Passive sentences

Passive or Active?
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Passive or Active?

Slide 1 - Tekstslide

ACTIVE= He is stealing a bike.
ACTIVE
ONDERWERP = WIE /WAT het doet staat vooraan de zin.

Slide 2 - Tekstslide

PASSIVE: The bike is stolen.
PASSIVE
DE ACTIE  staat vooraan. NIET wie het doet

Slide 3 - Tekstslide

In het Nederlands:
Active sentence --> actieve/bedrijvende zin
Passive sentence --> passieve/lijdende zin

De leerlingen plagen de docent.
De docent wordt geplaagd (door de leerlingen).

Slide 4 - Tekstslide

Het verschil tussen passief en actief
The dog bites the man --> The man was bitten by the dog.

The teacher hit the pupil --> the pupil was hit by the teacher

Slide 5 - Tekstslide

Wanneer gebruik je de passive?
De passive wordt gebruikt als de nadruk niet ligt op wie iets doet, maar wel op wat er gedaan wordt. De handeling is belangrijker dan degene die het doet. Of: je weet helemaal niet wie het doet. Bijvoorbeeld:

The package was delivered yesterday. (het doet er niet toe door wie).
My bike has been stolen. (je weet niet door wie)


Slide 6 - Tekstslide

Hoe herken je een passive?
  1. Staat er een vorm van 'to be'?
    (am/are/is/was/were/have been/ has been/ had been/is being/etc.)
  2. Staat daarna een voltooid deelwoord? (played, broken etc.)
  3. Staat daarna 'by ....'? Zoniet, kun je 'by zombies' erachter 
    zetten?
Als aan deze 3 voldaan is  -->  het is een passive!
The poor girl was killed (by zombies).

Slide 7 - Tekstslide

From active to passive...
Om een actieve zin passief te maken, moet het lijdend voorwerp vooraan in de zin komen te staan, als onderwerp van de passieve zin.
The cat chases the mouse.

'The mouse' wordt onderwerp van de passieve zin --> komt vooraan te staan
'chases' is een present simple --> present simple van "to be" --> is
gevolgd door het voltooid deelwoord van 'chase' --> chased
The mouse is chased by the cat.

onderwerp
lijdend voorwerp
onderwerp

Slide 8 - Tekstslide

Van active naar passive: 4 stappen
  1. Zet het nieuwe onderwerp vd zin voorop: dit was het lijdend vw of meewerkend vw van de actieve zin.
  2. Kijk in welke tense de actieve zin staat.
  3. Gebruik deze tense om het ww ‘to be’ te vormen in de nieuwe zin.
  4. Zet het voltooid deelw. erachter van het hoofdww.
    5. Alleen indien nodig: zet 'by...' erachter 

Slide 9 - Tekstslide

Voltooid deelwoord:
  • regelmatige ww:  hele ww + ed   (play  -->  played)
  • onregelmatige ww: 3e vorm   (fly  --> flew)

Slide 10 - Tekstslide