Naamvallen: 3e naamval & ein-Gruppe




de 3e naamval (Dativ) & ein-Gruppe
intro
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les




de 3e naamval (Dativ) & ein-Gruppe
intro

Slide 1 - Tekstslide

M
V
O
MV
1e
der / ein
die / eine
das / ein
die / keine
3e
dem / einem
der / einer
dem / einem
den / keinen
4e
den / einen
die / eine
das / ein
die / keine
1e naamval: het onderwerp
4e naamval: het lijdend voorwerp
3e naamval: het meewerkend voorwerp

voorbeeld: Ich habe (mijn) Mutter Blumen gegeben.
aan/voor wie? -> (mijn) Mutter -> mw +3 v = meiner Mutter



uitleg
Help! Ik kan niet ontleden!

Slide 2 - Tekstslide

Hoe noteer ik dat?
(de) Lehrer hat (de) Schülerin (zijn) 
Buch gegeben.

ond +1 m = der Lehrer
lv +4 o = sein Buch
mw +3 v = der Schülerin
ein-Gruppe:
mijn - mein   onze - unser
jouw - dein    jullie - euer
zijn - sein       hun - ihr
haar - ihr        uw - Ihr
geen - kein
M
V
O
MV
1e
der / ein
die / eine
das / ein
die / keine
3e
dem / einem
der / einer
dem / einem
den / keinen
4e
den / einen
die / eine
das / ein
die / keine
uitleg
Help!
Herhalen ein-Gruppe:<div>zie de les over de 1e naamval &amp; ein-Gruppe</div>

Slide 3 - Tekstslide

Aantekening!

Neem de tabel én de ein-Gruppe over in een schrift. Je hebt ze nodig voor de volgende opdracht!
uitleg
ein-Gruppe:
mijn - mein   onze - unser
jouw - dein    jullie - euer
zijn - sein       hun - ihr
haar - ihr        uw - Ihr
geen - kein
M
V
O
MV
1e
der / ein
die / eine
das / ein
die / keine
3e
dem / einem
der / einer
dem / einem
den / keinen
4e
den / einen
die / eine
das / ein
die / keine

Slide 4 - Tekstslide

Jana hat (haar) Bruder eine Geschichte erzählt.
uitleg
A
ihr
B
ihre
C
ihrem
D
ihrer

Slide 5 - Quizvraag

Juiste antwoord: C

Jana hat (haar) Bruder eine Geschichte erzählt.

mw +3 m = ihrem Bruder
uitleg
M
V
O
MV
1e
der / ein
die / eine
das / ein
die / keine
3e
dem / einem
der / einer
dem / einem
den / keinen
4e
den / einen
die / eine
das / ein
die / keine
ein-Gruppe:
mijn - mein   onze - unser
jouw - dein    jullie - euer
zijn - sein       hun - ihr
haar - ihr        uw - Ihr
geen - kein

Slide 6 - Tekstslide

(onze) Oma hat einen Kuchen gebacken.
uitleg/antwoord
1/4
Let op!
In deze oefening komen alle zinsdelen voor, dus het <span style="color: rgb(236, 72, 77)">onderwerp</span>, het <span style="color: rgb(236, 72, 77)">lijdend voorwerp</span> én het <span style="color: rgb(236, 72, 77)">meewerkend voorwerp</span>. Dus goed ontleden en niet elke keer blind de derde naamval toepassen...!
A
unsere
B
unse
C
unserer
D
unser

Slide 7 - Quizvraag

Ich habe (uw) Freunden eine Einladung geschickt.
2/4
uitleg/antwoord
A
Ihr
B
Ihre
C
Ihrer
D
Ihren

Slide 8 - Quizvraag

Morgen besuchen wir (jouw) Oma.
3/4
uitleg/antwoord
A
dein
B
deine
C
deiner
D
deinem

Slide 9 - Quizvraag

(onze) Lehrer haben wir einen Brief geschrieben.
4/4
uitleg/antwoord
A
unser
B
unseren
C
unserer
D
unserem

Slide 10 - Quizvraag

Voorzetsels met de 3e naamval:

aus - uit                     außer - behalve
bei - bij                      entgegen - tegemoet
mit - met                  gegenüber - tegenover
nach - na + naar
seit - sinds
von - van
zu - naar
Ich habe das (met mijn) Mutter gemacht.

mit +3 v = meiner Mutter
uitleg
liedje!

Slide 11 - Tekstslide

Stap 1:
Ik kijk of er een voorzetsel staat.
ja -> +3
nee -> stap 2

Stap 2:
Ik ga de zin ontleden:
ond +1        lv +4         mw +3
Stappenplan - hoe los ik de naamvallen op?
uitleg

Slide 12 - Tekstslide

1.  (mijn) Mutter hat (met haar) Bruder gesungen.

ond +1 v = meine Mutter
mit +3 m = ihrem Bruder

2.  (onze) Lehrer hat (de) Ball (naar zijn) Schülerin geworfen.

ond +1 m = unser
lv +4 m = den Ball
zu +3 v = seiner Schülerin
uitleg

Slide 13 - Tekstslide

Nu zelf! Let op, je moet het op de juiste manier opschrijven:

ond +1 m = mein Vater
lv +4 mv = deine Schwestern
aus +3 o = dem Dorf

Ken je de ein-Gruppe én het rijtje van de voorzetsels al uit je hoofd? Dan gaat het nog makkelijker!
uitleg
Let op de spaties bij het typen!!!

Slide 14 - Tekstslide

(jouw) Bruder geht (met zijn) Freundin zur Schule.
1/5

Slide 15 - Open vraag

Kannst du (mijn) Mutter (het) Buch geben?
2/5

Slide 16 - Open vraag

(na de) Deutschstunde gehen wir (naar onze) Klassenlehrer.
3/5

Slide 17 - Open vraag

Ich habe (hun) Vater (een) Mail geschickt.
4/5

Slide 18 - Open vraag

Hans hat (behalve de) Lehrer (de) ganzen Klasse (een) Karte gegeben.
5/5

Slide 19 - Open vraag

Samenvatting!
  • Het meewerkend voorwerp krijgt altijd de 3e naamval
  • na een voorzetsel uit het rijtje van 'aus' volgt óók altijd de 3e naamval
  • Kijk altijd als eerste of je zo'n voorzetsel ziet staan
  • Geen voorzetsel? Dan is het een onderwerp, lijdend vwp of meewerkend vwp
uitleg

Slide 20 - Tekstslide

slotwoord

Slide 21 - Tekstslide