MA week 4 les 1

Vorige les:
Wat is het verschil tussen AC en DC?
1 / 19
volgende
Slide 1: Open vraag
Management AccountingHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Vorige les:
Wat is het verschil tussen AC en DC?

Slide 1 - Open vraag

Bij AC worden alle kosten, ook de vaste kosten, aan de producten toegerekend. 

Bij DC berekenen we geen vaste productiekosten aan de individuele producten door. De vaste kosten worden in één bedrag ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. 
Opdrachten bespreken
  • Opdracht 6.22

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 5
Kostprijsberekening 
Par 4. Kostenverbijzondering

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

5.4 Kostenverbijzondering
Directe kosten = als er een oorzakelijk verband bestaat tussen het ontstaan van de kosten en het product én dit verband op economisch verantwoorde wijze kan worden vastgesteld.
  • Voorbeeld directe kosten = grondstofkosten van een product en de uren die een accountant besteedt aan de advisering van een cliënt. 

Indirecte kosten = als er geen oorzakelijk verband bestaat tussen het ontstaan van de kosten en het product of dit verband niet op economisch verantwoorde wijze kan worden vastgesteld. 
  • Bijv. wanneer de energienota betrekking heeft op het totale energieverbruik van een fabriek waarin verschillende producten worden gemaakt. 

Slide 5 - Tekstslide

Voor de toerekening van de gelduitgaven aan de producten (kostenverbijzondering) is het onderscheid in directe en indirecte kosten van belang.

Economisch verantwoord houdt in dat de kosten om het oorzakelijk verband vast te stellen niet meer mogen bedragen dan de voordelen die uit een nauwkeuriger inzicht in de kosten voortvloeien. Bijv. bij de werkzaamheden van een receptioniste: de kosten kunnen hoger uitkomen om uit te zoeken welk telefoontje bij welke klant hoort, dan wanneer dit niet gedaan wordt. Vaak is een telefoontje met een receptioniste namelijk ook niet zo lang en wordt er ook niet heel veel op een klant geschreven. 

Als het energieverbruik niet per product wordt geregistreerd, rekenen we de energiekosten tot de indirecte kosten. 
5.4 Kostenverbijzondering
Om de kostprijs van een product te kunnen bepalen, moeten we de indirecte kosten aan de producten toerekenen. Het volgende is daarbij van belang: 
1. De aard van het productieproces. 
2. De voor- en nadelen van een nauwkeuriger kostprijsberekening. 


Slide 6 - Tekstslide

De variabele en vaste kosten hebben we behandeld. Die kosten zijn weer onder te verdelen in directe en indirecte kosten. De indirecte kosten moeten we toebedelen aan de directe kosten, je weet soms namelijk niet waar die indirecte kosten bij horen. Op deze manier kunnen we de kostprijs berekenen. 
5.4 Kostenverbijzondering
1. De aard van het productieproces. 
  • Stukproductie: de opdrachtgever bepaalt aan welke eisen het speciaal voor hem te maken product moet voldoen. Bijv. een maatkostuum. 
  • Seriestukproductie: hierbij wordt een groot aantal eenheden van een product gemaakt waarbij de opdrachtgever kan bepalen hoe het eruit komt te zien. Bijv. voetbalshirtjes van Ajax. 
  • Seriemassaproductie: hierbij wordt geen rekening gehouden met de individuele wensen van de cliënten. Bijv. een auto, er is een bepaalde serie, maar deze kan ook verschillende opties hebben (bijv. 3- of 5-deurs). 
  • Massaproductie: hierbij wordt geen rekening gehouden met de individuele wensen van de afnemers. 

Slide 7 - Tekstslide

Stukproductie: alle producten verschillen van elkaar, dus wordt per product (per order) vastgesteld welke kosten ervoor gemaakt zijn. 

Seriemassaproductie: van een bepaald product worden meestal verschillende types gemaakt, die afgestemd zijn op de wensen van een grote groep van afnemers. 

Massaproductie: homogene massaproductie is bijvoorbeeld de productie van drinkwater door waterleidingbedrijven. Heterogene massaproductie is bijvoorbeeld een oliemaatschappij die naast benzine ook smeerolie produceert. 
5.4 Kostenverbijzondering
2. Voor- en nadelen van een nauwkeuriger kostprijsberekening. 
  • Nauwkeurige kostprijs leidt tot hogere administratiekosten. 
  • Een minder nauwkeurige kostprijs leidt echter tot een te lage kostprijs of een te hoge kostprijs. 

  • De voordelen van een nauwkeurigere kostprijs moeten opwegen tegen de extra kosten van een nauwkeurigere verdelingsmethode. Is dit niet het geval? --> methode gebruiken waarbij de kostprijs minder nauwkeurig is, maar je minder administratiekosten hebt. 


Slide 8 - Tekstslide

Bij een te lage kostprijs, wordt de verkoopprijs ook lager vastgesteld dan zou moeten. Er kan dan een verlies ontstaan op dit product. 

Bij een te hoge kostprijs, is een hogere verkoopprijs dan concurrenten, waardoor de concurrentiepositie verzwakt. 
5.4 Kostenverbijzondering
Vier methoden om de indirecte kosten aan de diverse producten toe te rekenen: 
1. De equivalentiecijfermethode 
2. De opslagmethode 
3. De kostenplaatsenmethode (productiecentramethode) 
4. Activity-based costing (ABC) 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5.4 Kostenverbijzondering
2. De opslagmethode 

  • De indirecte kosten worden aan de producten toegerekend door (een gedeelte van) de directe kosten met een bepaald opslagpercentage te verhogen. 

  • Opslagpercentage = Verwachte indirecte kosten / Verwachte directe kosten * 100% 

Slide 10 - Tekstslide

Je kan de opslagmethode gebruiken als er een verband vastgesteld kan worden tussen de omvang van de indirecte kosten en de omvang van de directe kosten. 
5.4 Kostenverbijzondering
2. De opslagmethode 

  • Enkelvoudige opslagmethode = als er slechts één opslagpercentage wordt gebruikt om de indirecte kosten door te berekenen. 

  • Bekijken voorbeeld 5.6 uit je boek (blz. 227) 

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld 5.6: door het analyseren van de kosten, kun je zien welke opslagbasis (a, b of c) de relatie tussen de indirecte kosten en de directe kosten het beste weergeeft. 

Slide 12 - Link

Deze slide heeft geen instructies

5.4 Kostenverbijzondering
2. De opslagmethode 

Meervoudige opslagmethode = hierbij berekenen we twee of meer opslagpercentages. De indirecte en directe kosten worden in verschillende groepen onderverdeeld. 
  • Bij de kostprijsberekening worden de indirecte kosten doorberekend door de directe kosten te verhogen met de corresponderende opslagpercentages. 

  • Zie voorbeeld 5.6 blz. 228/229 uit het boek 

  • Welke methode is het beste? --> dit hangt af wat de sterkste relatie is tussen de indirecte en direct kosten. 

Slide 13 - Tekstslide

Als blijkt dat er een verband bestaat tussen een bepaalde groep indirecte kosten en een bepaalde groep directe kosten, kan per kostengroep een opslagpercentage worden vastgesteld. 

Welke methode is het beste? 
Er moet een opslagbasis gekozen worden waarmee de indirecte kosten de meeste samenhang vertonen. De methode die met deze samenhang het beste rekening houdt, leidt dan tot de meest nauwkeurige kostprijs. In het algemeen zal dit de meervoudige opslagmethode zijn (want die gaat echt per groep kijken). De kosten die verbonden zijn aan de toepassing van deze methode, zijn echter hoger dan de kosten van de enkelvoudige opslagmethode. 

Slide 14 - Link

Deze slide heeft geen instructies

5.4 Kostenverbijzondering
3. De kostenplaatsmethode: hierbij worden de indirecte kosten in eerste instantie ten laste van de kostenplaatsen gebracht en vervolgens aan andere kostenplaatsen doorbelast. Uiteindelijk worden alle indirecte kosten aan de producten toegerekend. 

  • Opdracht 26a samen doen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Presenteren
  • Groepje 1: opdracht 23 
  • Groepje 2: opdracht 27  

Slide 17 - Tekstslide

Als blijkt dat er een verband bestaat tussen een bepaalde groep indirecte kosten en een bepaalde groep directe kosten, kan per kostengroep een opslagpercentage worden vastgesteld. 

Welke methode is het beste? 
Er moet een opslagbasis gekozen worden waarmee de indirecte kosten de meeste samenhang vertonen. De methode die met deze samenhang het beste rekening houdt, leidt dan tot de meest nauwkeurige kostprijs. In het algemeen zal dit de meervoudige opslagmethode zijn (want die gaat echt per groep kijken). De kosten die verbonden zijn aan de toepassing van deze methode, zijn echter hoger dan de kosten van de enkelvoudige opslagmethode. 
Opdrachten
Maak de volgende opdrachten: 
  • 5.19
  • 5.22
  • 5.23
  • 5.26
  • 5.27
  • 5.28

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor volgende week
Maak de volgende opdrachten: 
  • 5.23
  • 5.28

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies