Digitale geletterdheid groep 7 dag 1 deel C

Digitale geletterdheid
Groep 7 - Les 1C
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Digitale GeletterdheidBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Digitale geletterdheid
Groep 7 - Les 1C

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In deze les leren we....
  • Dat computers werken met input, verwerking en output van informatie
  • Wat hardware is en wat input en output devices zijn.
  • Wat software is en welke soorten er zijn.
  • Hoe een computer van binnen werkt.

  • En we programmeren voor het eerst zelf in Scratch!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hardware en software les
Hardware
Software

Slide 3 - Tekstslide

Deze les gaat over computers. Computers werken alleen als 2 delen aanwezig zijn: de spullen HARDware. En programma's zodat de spullen weten wat ze moeten doen SOFTware.
In deze les kijken we naar beiden.
Definitie 
Hardware is het deel van de computer dat je kan aanraken. Het is hard(zo kan je het onthouden!). Software zijn alle computerprogramma's die maken dat je computer iets doet. Een computer heeft altijd hardware en software nodig.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem verschillende soorten hardware!

Slide 5 - Woordweb

Laat de leerlingen hier alvast nadenken over wat hardware  dan zou kunnen laat ze daarbij zo veel mogelijk voorbeelden bedenken.
En nu verschillende soorten software!

Slide 6 - Woordweb

Nu hetzelfde voor software. Dit is om de voorkennis te activeren.
Hardware en software

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hardware bestaat uit de computer, met in- en output- devices
Input                           Computer                      Output              

Slide 8 - Tekstslide

Hardware is niet alleen de computer, maar ook alles wat gebruikt wordt om informatie in de computer te stoppen (input) en alles uit de computer te halen (output)
Input Devices stoppen iets in de computer
Toetsenbord
Muis
Controller
Andere input devices
Input                           Computer                      Output              

Slide 9 - Tekstslide

Vertellen: 'Om met een computer te kunnen werken, moet je er iets in kunnen stoppen. Data, of informatie, of zelfs software. Dat doe je met een 'Input Device'. Dat kan een muis zijn waarmee je buttons aanklikt, een toetsenbord waarmee je commando's intypt, maar ook een touchscreen, of bijvoorbeeld een sensor van een zelfrijdende auto of robot, die kijkt of er iemand voor je staat. Zonder input kan een computer niks
De belangrijkste onderdelen van een computer zijn de CPU en het geheugen!
Toetsenbord
Muis
Controller
Andere input devices
Input                           Computer                      Output              
CPU

RAM

Harde schijf (HDD/SSD)

ROM

Slide 10 - Tekstslide

De computer zelf bestaat uit een CPU, een Centrale Processing Unit, dat is het hart van de computer, waar al het denkwerk wordt uitgevoerd. Daarbij heeft een computer geheugen. 
De computer heeft 3 verschillende soorten geheugen, die allemaal iets anders doen. Meer informatie hierover komt verderop in het verhaal!
Output Devices halen informatie uit de computer.
Toetsenbord
Muis
Controller
Andere input devices
Monitor
Printer
Speakers
Andere output devices
Input                           Computer                      Output              
CPU

RAM

Harde schijf (HDD/SSD)

ROM

Slide 11 - Tekstslide

Met een Output Device kan de computer dingen aan jou of andere systemen laten zien, horen of zelfs voelen. Een monitor, een printer, koptelefoon, maar ook een touchscreen zijn Output Devices. Een touchscreen is dus een input Ên een output device! 

Slide 12 - Tekstslide

Laat het filmpje zien
Klik op de verschillende computer onderdelen om er meer over te lezen!
Slaat opstartinstructies op en houdt de systeemtijd bij.
Vertaalt computerinformatie naar wat er op je scherm te zien is.
Slaat informatie voor langere tijd op. Werkt ook als de stroom uit gaat. Je gebruikt dit als je een werkstuk opslaat!
Random Acces Memory of Intern geheugen, geheugen waar de CPU telkens tijdelijk informatie opslaat, dit wordt gewist als de computer uitgaat.
Zit niet op het moederbord, maar voorziet het moederbord van stroom.
Soort harde schijf die sneller werkt dan een normale harde schijf.
Ook wel heatsink genoemd. Houdt de CPU koel, omdat die door het harde werken veel warmte produceert.

Ook wel een CPU, dit zijn de 'hersenen' van de computer. Hier wordt alle informatie verwerkt.
Het moederbord, de basisplaat waarop alles vastzit. Waar alles stroom van krijgt en waarlangs alle onderdelen met elkaar praten.

Slide 13 - Tekstslide

Behandelt nog een keer de onderdelen die ze net in het filmpje hebben kunnen zien.
Je hebt software die zorgt dat de computer het doet, en software waarmee je iets echt kan doen.


Systeemsoftware bestaat uit Firmware die de makers van de hardware al in de computer stoppen zodat hij weet dat hij bestaat, vertaalprogramma's die software kunnen vertalen naar iets wat de computer begrijpt, je operating system en software die zorgt dat de computer andere hardware kan aansturen.
Software
Systeem software: zorgt dat je computer het goed doet.
Firmware: wat al bij je hardware hoort
Vertaal-programma's voor softwarecode zodat de computer het snapt
Drivers: zorgen dat bijv. printers of monitors bestuurd kunnen worden.
Operating system: bijv. Windows of IOS

Slide 14 - Tekstslide

Deze 2 dia's zijn taaie stof. Ga er klassikaal door heen liefst en maak het interactief door veel vragen te stellen
Je hebt software die zorgt dat de computer het doet, en software waarmee je iets echt kan doen.
Applicatiesoftware is eigenlijk bijna het enige wat wij van software merken. Het zijn alle programma's die je op je computer en telefoon gebruikt, zoals Snapchat en Powerpoint, maar ook je browsers zoals Chrome en Internet Explorer
Software
Applicatie software: Programma's waarmee je als gebruiker iets kan.
Specifiek gemaakt voor ÊÊn bedrijf.
Algemeen zoals Word, Powerpoint, apps en je internetbrowser. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schuif de juiste beschrijving onder het juiste woord (klik op de letter voor de beschrijving)
SSD card
Heatsink
Voeding
Moederbord
RAM-geheugen
Zorgt dat alle onderdelen stroom krijgen
A
Een snelle schijf
B
Zorgt dat de processor niet oververhit raakt
C
Wordt gebruikt door de CPU om data tijdelijk op te slaan
D
Hier worden alle onderdelen op geplaatst

E

Slide 16 - Sleepvraag

Klik op de letters om de beschrijving te zien

Schrijf minstens vier input devices op.
Opdracht 2

Slide 17 - Open vraag

En wat zijn die van jullie? Voorbeeldantwoorden: 
  • Pauzes
  • Klassendienst
  • Stiltesignaal
  • Pakken en uitdelen

Schrijf minstens twee devices op die zowel input als output zijn.
Opdracht 3

Slide 18 - Open vraag

En wat zijn die van jullie? Voorbeeldantwoorden: 
  • Pauzes
  • Klassendienst
  • Stiltesignaal
  • Pakken en uitdelen

Wat is het verschil tussen hardware en software?
Opdracht 4

Slide 19 - Open vraag

En wat zijn die van jullie? Voorbeeldantwoorden: 
  • Pauzes
  • Klassendienst
  • Stiltesignaal
  • Pakken en uitdelen

Slide 20 - Tekstslide

Maak een animatie met minstens twee Sprites. Laat ze met elkaar iets doen.

Denk aan: 
  • groter/kleiner worden
  • Iets tegen elkaar zeggen
  • Achter elkaar aanlopen
  • Een bal gooien of schoppen
  • Verschillende achtergronden

Ga naar scratch.mit.edu

Een animatie maken

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiekbriefje 👀

Slide 22 - Tekstslide

En dan nu:
de quiz van de dag!
Heb jij alles onthouden? Met deze quiz gaan we dat testen. Succes!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 1:
Wat is een processor?
A
Het hart van de computer
B
Een kaart voor in het beeldscherm van de computer
C
Het geheugen van een computer
D
Een output device

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 2:
Wat is RAM?
A
Een computerchip
B
Een kaart voor in het beeldscherm van de computer
C
Het geheugen van een computer
D
Een merk van goede toetsenborden

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 3:
Wat is een harde schijf?
A
Een kaart voor in het beeldscherm van een computer
B
Een computerchip
C
Het langetermijngeheugen van een computer
D
Een output device

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 4:
Op welk onderdeel van de computer zit de 
heatsink/koeler?
A
De processor
B
de SSD kaart
C
Het beeldscherm
D
het moederbord

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 5:
Computational thinking is nadenken zoals een
computer dat ook zou doen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 6:
Dit is een output device
A
Nee, het is een input device
B
Nee, dit is gewoon een printer
C
Ja, dit is een output device
D
Ja, maar ook een input device

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 7:
Welke van deze is een input Ên een output device?
A
B
C
D

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 8:
Als ik mijn programma wil starten gebruik ik het blokje:
A
B
C
D

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 9:
Welk blokje hoort altijd bij dit blokje?
A
B
C
D

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 10:
Met dit blokje...
A
herhaal ik mijn code 1 keer
B
herhaal ik de code ertussen 1 keer
C
herhaal ik de code ertussen eindeloos
D
herhaal ik mijn code eindeloos

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 11:
Je kunt meerdere achtergronden in Scratch kiezen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag 12:
Een poppetje in Scratch heet een...
A
Scratchcat
B
Poppetje
C
Sprite
D
Scratcher

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Evaluatie
Wat heb je geleerd vandaag?

Slide 36 - Open vraag

Neem ten minste 10 minuten voor de afsluiting en het opruimen van de klas. 

Wat vond je van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 37 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Heb je nog Tips en Tricks voor mij?

Slide 38 - Woordweb

Stel hierbij de algemene vragen:
- Wat doet een influencer zoal op een dag?
- Waarom werkt influencen zo goed?
- Hoe verdienen influencers in geld?

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies