cross

Ortho - autisme

GGZ 2. Thema 1. Hoofdstuk 1.3
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

GGZ 2. Thema 1. Hoofdstuk 1.3

Slide 1 - Tekstslide

Planning PPO
Orthopedagogiek 
Lesweek 5, periode 3: TOETS orthopedagogiek
Vanaf lesweek 6: psychiatrie

Portfolio PPO:
Eind periode 3 inleveren concept. Eind periode 4 alles inleveren.

Slide 2 - Tekstslide

Planning vandaag
  • Wat is autisme?
  • Wat is autisme niet?
  • Autismespectrumstoornissen
  • Diagnose
  • Kenmerken (sociaal, communicatie, interesses)
  • Overprikkeld raken
  • Opdracht: sterke kanten
  • Opdracht: begeleiding

Slide 3 - Tekstslide

Waar denk je aan bij Autisme?

Slide 4 - Woordweb

Wat is autisme?
  • Kun je het aan de buitenkant zien?
  • Informatieverwerkingsprobleem 
  • Zintuigen --> verwerking --> respons

  • autisme is 'pervasief' --> dringt door tot totale functioneren
  • vaak sprake van eenzijdige intelligentie
    (sommige gebieden erg sterk, anderen erg zwak)

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van een
flexibel brein en blokjes brein

Slide 8 - Open vraag

Theory of Mind
Het vermogen om een beeld te kunnen vormen van het standpunt van een ander. 

Het inzicht dat andere mensen ook anderen ideeën / overtuigingen hebben dan jij zelf. 

Het sociale verkeer kunnen begrijpen. 

Slide 9 - Tekstslide

samenhang en context
centrale coherentie (samenhangend beeld)
contextblindheid (geleerd in situatie 1 -> toepassen situatie 2)

Slide 10 - Tekstslide

1

Slide 11 - Video

01:25
Kun je executieve functies trainen?
A
Nee, dat kan niet
B
Ja, dat kan wel
C
Dat kan met 1 soort
D
Dat kan met een aantal soorten

Slide 12 - Quizvraag

Wat is autisme niet?
Autisme is GEEN defect. Het is een stoornis. Juiste begeleiding kan nog wel verbetering geven.

- autisme wordt niet veroorzaakt door opvoeding
- autisme is niet voorbijgaand (niet te genezen)
- autisme ontstaat niet door vaccinatie

Slide 13 - Tekstslide

Vroeger en nu
  • Vroeger werd onderscheid gemaakt binnen ASS
    - PDD-NOS
    - Asperger 
    - Klassiek Autisme

    Nieuwe DSM-5: alle kenmerken vallen onder ASS
    'Oude' kenmerken wel kennen voor toets.
    Termen worden in praktijk nog wel gebruikt. 

Slide 14 - Tekstslide

Klassiek autisme
PDD-NOS
Asperger
weinig wederkerigheid
milde vorm van ASS
neiging tot 'ouwelijk' praten

Slide 15 - Sleepvraag

Diagnose stellen
  • Sterkte- zwakte analyse maken.
    In alle leefdomeinen van de persoon. 

  • Ontwikkelingsanamnese 
  • Aanvullend onderzoek (psychologisch, medisch, genetisch)
  • Vragenlijsten (bv op sociaal-communicatief gedrag)
  • Observatie / screening

Slide 16 - Tekstslide

Kenmerken autisme
1. Sociale interactie. Moeite met inleven en interactie. Betekenissen van sociaal verkeer. 

Mogelijk gedrag
- afzijdig. Afsluiten voor contact 
- lage wederkerigheid
- overduidelijk aangeleerd / beleefd gedrag

Slide 17 - Tekstslide

Kenmerken autisme
2. Beperking in communicatie. Expressief: uiten van eigen bedoeling. Receptief: begrijpen wat een ander bedoelt. 

Mogelijke kenmerken
- onze taal is vaak te symbolisch, abstract, figuurlijk = lastig
- Bijzondere spraak: te luid, monotoon, te snel, eigenaardig
- Moeite met gesprekje starten / vormgeven

Slide 18 - Tekstslide

Kenmerken autisme
3. Beperking in verbeeldingsvermogen. Ontwikkeling van fantasie en verbeelding: te sterk of juist te zwak (niet tot spel komen). 

Mogelijke kenmerken
- wereld voorspelbaar maken: fladderen, wiegen, tollen
- obsessie voor bepaalde interesse, gedachte, activiteit
- moeilijk om gevolgen van bepaald gedrag te overzien

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Zoek een afbeelding die laat zien wat de betekenis is van de vorige dia.

Slide 21 - Open vraag

Opdracht: sterke kanten
Denk na over wat sterke kanten zijn van autisme. Waar zijn mensen met ASS juist WEL goed in? 


Slide 22 - Tekstslide

Vul maar in!
Wat zijn sterke kanten van mensen met ASS?

Slide 23 - Open vraag

Opdracht: begeleiding
Bedenk welke begeleiding mensen met autisme nodig hebben. 

Na een aantal minuten klassikaal inventariseren 

Slide 24 - Tekstslide

TIPS
- Voorspelbaarheid. Zeg wat je doet, doe wat je zegt
- Zaken ordenen: werk, vrije tijd, huishouden, huiswerk
- Structuur bieden (hoe doe je dat?)
- Geduldig 
- NIET doen: overnemen van taken en beslissingen. 
- Spreek duidelijk. Gebruik niet teveel emotie
- Zorgvuldigheid in contact. Aanpassing (de ander kan dit moeilijk!)
- Check of je elkaar snapt (ontspanning kan voor jou iets anders betekenen)

Slide 25 - Tekstslide

Aan de slag
Maak de vragen in de online omgeving Thieme.

Boek GGZ 2, thema 1, hoofdstuk 1.3
(thieme: 1.1, opdracht 2,3,4)

Slide 26 - Tekstslide