1kgt ss7 chap 4

Chapter 4 
No place like home
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Chapter 4 
No place like home

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rooms in the house

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Choose from:
8 carpet – 5 chair – 4 couch – 2 downstairs – 10 mirror – 3 stairs – 6 table – 1 upstairs – 9 wardrobe - 7 window
1
2
3
7
8
9
10
5
6
4
downstairs
upstairs
window
carpet
wardrobe
couch
chair
table
mirror
stairs

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Prespositions - voorzetsels

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Prespositions - voorzetsels
on (top of)           under                  between              near
in front of           next to                 behind                 through

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Prespositions - even herhalen
on (top of)           under                  between              near
in front of           next to                 behind                 through

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The book is too ... , I can't reach it.
A
far
B
near

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The town is halfway ....... Amsterdam and Brussels.
A
across
B
between

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

...... the park there is a beautiful tree.
A
Far
B
Opposite

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Look at those flowers ..... the tree.
A
around
B
through

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

He sailed ...... the Atlantic Ocean.
A
across
B
near

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

They walked slowly ....... the woods
A
on
B
through

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: wallpaper
A
behang
B
muur
C
muurverf
D
buitenmuur

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: detached house
A
rijtjeshuis
B
vrijstaand huis
C
flat
D
2-onder-1 kap

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1                               2            3                                   4
Who lives where?

Slide 16 - Tekstslide

– The house with four windows has a brown roof.
– Victor lives in the house with a yellow roof.
– The house between the houses with two windows and four windows has a blue roof.
– Ralph lives in the house with one window.
– Vera lives in the house with four windows.
– The house with a yellow roof has two windows.
– Marleen lives in a house with a blue roof.
1                               2            3                                   4
The house with four windows has a brown roof.
The house between the houses with two windows and four windows has a blue roof.
Vera lives in the house with four windows.
Ralph lives in the house with one window.
Victor lives in the house with a yellow roof.
The house with a yellow roof has two windows.
Marleen lives in a house with a blue roof.

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

1                               2            3                                   4
Who lives where?
Vera                                Marleen           Victor                                      Ralph

Slide 18 - Tekstslide

– The house with four windows has a brown roof.
– Victor lives in the house with a yellow roof.
– The house between the houses with two windows and four windows has a blue roof.
– Ralph lives in the house with one window.
– Vera lives in the house with four windows.
– The house with a yellow roof has two windows.
– Marleen lives in a house with a blue roof.
Stone 10
Describing your house.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Describe your room in English (1 zin)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertel me over je huis.
kamer
Hoe ziet je huis eruit?
ons huis heeft een eetkamer met grote ramen.
Ons huis heeft geen garage
Mijn slaapkamer is klein, maar erg leuk.
Het heeft een balkon
Het is gezellig.

Slide 22 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin bij welk plaatje?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Our house doen't have a garage
Our house is small, but it has a balcony.
My bedroom is small, but very nice.
Our house has a dining room with big windows

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stone 11
Directions
Asking for / giving

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verkeerslichten
Is dit de weg naar het stadscentrum?
het is tegenover
Je gaat de verkeerde kant op.
Ga die kant op.
Neem de eerste straat aan de linkerkant.
Hoe kom ik bij
de kerk

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Route laten vertellen;
1. blauw huis naar school.
2. blauw huis naar restaurant
3. Bieb naar het station.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bus stop
Roundabout
Church
Underground/ Subway
Hospital
Square
Bridge
Traffic lights
Crossroads
Cinema

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

E Grammar & Writing
Articles (lidwoorden)

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Articles

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

a/an (een)


Wanneer gebruik je nou welke?

Het gaat allemaal om uitspraak.
Als je aan het begin van het woord een medeklinker hoort, gebruik je a.
Hoor je een klinker aan het begin, dan gebruik je an.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Examples
Woord:                            Uitspraak:                      Ik hoor:                   Dus:
kitchen                          / kitsjun /                        k  (medekl.)               a
uniform                        / joeniform /                  j    (medekl.)              a

hour                               / ouwur /                         ou (klinker)                an
apple                            / appul /                            a   (klinker)                an

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A of an?
A
An
apple
hour
man
university
ball
orange
house
icecream
adress
wardrobe

Slide 35 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Imperative
Gebiedende wijs

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een NL-zin in gebiedende wijs

Slide 37 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is imperative?
Gebiedende wijs

Aanwijzingen geven (bijv. de weg wijzen), 
waarschuwingen geven (bijv. pas op!), 
opdrachten geven (doe dit, doe dat)



Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative
1. Altijd de ik-vorm                                             I watch --> Watch out!

2. De zin begint altijd met het werkwoord.

3. Er is nooit een onderwerp 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Watch out!
Sit down.
Be quiet, please.
Close the door on your way in.
Clean your room. 
Listen to me, please.
Make up your mind!
Bring me the mail.
Take the first street left.
Don't speak so loudly.
Don't be late!
Don't stay up.
Don't take my bike to school.
Don't put bag there!
Don't do that!
Don't make me angry!
Don't work so late.
Don't buy plastic bags.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammar & Writing
Present continuous

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

present continuous
  • De present continuous is een vorm van de tegenwoordige tijd.
  • Je gebruikt de present continuous bij gebeurtenissen die:
  •    nu bezig of                        
  •    nu aan de gang zijn

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappen present continuous
1. Over welke persoon gaat het (I, you, Shit, we, they?)

2. Welke vorm van to be hoort er bij die persoon?

3. Schrijf het hele werkwoord op

4. Plak achter het werkwoord +ing        (let op misschien -e)

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je de present continuous?
A
ww+ed
B
ww+ing
C
to be & ww +ed
D
to be & ww+ing

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

We ................ (wish) for a puppy!
A
is wishing
B
are wishing
C
am wishing
D
are wish

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

You .................. (look) for my friend Bob.
A
am looking
B
is looking
C
are looking
D
is looked

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de present continuous:
I ................... (study) for the test.

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de present continuous:
Harry ........................ (bake) his famous pie.

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de present continuous:
The festival Holi ................... (end) at midnight.

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies