Kwadratische problemen

Kwadratische problemen 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kwadratische problemen 

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les kan je...

...werken met verschillende kwadratische vergelijkingen
... formules veranderen als de vergelijking verandert
... coördinaten van de top van de parabool berekenen
... verschillende kwadratische vergelijkingen omzetten

Slide 2 - Tekstslide

f(x)=ax​2​​+bx+c
snijpunten met x-as
snijpunt met y-as
coordinaten top
coordinaten top
ax​2​​+bx+c=0
x​t​​=​2a​​−b​​
x=0invullen
y​t​​=x​t​​invulleninformule

Slide 3 - Tekstslide

f(x)=a(x−d)(x−e)
snijpunten met x-as
snijpunt met y-as
coordinaten top
coordinaten top
(d,0)en(e,0)
x​t​​=​2​​d+e​​
x=0invullen
y​t​​=x​t​​invulleninformule

Slide 4 - Tekstslide

f(x)=a(x−p)​2​​+q
snijpunten met x-as
snijpunt met y-as
coordinaten top
coordinaten top
a(x−p)​2​​+q=0
x​t​​=p
x=0invullen
y​t​​=q

Slide 5 - Tekstslide

grafiek van                                           verschuiven 
f(x)=a(x−p)​2​​+q
verticaal
horizontaal
y=3x​2​​−−→y=3x​2​​+5
5 omhoog
y=3x​2​​−−→y=3x​2​​−4
4 omlaag
y=3x​2​​−−→y=3(x+7)​2​​
y=3x​2​​−−→y=3(x−2)​2​​
7 naar links
2 naar rechts

Slide 6 - Tekstslide


Berg of dal parabool?
f(x)=−​2​​1​​(x+2)(x+4)
A
berg
B
dal

Slide 7 - Quizvraag


Berg of dal parabool?
f(x)=−3x​2​​+5x−95
A
berg
B
dal

Slide 8 - Quizvraag


Berg of dal parabool?
f(x)=4(x+2)(x+4)
A
berg
B
dal

Slide 9 - Quizvraag


Berg of dal parabool?
f(x)=​8​​5​​(x−4)​2​​+5
A
berg
B
dal

Slide 10 - Quizvraag


Berg of dal parabool?
f(x)=−(x−4)​2​​−5
A
berg
B
dal

Slide 11 - Quizvraag


Berg of dal parabool?
f(x)=​8​​7​​x​2​​+5x−95
A
berg
B
dal

Slide 12 - Quizvraag


f(x)=3x​2​​+5x−11
 wat is het snijpunt met de y-as?
A
(0,−11)
B
(0,11)
C
(−11,0)
D
(11,0)

Slide 13 - Quizvraag


f(x)=3x​2​​+5x−11
 wat zijn de coördinaten van de top?
A
−​6​​5​​
B
−​3​​5​​=−2​3​​2​​
C
​3​​5​​=2​3​​2​​
D
​6​​5​​

Slide 14 - Quizvraag


f(x)=4(x−2)(x−4)
 wat is Xtop?
A
x​t​​=−3
B
x​t​​=3
C
x​t​​=6
D
x​t​​=−6

Slide 15 - Quizvraag


f(x)=4(x+2)(x+4)
 wat is Xtop?
A
x​t​​=−3
B
x​t​​=3
C
x​t​​=6
D
x​t​​=−6

Slide 16 - Quizvraag


f(x)=2(x+2)(x+4)
 Wat is het snijpunt met de y-as?
A
(2,4)
B
(4,2)
C
(0,16)
D
(16,0)

Slide 17 - Quizvraag


 Wat zijn de snijpunten met de x-as?
f(x)=4(x+2)(x+4)
A
(-2,0) en (-4,0)
B
(2,0) en (4,0)
C
(-8,0) en (-16,0)
D
(8,0) en (16,0)

Slide 18 - Quizvraag


 Wat zijn de snijpunten met de x-as?
f(x)=−3(x+2)(x+4)
A
(-2,0) en (-4,0)
B
(2,0) en (4,0)
C
(0,-2) en (0,-4)
D
(0,2) en (0,4)

Slide 19 - Quizvraag


 Wat zijn de snijpunten met de x-as?
f(x)=−3(x−2)(x−4)
A
(-2,0) en (-4,0)
B
(2,0) en (4,0)
C
(0,-2) en (0,-4)
D
(0,2) en (0,4)

Slide 20 - Quizvraag


f(x)=−​2​​1​​(x+8)​2​​+4
Wat zijn de coördinaten van de top?
A
(8,4)
B
(−8,−4)
C
(−8,4)
D
(8,−4)

Slide 21 - Quizvraag


f(x)=−​2​​1​​(x−8)​2​​+4
Wat zijn de coördinaten van de top?
A
(8,4)
B
(−8,−4)
C
(−8,4)
D
(8,−4)

Slide 22 - Quizvraag


f(x)=−​2​​1​​(x+8)​2​​−4
Wat zijn de coördinaten van de top?
A
(8,4)
B
(−8,−4)
C
(−8,4)
D
(8,−4)

Slide 23 - Quizvraag


f(x)=−​2​​1​​(x−8)​2​​−4
Wat zijn de coördinaten van de top?
A
(8,4)
B
(−8,−4)
C
(−8,4)
D
(8,−4)

Slide 24 - Quizvraag


f(x)=2x​2​​
dan krijg je:
 verplaats
3 omhoog, 4 naar links
A
f(x)=2(x+4)​2​​+3
B
f(x)=2(x+4​2​​)−3
C
f(x)=2(x−4)​2​​+3
D
f(x)=2(x−4)​2​​−3

Slide 25 - Quizvraag


f(x)=2x​2​​
dan krijg je:
 verplaats
3 omlaag, 4 naar links
A
f(x)=2(x+4)​2​​+3
B
f(x)=2(x+4)​2​​−3
C
f(x)=2(x−4)​2​​+3
D
f(x)=2(x−4)​2​​−3

Slide 26 - Quizvraag


f(x)=2x​2​​
dan krijg je:
 verplaats
3 omlaag, 4 naar rechts
A
f(x)=2(x+4)​2​​+3
B
f(x)=2(x+4)​2​​−3
C
f(x)=2(x−4)​2​​+3
D
f(x)=2(x−4)​2​​−3

Slide 27 - Quizvraag


f(x)=2x​2​​
dan krijg je:
 verplaats
3 omhoog, 4 naar rechts
A
f(x)=2(x+4)​2​​+3
B
f(x)=2(x+4)​2​​−3
C
f(x)=2(x−4)​2​​+3
D
f(x)=2(x−4)​2​​−3

Slide 28 - Quizvraag


Snijpunten met x-as en een ander punt zijn bekend, welke formulevorm kan je maken?
A
y=ax​2​​+bx+c
B
y=a(x−d)(x−e)
C
y=a(x−p)​2​​+q
D

Slide 29 - Quizvraag


Coördinaat van de  top en een ander punt zijn bekend, welke formulevorm kan je maken?
A
y=ax​2​​+bx+c
B
y=a(x−d)(x−e)
C
y=a(x−p)​2​​+q
D

Slide 30 - Quizvraag


Snijpunten met x-as en y-as zijn bekend, welke formulevorm kan je maken?
A
y=ax​2​​+bx+c
B
y=a(x−d)(x−e)
C
y=a(x−p)​2​​+q
D

Slide 31 - Quizvraag

Na deze les kan je...

...werken met verschillende kwadratische vergelijkingen
... formules veranderen als de vergelijking verandert
... coördinaten van de top van de parabool berekenen
... verschillende kwadratische vergelijkingen omzetten

Slide 32 - Tekstslide