Hola!

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

In deze les leer je:
  • jezelf voorstellen
  • vragen wie iemand is
  • vragen wat iemands beroep is
  • vragen waar iemand vandaan komt

Slide 2 - Tekstslide

saludar
  • iHola, qué tal!
  • buenos días
  • buenas tardes
  • buenas noches

Slide 3 - Tekstslide

iHola! buenas tardes. 
Me llamo María Luisa.
Soy la profesora de español.

Slide 4 - Tekstslide

iHola!
iBuenas tardes!
iHola, buenas tardes!

Slide 5 - Tekstslide

Hoe vraag je hoe iemand heet?



Hoe zeg je hoe je heet?
Hola, ¿cómo de llamas?
- Me llamo Pablo, ¿y tú?
Soy Irena.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Diálogo 1
Hola, soy Annemieke. Soy de Haarlem.
Soy holandesa.

Slide 9 - Tekstslide

Diálogo 2
¿Eres Simon van Swieten?
- No, soy Karel de Jong.
¿Eres de Bélgica?
- No, soy de Holanda. 

Slide 10 - Tekstslide

Diálogo 3
¿De dónde es usted?
-Soy de Castellón. Soy española.

Slide 11 - Tekstslide

Diálogo 4 
Buenos días, ¿es usted de Finlandia?
- No, soy alemán.
¿De Bonn?
- No, de Berlin.

Slide 12 - Tekstslide

Diálogo 5
Hola, soy Ángel, ¿cómo te llamas?
- Me llamo Francoise.
Francoise ..... ¿Eres francesa? 
- Sí, y tú, ¿de dónde eres?
Soy español, soy de Granada.

Slide 13 - Tekstslide

Diálogo 6
Por favor, ¿cómo se llama usted?
- ¿Yo? Me llamo Lieven Thijs.
¿Y de dónde es usted?
- Soy de Brujas, soy belga. 

Slide 14 - Tekstslide

Diálogo 7
¿A qué te dedicas?
- Soy estudiante. ¿Y tú?
Soy profesor.

Slide 15 - Tekstslide

Diálogo 8
Oiga, ¿es usted la señora Pérez?
- Sí, soy yo. Y usted, quién es?
Soy Jane Major. Soy profesora de inglés.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Link

!Hola! Mi nombre es Alex
 y soy de España. 
- Mucho gusto. Yo soy Diana. 
¿De dónde eres Diana? ¿Eres de Colombia?
- No, no soy de Colombia. Soy de Ecuador pero vivo en España. 

Slide 18 - Tekstslide

Hacer: ejercicio A, 1, 3 en 6
Maak de oefeningen individueel.
Vergelijk je antwoorden met je buurman/vrouw.
Controleer je antwoorden met het antwoordvel.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Ejercicio 2
1. Hoe zeg je waar je vandaan komt?
2. Hoe vraag je aan Ana en Pedro waar ze vandaan komen?
3. Hoe zeg je dat je student bent?
4. Hoe zeg je goedemorgen?

5. Hoe begroet je een vriend?
6. Hoe begin je een zin beleefd als je iets wil vragen?
7. Hoe zeg je dat jullie uit Amsterdam komen?
8. Hoe vraag je hoe iemand heet?
9. Hoe vraag je wat iemand voor de kost doet?

Slide 21 - Tekstslide

Ejercicio 4: responde en español
1. ¿Eres de Finlandia?
(Nee, ik kom uit Nederland)
2. ¿Quién es usted?
(Ik ben Juan Pérez)
3. Hola, ¿cómo te llamas?
(Ik heet Marijke.)

Slide 22 - Tekstslide

Ejercicio 4: responde en español
4. ¿De dónde eres?
(Ik ben Belgische.)
5. ¿Se llama usted Isabel?
(Ja, ik heet Isabel Gómez.)
6. Hola, soy Manolo, ¿y tú?
(Ik? Ik ben Pedro.)

Slide 23 - Tekstslide

Ejercicio 4: responde en español
7. ¿A qué se dedica usted?
(Ik ben lerares.)
8. ¿Es usted de Cataluña?
(Ja, ik kom uit Barcelona.)
9. ¿Quién es usted?
(Ik ben Carlos Martínez. Ik kom uit Valencia.)
10. Buenos días, ¿es usted el profesor de español?
(Ja, dat ben ik.)

Slide 24 - Tekstslide

Ejercicio 5
1. Goedemorgen, bent u José Carreras?
- Nee, ik heet José Banderas.
2. Komen jullie uit Utrecht?
- Ja, en wij heten Ana en Hans.
3. Komen zij uit Andalusië?
- Ja, uit Sevilla.
4. En wie ben jij?
- Ik ben Antonio en kom uit Madrid. 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide