DEF LES 6 Gespreksvoering en gespreksvaardigheden


Psychiatrie
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

Onderdelen in deze les


Psychiatrie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Hoe ziet deze les eruit?


  • Gesprekstechnieken (algemeen)
  • GGZ opdracht

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gespreksvoering en gespreksvaardigheden
BBL

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan bij
gespreksvoering ?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

97% van onze communicatie is non-verbaal
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

'Een valkuil van een hulpverlener is om in een gesprek eigen mening, gedachten en oplossingen te geven.'
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Samenvatten
Tijdens een gesprek kun je altijd samenvatten. Samenvatten is dus niet iets wat je alleen aan het eind van een gesprek doet. Samenvatten is niet gemakkelijk. In een samenvatting laat je in een paar woorden iets terugkomen van de inhoud (het onderwerp) van het verhaal van de zorgvrager en iets van de gevoelens die hij aan jou wil overbrengen. Samenvatten kun je in je eigen woorden doen.
Parafraseren
Parafraseren is een techniek die veel lijkt op samenvatten. Als je parafraseert, geef je niet alles kort weer wat een zorgvrager gezegd heeft. Dat doe je wel als je samenvat. Als je parafraseert, geef je alleen de kern van het gesprek weer. De rest laat je onbesproken.
Parafraseren is het weergeven van het belangrijkste onderwerp van het verhaal van de zorgvrager.
‘Als ik het goed begrijp …’  ‘Zo te horen …’
Omgaan met stiltes
Misschien kun je moeilijk tegen een stilte tijdens een gesprek. Probeer toch stiltes te laten vallen in gesprekken. Een stilte heeft namelijk meestal een functie. Een zorgvrager gebruikt een stilte in een gesprek om verschillende redenen, zoals:
emoties verwerken;
gedachten op een rijtje zetten;
nadenken over de manier waarop hij het gesprek voort wil zetten;
aangeven dat hij het gesprek wil stoppen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

COMMUNICATIETIPS....

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een vraag die bewust stuurt naar de antwoordmogelijkheden 'ja' of 'nee' waarbij de voorkeur uitgaat naar een 'ja' ritme is een...
A
gesloten vraag
B
open vraag
C
suggestieve vraag
D
retorische vraag

Slide 19 - Quizvraag

Een suggestieve vraag stuurt bewust naar antwoordmogelijkheden: ‘ja’ of ‘nee’, waarbij de voorkeur uitgaat naar een ‘ja’-ritme. Door middel van de volgende vragen zorgt u voor een ‘ja-ritme’:
U twijfelt dus aan…?
Als ik het goed begrijp zegt u…?
U verwacht dus geen verbetering voor …?
Beweert u dat …?
U bent van mening dat…?
Als u, meneer…, dan wilt u toch zeker…?Een suggestieve vraag stuurt bewust naar de antwoordmogelijkheden ‘ja’ of ‘nee’. Gebruik daarom zo weinig mogelijk suggestieve vragen. Soms kunnen ze nuttig zijn, bijvoorbeeld als je de ander wilt overhalen of als je een bevestiging wilt van wat je hebt afgesproken. Als je je niet bewust bent van je suggestieve vraagstelling, kan dat problematisch worden. Je weet niet of de ander ‘ja’ zegt omdat jíj dat zo graag wil horen of omdat hij het werkelijk wil of meent.
Bij een suggestieve vraagt klinkt in je vraag het gewenste antwoord al door.
Welke vuistregels in communicatie herken je?
A
LSD
B
NIVEA
C
ANKIE
D
OEN

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Formuleer ik uw mening goed als ik zeg dat…?
Dus wat u stelt is dat…?
Hoe komt dit bij u over?
Dit zijn voorbeelden van......
A
suggestieve vragen
B
open vragen
C
isolatie vragen
D
controle vragen

Slide 21 - Quizvraag

CONTROLEVRAGEN
Tijdens een gesprek kan het je heel wat energie kosten om erachter te komen of je verhaal overkomt of dat het duidelijk is wat je bedoelt. Vraag dus gewoon of het duidelijk is of het overkomt. Dat geeft je de kans bij te sturen als het nodig is. Controlevragen kun je ook stellen als een suggestieve vraag, maar bieden de ander de mogelijkheid het oneens met je te zijn. Een controlevraag stel je om erachter te komen of je begrijpt wat de ander bedoelt.
Wat is een voorbeeld van een retorische vraag?
A
Ben je gek geworden?
B
Hoe ging het vandaag op het werk?
C
Wil je suiker of melk in de koffie?
D
JIj vind toch ook dat we teveel belasting betalen?

Slide 22 - Quizvraag

Wat is een retorische vraag voorbeeld?
Afbeeldingsresultaat voor retorische vragen
Een retorische vraag wordt gesteld als een vraag, maar heeft vaak de intonatie van een mededeling. De steller van een retorische vraag verwacht geen antwoord op zijn vraag, maar wil graag dat de ontvanger van de vraag zich aangesproken voelt. Een voorbeeld van een retorische vraag is: 'Laat jij de hond even uit?
Vragen die:
- ruimte geven aan de ander om te antwoorden
- vriendelijk zijn
- veel informatie opleveren
noemt men:
A
gesloten vragen
B
open vragen
C
suggestieve vragen
D
controle vragen

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Luisterstijlen
Bekijk het schema: in welke luisterstijl herken je jezelf het meest? 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FASEN IN EEN GESPREK

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen in een gesprek 
Wanneer introduceer je het doel van een gesprek? 

  • Kennisdoel: informatie overdragen/ontvangen
  • Houdingsdoel: beïnvloeden mening/gevoelens van de ander
  • Gedragsdoel: beïnvloeden van gedrag van de ander

Welk doel komt vooral in jouw werk terug? 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klachtengesprek
  • Stoom laten afblazen
  • Serieus nemen
  • De klacht helder krijgen
  • Mogelijke oplossingen bespreken
  • Afsluiten

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Siona evalueert met de dochter van mevrouw Vreeswijk hoe het met haar moeder gaat. Haar moeder is gevallen en Siona wil nieuwe afspraken over de zorg. Mevrouw Vreeswijk is gedesoriënteerd in plaats en tijd en is cliënt van de zorgorganisatie van Siona. Denkt Siona in kwaliteiten? Is er oog, oor en gevoel voor de dochter? Welk effect heeft dit alles op de dochter?
Iets moeilijks bespreekbaar maken
  • Zorg dat het gespreksdoel duidelijk is
  • Bereid je voor
  • Stel één vraag en luister
  • Wees duidelijk
  • Observeer en kijk goed naar iemands houding

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 4 G methode bij feedback geven gaat als volgt:
A
Geef negatieve feedback op gedrag , gevoel en gevolg
B
Gevoel, gedrag ,gewenst gedrag, gevolg
C
Gevoel, gevolg, gedrag en, gewenst gedrag
D
Gedrag, gevoel, gevolg, gewenst gedrag

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Psychiatrische stoornissen

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stoornissen toets
  • Psychotische stoornis (Schizofrenie)
  • Depressie + Bipolair (= stemmingsstoornissen)
  • Angststoornis (paniek, fobie, PTSS e.a)
  • Persoonlijkheidsstoornis (Borderline, verslaving, narcisme)


Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met 2 personen
  1. Hoe herken je Schizofrenie bij een bewoner/client?
  2. Wat moet je niet doen/zeggen?
  3. Wat is juist wel belangrijk om te zeggen/doen
  4. Maak een casus en speel de situatie na
  5. Bespreek het na en noteer hoe je het aanpakte

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Met 2 personen
  1. Hoe herken je een depressie bij een bewoner/client?
  2. Wat moet je niet doen/zeggen?
  3. Wat is juist wel belangrijk om te zeggen/doen
  4. Maak een casus en speel de situatie na
  5. Bespreek het na en noteer hoe je het aanpakte

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Met 2 personen
  1. Hoe herken je een bi polaire stoornis bij een bewoner/client?
  2. Wat moet je niet doen/zeggen?
  3. Wat is juist wel belangrijk om te zeggen/doen
  4. Maak een casus en speel de situatie na
  5. Bespreek het na en noteer hoe je het aanpakte

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Met 2 personen
  1. Hoe herken je een Bordelinepersoonlijkheidsstoornis bij een bewoner/client?
  2. Wat moet je niet doen/zeggen?
  3. Wat is juist wel belangrijk om te zeggen/doen
  4. Maak een casus en speel de situatie na
  5. Bespreek het na en noteer hoe je het aanpakte

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Schizofrenie
Van schizofrenie is sprake als: 

  • iemand een langdurige psychose of meerdere psychosen heeft doorgemaakt en 
  • in de tussenliggende periodes niet goed functioneert
  • contact met de werkelijkheid ernstig verstoord is. 
Iemand ziet bijvoorbeeld beelden of hoort stemmen die er voor anderen niet zijn. Of je bent ervan overtuigd dat je wordt achtervolgd. 
  • Mensen in een psychose leven in hun eigen werkelijkheid. 

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Leren boek GGZ 
Hoofdstuk 9 t/m 12

Tip: Iedere week 1 hoofdstuk

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen over deze les? 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies