Rekenen met geld: van bruto tot winst

Rekenen met geld: van bruto tot winst

1 / 31
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeLager onderwijs

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Rekenen met geld: van bruto tot winst

Wat weet je al over winst en verlies?

Wat ga je leren?

Aan het einde van de les kun je uitleggen wat bruto, netto en tarra betekenen, het verschil tussen inkoop- en verkoopprijs, hoe winst en verlies ontstaan, en hoe je intrest, kapitaal, tijd en procenten gebruikt om geld te berekenen.

Bruto, netto en tarra

Netto = alleen het product. Tarra = alleen de verpakking.

Wat is netto en tarra?

Wat is bruto?

Bruto = alles samen, bijvoorbeeld het gewicht van een product met verpakking.

Wat is bruto gewicht?

A

Gewicht inclusief verpakking en product

B

Gewicht zonder verpakking

Wat is netto gewicht?

A

Gewicht inclusief verpakking

B

Gewicht van het product alleen

Wat is tara gewicht?

A

Gewicht van product en verpakking

B

Gewicht van de verpakking alleen

Wat is de inkoopprijs?

A

De prijs waarvoor je een product verkoopt in de winkel.

B

De prijs die een klant betaalt voor een product

C

De prijs die een winkel/verkoper betaalt om een product te kopen.

D

De winst die je maakt op een product.

INKOOPPRIJS

VERKOOPPRIJS

Een winkel koopt een bal voor €8 en verkoopt die voor €12.
Wat is de inkoopprijs?

Waarom is de inkoopprijs belangrijk voor een winkel?


A

Omdat je dan weet hoeveel winst je kan maken.

B

Omdat klanten dat altijd vragen.

C

Omdat het de verkoopprijs is.

D

Omdat het hetzelfde is als korting.


Wat is de verkoopprijs van een product?

A

De kostprijs van het product.

B

De prijs waarvoor het product verkocht wordt.

C

De belasting op het product.

D

De inkoopprijs van het product.

De verkoopprijs is meestal…

A

lager dan de inkoopprijs

B

gelijk aan de inkoopprijs

C

hoger dan de inkoopprijs

D

altijd € 1 meer dan de inkoopprijs

Een winkel koopt een T-shirt voor €10 en verkoopt het voor €15.
Wat is de verkoopprijs?

Kosten en prijzen

De inkoopprijs is wat de verkoper betaalt voor een product.


De verkoopprijs is wat de klant betaalt.

WINST

VERLIES

Wat is winst?

A

Het geld dat je verliest bij het verkopen.

B

Het geld dat je overhoudt als je meer verkoopt dan je betaalde.

C

De prijs waarvoor je iets aankoopt.

Hoe bereken je winst?

A

VERKOOPPRIJS - INKOOPPRIJS

B

INKOOPPRIJS - VERKOOPPRIJS

C

VERKOOPPRIJS + INKOOPPRIJS

Wat is verlies?

A

Wanneer je minder geld krijgt dan wat je betaalde.

B

Wanneer je meer geld krijgt dan wat je betaalde.

C

De verkoopprijs van een product.

Hoe bereken je verlies?

A

VERKOOPPRIJS - INKOOPPRIJS

B

INKOOPPRIJS - VERKOOPPRIJS

C

VERKOOPPRIJS + INKOOPPRIJS

Winst en verlies

Verlies = als de inkoopprijs hoger is dan de verkoopprijs.

Je verliest geld.

Winst = verkoopprijs - inkoopprijs.

Je verdient geld als de verkoopprijs hoger is.

Winst

Verlies

Intrest, kapitaal en tijd

Intrest is het extra geld dat je krijgt als je spaart of betaalt als je leent.


Kapitaal is het bedrag dat je spaart of leent.


De tijd bepaalt hoelang je spaart of leent.

Wat is kapitaal?

A

Het geld dat je uitleent of op de bank zet.

B

De winst die je maakt.

C

De tijd dat je geld op de bank staat.

Wat is intrest?

A

Het geld dat je extra krijgt omdat je geld uitleent of spaart.

B

Het geld dat je op de bank zet.

C

De tijd dat je moet wachten.

Lina zet €200 op de bank.
Ze krijgt 5% intrest per jaar.
Hoeveel intrest krijgt ze na 1 jaar?

A

€ 5

B

€ 10

C

€ 20

Oefening: zelf aan de slag!

Bereken de winst als de inkoopprijs €50 is en de verkoopprijs €65. Hoeveel procent winst is dit?

Procenten gebruiken

Hoe bereken je met procenten?

Bijvoorbeeld: 10% van €200 is €20.

Wat is een procent?

1 procent betekent 1 op de 100.


Procenten worden veel gebruikt bij korting en winst.

Reflectie

Waar kun je deze rekenvaardigheden in het dagelijks leven gebruiken?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.