Thema 3: Effectoren: spieren

Thema 3: effectoren
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieSecundair onderwijs

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 3: effectoren

Slide 1 - Tekstslide

Van prikkel tot reactie

Slide 2 - Tekstslide

Geef de 5 onderdelen van de weg van prikkel tot reactie in juiste volgorde

Slide 3 - Open vraag

1. Van Prikkel tot reactie

Slide 4 - Tekstslide

1. Van Prikkel tot reactie

Mogelijke effectoren: 
  • ...
  • ...

Slide 5 - Tekstslide

1. Van Prikkel tot reactie

Mogelijke effectoren: 
  • Spieren
  • Klieren

Vb? ..

Slide 6 - Tekstslide

1. Van Prikkel tot reactie

Mogelijke effectoren: 
  • Spieren
  • Klieren

Vb?
Spieren: armspier, beenspier, tongspier,
Klieren: zweetklier, bijnier, oorspeekselklier, .. 

Slide 7 - Tekstslide

Kan 1 prikkel meerdere effecten uitlokken?
A
Ja
B
Nee

Slide 8 - Quizvraag

1. Van Prikkel tot reactie

Vb: evenwicht verliezen. 

--> Effect bij spieren: spieren in armen en benen herstellen je evenwichtspositie

--> Effect bij klieren: plotse stress omdat je kan vallen: bijnieren produceren adrenaline. 

Slide 9 - Tekstslide

2. Het skelet, aanhechtingsplaats voor spieren

Slide 10 - Tekstslide

Welke onderdelen van je lichaam spelen een rol bij het bewegen?

Slide 11 - Woordweb

2.1 Bouw van het skelet
Bewegingsstructuren = nodig om bewust of onbewust te bewegen

  • Beenderen
  • Skeletspieren
  • Gewrichten

Slide 12 - Tekstslide

Hoe verschillende soorten beenderen heeft de mens?
A
2
B
20
C
200
D
2000

Slide 13 - Quizvraag

2.1 Bouw van het skelet
  • Meer dan 200 verschillende
  • Eigen functie + specifieke vorm
  •  Indeling is op basis van de vorm

Slide 14 - Tekstslide

2.1 Bouw van het skelet

Slide 15 - Tekstslide

2.1 Bouw van het skelet
Indeling op basis van vorm:
  • Lange beenderen
  • Korte beenderen
  • Platte beenderen
  • Onregelmatige beenderen

Slide 16 - Tekstslide

2.1 Bouw van het skelet
Lange beenderen

= deze beenderen zijn langer dan dat ze breed zijn

Vb.: dijbeen, scheenbeen, vinger- en teenkootjes, ..

Slide 17 - Tekstslide

2.1 Bouw van het skelet
Korte beenderen

= deze beenderen zijn even lang als breed 

Vb.: hand- en voetwortelbeentjes

Slide 18 - Tekstslide

2.1 Bouw van het skelet
Platte beenderen

= breed en afgeplat. Beschermen inwendige organen

Vb.: schedelbeenderen (hersenen), schouderbladen + borstbeen + ribben (longen en hart), heupbeenderen (organen in buikholte)

Slide 19 - Tekstslide

2.1 Bouw van het skelet
Onregelmatige beenderen

= uiteenlopende vormen

Vb.: wervels van de wervelkolom, boven- en onderkaak

Slide 20 - Tekstslide

2.2 Beenderen zijn met elkaar verbonden
  1. Vergroeid: Heiligbeen (5 onderste wervels wervelkolom)
  2. Naden 
  3. Kraakbeen 
  4. Gewrichten 

Slide 21 - Tekstslide

2.2 Beenderen zijn met elkaar verbonden
  1. Vergroeid: 
  2. Naden: schedelbeenderen
  3. Kraakbeen 
  4. Gewrichten 

Slide 22 - Tekstslide

2.2 Beenderen zijn met elkaar verbonden
  1. Vergroeid
  2. Naden 
  3. Kraakbeen: ribben aan borstbeen
  4. Gewrichten

Slide 23 - Tekstslide

2.2 Beenderen zijn met elkaar verbonden
  1. Vergroeid
  2. Naden
  3. Kraakbeen
  4. Gewrichten: tussen boven- en                                            onderarm, knie

Slide 24 - Tekstslide

2.3 Bouw van een gewricht

Slide 25 - Tekstslide

2.3 Bouw van een gewricht

Slide 26 - Tekstslide

2.3 Bouw van een gewricht
Soorten gewrichten:

  • Scharniergewricht
  • Rolgewricht
  • Kogelgewricht





Slide 27 - Tekstslide

2.3 Bouw van een gewricht
Gewrichtsprobleem:

Ontwrichting: gewrichtskom en 
gewrichtskop zijn verschoven ten opzichte
van elkaar. 




Slide 28 - Tekstslide

Verwerking
Oefening 1 p. 78
Oefening 2 p. 78
Oefening 3 p. 78

Slide 29 - Tekstslide

3. Spieren zorgen voor beweging

Slide 30 - Tekstslide

3.1 soorten spieren

  1. Willekeurige spieren
  2. Onwillekeurige spieren 

Slide 31 - Tekstslide

3.1 soorten spieren

  1. ...
  2. ...

Slide 32 - Tekstslide

3.1 soorten spieren

  1. Willekeurige spieren
  2. Onwillekeurige spieren 

Slide 33 - Tekstslide

3.1 soorten spieren
Willekeurige spieren

  • Werken onder controle van je wil
  • Verbonden aan skelet: skeletspieren
  • Opsteken vinger, iets oprapen, springen

Slide 34 - Tekstslide

3.1 soorten spieren
Willekeurige spieren: microscopisch beeld

  • Dwarsgestreept spierweefsel
  • Celkern tegen membraan spiervezel
  • Tot wel 300 Celkernen per vezel
  • vb: bicepts, triceps

Celkern

Slide 35 - Tekstslide

3.1 soorten spieren

  1. Willekeurige spieren
  2. Onwillekeurige spieren 

Slide 36 - Tekstslide

3.1 soorten spieren
Onwillekeurige spieren 

  • Werking kun je niet bepalen
  • Spieren die je maag doen samentrekken, pupil laten vergroten

Slide 37 - Tekstslide

3.1 soorten spieren
Onwillekeurige spieren : microscopisch beeld
  • Glad spierweefsel
  • Geen dwarse strepen
  • Cellen langvormig en spoelvormig
    = egaal beeld
  • Elke cel: 1 duidelijke kern
  • Vb: kring- en lengtespier dunne darm, maagwandspier
Celkern

Slide 38 - Tekstslide

3.1 soorten spieren
UITZONDERING: HARTSPIER

  • Geen skeletspier
  • Onwillekeurig
  • Dwarsgestreept hartspierweefsel


Slide 39 - Tekstslide

3.2 Bouw en werking van dwarsgestreepte spieren

Slide 40 - Tekstslide

3.2 Bouw en werking van dwarsgestreepte spieren

Slide 41 - Tekstslide

3.2 Bouw en werking van dwarsgestreepte spieren
Antagonistische werking of tegengestelde werking. 

Een skeletspier is nooit uit zichzelf ontspannen. Myosine- en actinedraden schuiven enkel uit elkaar als een andere spier zich opspant. 


Slide 42 - Tekstslide

3.3 Bouw en werking van gladde spieren
Elke spiercel heeft aparte
myosine en actinedraden

Niet bewust laten samentrekken

Raken niet uitgeput

Slide 43 - Tekstslide

3.3 Bouw en werking van de hartspier
Hartspier: driedimensionaal
netwerk van dwarsgestreepte
spiervezels die 1 of meerdere
celkernen bevatten.

Samentrekken is ritmisch
en ononderbroken

Slide 44 - Tekstslide

Verwerking
Oefening 4 p. 79
Oefening 5 p. 79
Oefening 6 p. 79
Oefening 7 p. 80

Slide 45 - Tekstslide