 ciudades están en Andalucía?

timer
7:00

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ejercicios 3 + 4

timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leer "La llegada"
1. Va a: Fuente A (Libro de Texto p27)
En parejas: leer el texto en voz alta

2. Hacer: ejercicios 3 + 4abcd (Libro de Ejercicios p89)

3. Estudiar: Quizlet/Studygo - leerjaar 2 - Capítulo 3 - 3.1 + 3.2
timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dos preguntas cotidianas
¿Cuál es la fecha de hoy?

¿Qué tiempo hace hoy?


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué vamos a hacer?
Capítulo 3: ¿Y tú, cómo eres? 
  • Check + controlar deberes (ej.3,4)
  • Escuchar (ejercicio 5+6)



Slide 19 - Tekstslide

Les in twee delen 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué vamos a hacer?
Capítulo 3: ¿Y tú, cómo eres? 

  • describir a tu amigo/amiga

Slide 21 - Tekstslide

Les in twee delen 
Reflectie over de toets Toetsweek 2:
1. Hoe ging het?
2. Wat ging goed, wat ging niet goed?
3. Hoe heb je geleerd voor de toets?
4. Wat kan je volgende keer anders doen?
5. Tips voor andere leerlingen?
timer
3:00

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué palabras recuerdan?
aspecto físico / caracter

Slide 23 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué adjetivos mencionan?

Slide 25 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Adjetivos
  1. alto
  2. bajo
  3. intelectual
  4. cómico
  5. serio
  6. fenomenal
  7. guapo
  8. activo
  9. perezoso
  10. atlético
  11. tímido
  12. trabajador

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cómo eres tú?
Escribe 3 frases en tu cuaderno.
Después, describe a un compañero

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cómo eres tú?
3 verbos comunes:
- Ser (zijn)
- Tener (hebben)
- Llevar (dragen)
Deze werkwoorden gebruik je in 
standaard combinaties. 


Vertaal eerst de woorden om 
mensen van uiterlijk te omschrijven op de  volgende slide


Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tiene el pelo moreno. Lleva los pantalones azules.

A
B
C
D
A
Rosa
B
María
C
Pablo
D
Jorge

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tiene el pelo rizado. Lleva un vestido rojo.

A
B
C
D
A
Rosa
B
María
C
Pablo
D
Jorge

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Es una mujer delgada, tiene el pelo rubio.

A
B
C
D
A
Rosa
B
María
C
Pablo
D
Jorge

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Es....
A
viejo
B
joven
C
moreno
D
gordo

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tiene los ojos..........
A
azules
B
verdes
C
azul
D
verde

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Karakter beschrijven in het Spaans doe je met het werkwoord
Extra uitleg werkwoorden bij personen beschrijven

Ser gebruik je bij het beschrijven van uiterlijk en/of karakter wanneer er een bijvoeglijk naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Ella es guapa.

Estar gebruik je bij gemoedstoestanden
Bijvoorbeeld: Estoy contenta. 

Tener gebruik je als je beschrijft hoe oud iemand is of wanneer er een zelfstandig naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Tengo los ojos azules.

Lever gebruik je als je beschrijft of iemand iets draagt/aanheeft. 
Bijvoorbeeld: Lleva los pantalones azules. 

A
Ser
B
Llevar
C
Estar
D
Tener

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Haarkleur beschrijven in het Spaans doe je met het werkwoord
Extra uitleg werkwoorden bij personen beschrijven

Ser gebruik je bij het beschrijven van uiterlijk en/of karakter wanneer er een bijvoeglijk naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Ella es guapa.

Estar gebruik je bij gemoedstoestanden
Bijvoorbeeld: Estoy contenta. 

Tener gebruik je als je beschrijft hoe oud iemand is of wanneer er een zelfstandig naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Tengo los ojos azules.

Lever gebruik je als je beschrijft of iemand iets draagt/aanheeft. 
Bijvoorbeeld: Lleva los pantalones azules. 

A
Ser
B
Llevar
C
Estar
D
Tener

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:30
el pelo rubio
el pelo corto
las gafas
los ojos azules
el pelo castaño

Slide 37 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf jezelf in 4 zinnen
1: Soy.......,
2: Tengo el pelo........,
3: Tengo los ojos........, 4: Llevo........
timer
1:30

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

A. Describe a alguien en esta clase
Individualmente
  1. Schrijf je naam boven aan een nieuw blaadje dat je kan uitscheuren
  2. Beschrijf 2 personen die in de klas zitten, niet je vecin@!
  3. Dit schrijf je op in minimaal 5 HELE zinnen. Challenge: gebruik muy/poco/bastante
Juntos
  1. De docent leest 1 van de 2 beschrijvingen voor
  2. De klas raad over wie het gaat
  3. Steek je hand op als je het weet!

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Describe a dos personas en la clase

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!
ejercicios: 8, 9, 10
studygo 3.2 + 3.3
estudiar fuente D

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cómo fue la clase?
😒🙁😐🙂😃

Slide 42 - Poll

Deze slide heeft geen instructies