Spelling Studyflow S2.2

S2.1 herhaling: wanneer apostrof?

- Als je letters weglaat: ‘s-Hertogenbosch 
- Om een verkeerde uitspraak te voorkomen: auto’s 
- Op de plaats van een weggelaten bezits-s: Floris’ schrift 
- In afleidingen van letter- en cijferwoorden (‘er): vwo’er (maar havoër)
- Bij verkleinwoorden op –y: baby’tje 





1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

S2.1 herhaling: wanneer apostrof?

- Als je letters weglaat: ‘s-Hertogenbosch 
- Om een verkeerde uitspraak te voorkomen: auto’s 
- Op de plaats van een weggelaten bezits-s: Floris’ schrift 
- In afleidingen van letter- en cijferwoorden (‘er): vwo’er (maar havoër)
- Bij verkleinwoorden op –y: baby’tje 





Slide 1 - Tekstslide

Welk woord is goed gespeld?
A
lolly'tje
B
lollietje
C
lollytje
D
lollijtje

Slide 2 - Quizvraag

Welk woorden zijn fout gespeld?
A
pianos
B
VVD'er
C
50+er
D
Anja's fiets

Slide 3 - Quizvraag

Welke woorden zijn goed gespeld
A
Els' boeken
B
rallytje
C
s nachts
D
Maurice' pen

Slide 4 - Quizvraag

Spelling S2.2
Aan het einde van S2: 
- kun je zelfstandige naamwoorden met allerlei uitgangen in het meervoud zetten; 
- ken je de regels voor het meervoud van zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden en 
- weet je wanneer deze woorden een -n krijgen en wanneer niet; 
- weet je wanneer woorden als meeste, sommige en enkele een -n krijgen en wanneer niet.

Slide 5 - Tekstslide

Meervoud
- Zelfstandig naamwoord + en: fiets - fietsen
- LET OP! sperzieboon - sperziebonen
- LET OP! kapstok - kapstokken
- LET OP! boef - boeven
- LET OP! huis - huizen 

Slide 6 - Tekstslide

Uitzonderingen
Fotograaf - fotografen
Plaats - plaatsen

Slide 7 - Tekstslide

Woorden op -ik, -es, -et
Bij woorden die eindigen op -ik, -es of -et is er niet altijd medeklinkerverdubbeling.
blik - blikken (klemtoon op ik)      viezerik - viezeriken (geen klemtoon op ik)
snik - snikken (klemtoon op ik)    perzik - perziken (geen klemtoon op ik)

Slide 8 - Tekstslide

Woorden met -s of 's
vakantie - vakanties 
bureau - bureaus 

Klopt de uistpraak niet meer?
Maar bij sommige woorden klopt de uitspraak niet meer als je er een -s achter plakt. Dan gebruik je -'s (dat spreek je uit als apostrof s): bikini's, accu's 
Je gebruikt -'s bij woorden die eindigen op de letters i, o, u, a of y.

Slide 9 - Tekstslide

Uitzondering
Twee klinkers achter elkaar, eindigend op -y:
essay - essay
haarspray - haarspray
jockey - jockeys

Slide 10 - Tekstslide

's bij afkortingen
wc - wc's
tv - tv's

Slide 11 - Tekstslide

Woorden uit het Latijn
politicus - politici 
technicus - technici

Slide 12 - Tekstslide

Woorden op -ie of -ee
- s in het meervoud: kanarie - kanaries
- Sommige woorden eindigen in het meervoud op -ën of -eën 
- Je schrijft -eën als de klemtoon op de laatste -ie of -ee ligt
melodie - melodieën 
drie - drieën

Slide 13 - Tekstslide

Woorden op -ie of -ee
Je schrijft -ën als de klemtoon op een andere lettergreep ligt. 
bacterie - bacteriën 
olie - oliën

Slide 14 - Tekstslide

Het meervoud van vet is...
A
veten
B
vetten
C
vet'
D
vets

Slide 15 - Quizvraag

Het meervoud van druivensap is...
A
druivensappen
B
druivensapen
C
druivensaps
D
druivensap's

Slide 16 - Quizvraag

Het meervoud van agenda is...
A
agendaas
B
agendas
C
agendaen
D
agenda's

Slide 17 - Quizvraag

Het meervoud van baas is...
A
basen
B
baazen
C
bazen
D
baasen

Slide 18 - Quizvraag

Het meervoud van klik is...
A
kliken
B
kliks
C
klikkes
D
klikken

Slide 19 - Quizvraag

Het meervoud van luiwammes is...
A
luiwammesen
B
luiwammessen
C
luiwammes'
D
luiwammeses

Slide 20 - Quizvraag

Welke van de onderstaande woorden is niet fout geschreven?
A
babies
B
bikini's
C
pianos
D
agendas

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Video