Ecosystemen en voedselrelaties (Biologie vmbo), les 1: Uitleg

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Ecosystemen en voedselrelaties

Examenstof biologie vmbo

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over ecosysteem en populatie, producent, consument en reducent, voedselketen en voedselweb, piramides van aantallen en biomassa, energieverlies, koolstofkringloop, stikstofkringloop en biotische en abiotische factoren. VB doet de rollen en de voedselketen; VK, VG en VT ook voedselweb, piramides, koolstofkringloop en factoren; VG en VT ook de stikstofkringloop.

Onderdelen in deze les

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Ecosystemen en voedselrelaties

Examenstof biologie vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: BI/K/6.5, BI/K/6.6. Image credit: Klankbeeld / Wikimedia Commons, CC0

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen wie producent, consument en reducent is, een voedselketen en voedselweb lezen en zeggen wat ecosystemen beïnvloedt.

Deze slide heeft geen instructies

Wie eet wie in de natuur?

Verwacht: vos eet konijn, koe eet gras, vogel eet worm, mens. Koppel de woorden aan de begrippen van de les: producent, consument, voedselketen. Veelgemaakte fout: denken dat planten alleen voedsel zijn en zelf niets doen. Planten maken zelf hun energierijke stoffen.

Heide met pijpenstrootje en grove den, Loonse en Drunense Duinen

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Wat is een ecosysteem?

  • Een ecosysteem is een gebied met alle planten, dieren en andere organismen die er leven, samen met hun omgeving.

  • Voorbeelden: een bos, een sloot, een heide of een weiland.

  • Een populatie zijn alle dieren of planten van één soort in een gebied, zoals alle konijnen in de duinen.

  • In een ecosysteem hebben organismen elkaar nodig.

Syllabus BI/K/6.5: wat een ecosysteem is. Laat leerlingen een eigen ecosysteem noemen en daar twee populaties in aanwijzen. Veelgemaakte fout: populatie en ecosysteem door elkaar halen. Een populatie is één soort, een ecosysteem bevat meerdere soorten en de omgeving. Leerwegverschil: voor VB (basis) zijn producent, consument, reducent en de voedselketen de kern; voor VK, VG en VT komen voedselweb, piramides, koolstofkringloop, energieverlies en milieufactoren erbij, en voor VG en VT ook de stikstofkringloop. Image credit: Klankbeeld / Wikimedia Commons, CC0

Een vos springt op een prooi onder de sneeuw

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Producenten en consumenten

  • Planten zijn producenten. Ze maken zelf energierijke stoffen met fotosynthese.

  • Dieren zijn consumenten. Ze kunnen dat niet zelf en eten dus planten of andere dieren.

  • Een vos eet een konijn en het konijn eet gras: allebei dieren, dus consumenten.

  • Zonder planten hebben de dieren in een ecosysteem geen voedsel.

Syllabus BI/K/6.5: planten zijn producenten die zelf energierijke stoffen maken door fotosynthese; dieren zijn consumenten die voor hun voedsel afhankelijk zijn van andere organismen. Fotosynthese gebruikt licht, water en koolstofdioxide. Veelgemaakte fout: denken dat alleen vleeseters consumenten zijn. Ook planteneters zijn consumenten. Image credit: Goutham89 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Zwammen op een dode boomstam

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Reducenten ruimen op

  • Dood materiaal blijft niet liggen: dode planten en dieren, poep en afgevallen bladeren.

  • Reducenten zoals schimmels en bacteriën ruimen dat op.

  • Ze zetten het om in stoffen die planten weer kunnen gebruiken.

  • Zo blijven de stoffen in een ecosysteem steeds rondgaan.

Syllabus BI/K/6.5: reducenten (schimmels en bacteriën) ruimen dood materiaal op. Voor KB/GT: reducenten zetten het om in koolstofdioxide, water en zouten, die planten kunnen opnemen. Veelgemaakte fout: reducenten tellen als consumenten. Het verschil is dat reducenten dood materiaal afbreken in plaats van levende organismen te eten. Image credit: U.S. Fish and Wildlife Service / Wikimedia Commons, publiek domein

Een konijn eet gras. Wat is het konijn in het ecosysteem?

A

Een producent

B

Een consument

C

Een reducent

D

Een populatie van gras

Het konijn eet een plant en maakt zelf geen energierijke stoffen: consument. Verwachte fout: producent kiezen omdat het konijn bij de natuur hoort.

Vul in

Planten zijn producenten: ze maken met fotosynthese zelf energierijke stoffen.

producenten
fotosynthese
consumenten
verbranding

Producenten maken met fotosynthese zelf energierijke stoffen. Verwachte fout: consumenten of verbranding kiezen.

Voedselweb van een weiland (pijlen wijzen naar de eter)

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Voedselketen en voedselweb

  • Een voedselketen laat zien wie wie eet: gras, sprinkhaan, kikker, slang.

  • De pijl wijst van het organisme dat wordt gegeten naar het organisme dat eet.

  • Meestal eet een dier meer soorten. Dan zijn ketens aan elkaar verbonden: een voedselweb.

  • Hier eet de buizerd muizen én slangen.

Syllabus BI/K/6.5: planten- en diersoorten noemen die een voedselketen vormen. Voedselweb is voor KB en GT. Laat de leerlingen drie ketens in het web aanwijzen, bijvoorbeeld gras, muis, buizerd. Veelgemaakte fout: de pijl omdraaien en van de eter naar het gegeten organisme tekenen. Image credit: Eigen figuur, verzonnen gegevens

Piramide van aantallen en van biomassa in een weiland (verzonnen getallen)

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Piramides van aantallen en biomassa

  • Een piramide van aantallen laat zien hoeveel organismen er per schakel zijn.

  • Een piramide van biomassa laat zien hoeveel massa alle organismen van een schakel samen hebben.

  • Onderaan staan de producenten, daarboven de consumenten.

  • De piramide wordt naar boven meestal smaller.

Syllabus BI/K/6.5 (KB/GT): piramide van aantallen en biomassa. De getallen in de figuur zijn verzonnen. Extra uitleg: één boom kan duizenden insecten voeden, dan is de piramide van aantallen onderaan smal; de piramide van biomassa blijft wel naar boven smaller. Veelgemaakte fout: aantallen en massa door elkaar halen. Image credit: Eigen figuur, verzonnen gegevens

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Wat doen consumenten met hun voedsel?

  • Consumenten en reducenten gebruiken de energierijke stoffen uit hun voedsel op twee manieren.

  • Verbranding: de stoffen worden in je cellen verbrand. Dat levert energie op, bijvoorbeeld om te bewegen.

  • Opbouw: van de stoffen maak je je eigen lichaam, zoals spieren en huid.

  • Er gaat ook energie verloren: in afvalproducten, zoals poep en urine, en als warmte.

  • Daarom blijft er naar boven in een keten steeds minder over.

Syllabus BI/K/6.5: consumenten en reducenten gebruiken de energierijke stoffen voor verbranding en voor opbouw van het eigen lichaam. Het energieverlies in afvalproducten en warmte is voor KB en GT. Veelgemaakte fout: denken dat alle energie van het voedsel in het volgende organisme terechtkomt.

Zet de keten op volgorde, van producent naar top

1

Sprinkhaan

2

Gras

3

Slang

4

Kikker

Gras is de producent, de sprinkhaan eet gras, de kikker eet de sprinkhaan en de slang eet de kikker. Verwachte fout: de kikker voor de sprinkhaan zetten.

Waarom wordt een piramide van biomassa naar boven smaller?

A

Onderweg gaat energie verloren als afval en warmte

B

Dieren bovenin een keten zijn altijd kleiner

C

Planten maken meer stoffen dan dieren nodig hebben

D

Reducenten eten de dieren bovenin op

Bij elke schakel gaat energie verloren in afvalproducten en als warmte, dus er blijft minder over voor de volgende schakel. Verwachte fout: denken dat dit door de grootte van het dier komt.

De koolstofkringloop

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

De koolstofkringloop

  • Koolstof zit in koolstofdioxide (CO2) in de lucht en in energierijke stoffen in organismen.

  • Planten nemen CO2 op en maken er met fotosynthese energierijke stoffen van.

  • Dieren eten planten of andere dieren en nemen zo koolstof op.

  • Bij verbranding in planten, dieren en reducenten komt CO2 weer vrij.

Syllabus BI/K/6.5 (KB/GT): de koolstofkringloop. Reducenten zetten dood materiaal om in koolstofdioxide, water en zouten. Verbranding gebeurt in alle levende cellen, ook in planten. Veelgemaakte fout: denken dat alleen dieren CO2 afgeven. Image credit: Eigen figuur, verzonnen gegevens

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

De stikstofkringloop

  • Planten hebben stikstof nodig voor eiwitten. Ze nemen stikstofverbindingen op uit de bodem.

  • Dieren krijgen stikstof binnen door planten of andere dieren te eten.

  • Reducenten zetten dood materiaal, mest en urine om. Zo komen stikstofverbindingen weer in de bodem.

  • Bacteriën kunnen stikstof uit de lucht vastleggen en weer aan de lucht afgeven.

Syllabus BI/K/6.5: de stikstofkringloop, alleen voor GT (VG en VT). Bij VB en VK mag dit blok worden overgeslagen. Hoofdlijn: stikstof gaat van de bodem naar planten en dieren en via reducenten terug naar de bodem, en bacteriën verbinden bodem en lucht. Veelgemaakte fout: denken dat planten stikstofgas uit de lucht zelf opnemen.

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Biotische en abiotische factoren

  • Abiotische factoren zijn niet-levende omstandigheden: temperatuur, licht, water, bodem en wind.

  • Biotische factoren komen van andere organismen: voedsel, vijanden, concurrenten en ziekteverwekkers.

  • Individuen en populaties hangen van deze factoren af en worden erdoor beïnvloed.

  • Een droge zomer (abiotisch) geeft minder gras en dus minder konijnen.

  • Meer vossen (biotisch) geeft ook minder konijnen.

Syllabus BI/K/6.6 (KB/GT): in een beschreven ecosysteem biotische en abiotische factoren noemen en toelichten dat individuen en populaties ervan afhankelijk zijn en erdoor beïnvloed worden. Veelgemaakte fout: voedsel als abiotische factor zien. Voedsel komt van andere organismen, dus biotisch.

Hoe komt koolstof uit de lucht in een planteneter terecht?

A

Het dier ademt CO2 in en bouwt er zijn lichaam van

B

Reducenten geven CO2 rechtstreeks aan het dier

C

De plant neemt CO2 op en het dier eet de plant

D

Het dier haalt CO2 uit de bodem

Planten leggen CO2 vast met fotosynthese, de planteneter eet de plant. Verwachte fout: denken dat dieren CO2 uit de lucht opnemen.

Vul in

Abiotische factoren zijn niet-levend, biotische factoren komen van andere organismen.

Abiotische
biotische
Producerende
Consumerende

Abiotisch is niet-levend (zoals temperatuur), biotisch komt van organismen (zoals vijanden). Verwachte fout: de twee woorden omdraaien.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Producent, consument of reducent

2

Voedselketen en voedselweb

3

Piramides en energieverlies

4

Kringlopen en milieufactoren

Gebruik de uitslag om te bepalen welk onderdeel je de volgende les nog eens met een voorbeeld doorloopt.

Leg uit wat een voedselketen is.

Een goed antwoord: een keten van organismen die elkaar eten, beginnend bij een producent, met pijlen naar de eter. Verwachte fout: alleen een rijtje dieren noemen zonder producent.

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Begrippen (1/2)

  • ecosysteem: Alle organismen in een gebied samen met hun omgeving.

  • populatie: Alle dieren of planten van één soort in een gebied.

  • producent: Een plant: maakt met fotosynthese zelf energierijke stoffen.

  • consument: Een dier: eet planten of andere dieren.

  • reducent: Schimmel of bacterie: ruimt dood materiaal op.

Deze slide heeft geen instructies

SAMENHANG · ECOSYSTEMEN

Begrippen (2/2)

  • voedselketen en voedselweb: Wie eet wie; meerdere ketens samen vormen een voedselweb.

  • piramide van aantallen en biomassa: Per schakel het aantal organismen of hun massa; naar boven smaller.

  • koolstofkringloop: Koolstof gaat van CO2 naar planten en dieren en via verbranding terug naar CO2.

  • stikstofkringloop: Stikstof gaat van de bodem naar planten en dieren en via reducenten terug.

  • biotische en abiotische factor: Levend (zoals vijanden) of niet-levend (zoals temperatuur) in de omgeving.

Deze slide heeft geen instructies