4MA H9.2 Oorzaken van criminaliteit

4MA H9.2
Oorzaken van Criminaliteit
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

4MA H9.2
Oorzaken van Criminaliteit

Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk was
H9.1 
Opdr. 1, 3, 7, 8, 10, 11 en 12 



Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen wat criminaliteit is en waarom mensen crimineel worden.

Slide 3 - Tekstslide

Een ander woord voor strafbaar feit noem je een
A
conflict
B
inzicht
C
delict
D
stoplicht

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een goede uitleg van criminaliteit?
A
Asociaal gedrag.
B
Alle overtredingen die in de wet staan.
C
Alle misdrijven die in de wet staan.
D
Strafbare feiten die minder erg zijn.

Slide 5 - Quizvraag

Wildplassen valt onder:
A
overtredingen
B
misdrijven
C
veelvoorkomende criminaliteit
D
zware criminaliteit

Slide 6 - Quizvraag

Welk gedrag wordt beschouwd als een misdrijf?
A
Geen id kaart bij je hebben
B
In het donker fietsen zonder licht
C
Mobiel bellen achter het stuur
D
Een winkeldiefstal plegen

Slide 7 - Quizvraag

Als je ouder bent dan 12 en je pleegt een overtreding, krijg je een strafblad.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Een rechtsstaat is een land waar:
A
de rechters de belangrijkste beslissingen nemen
B
de rechten van verdachten en gevangenen in wetten geregeld zijn
C
de rechters de rechten van gevangenen en verdachten bepalen
D
de politie zich niet aan de wet hoeft te houden

Slide 9 - Quizvraag

Delicten die eenmaal in het Wetboek van Strafrecht staan, worden niet meer aangepast.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Je bent alleen strafbaar voor misdrijven die in het Wetboek van Strafrecht staan.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

De afbeelding gaat over de MATERIELE / NIET- MATERIELE gevolgen van criminaliteit,
want...?

Slide 12 - Open vraag

Leerdoelen

  • Je kent de oorzaken van criminaliteit
  • Je weet welke risicofactoren er zijn
  • Je kent de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit

Slide 13 - Tekstslide

Risicofactoren voor crimineel gedrag
  • Risicofactoor: De omstandigheden die de kans op crimineel gedrag vergroten.


  • een slechte opvoeding
  • groepsgedrag / groepsdruk
  • alcohol of drugs
  • spijbelen of schooluitval
  • biologische factoren

Slide 14 - Tekstslide

0

Slide 15 - Video

Welke oorzaak van criminaliteit herken je in dit filmpje?
Slechte opvoeding
Groepsgedrag / groepsdruk
Alcohol of drugs
Spijbelen of schooluitval
Biologische factoren

Slide 16 - Poll

Slechte opvoeding
  • Wanneer mensen in je omgeving crimineel gedrag vertonen, is de kans groter dat jij dat ook gaat doen.

Slide 17 - Tekstslide

Groepsgedrag
  • Als je vrienden regelmatig bushokjes vernielen, ga je daar misschien aan meedoen omdat je bang bent er anders niet meer bij te horen.

  • Dit geldt natuurlijk ook voor andere overtredingen en misdrijven.

Slide 18 - Tekstslide

Alcohol en drugs
  • Onder invloed van alcohol of drugs kun je sneller crimineel verdrag vertonen.


  • Bij 40 procent van de geweldsmisdrijven is er alcohol in het spel.

Slide 19 - Tekstslide

Spijbelen/ schooluitval 
Jongeren zonder diploma komen vaker in aanraking met justitie.

Bijvoorbeeld: vandalisme 

Slide 20 - Tekstslide

Biologische factoren
  • Sommige mensen hebben een stoornis of aanleg om vaker crimineel gedrag te vertonen.


  • Van alle veroordeelden die in de gevangenis hebben gezeten, is 95 procent een man.

Slide 21 - Tekstslide

Opdrachten H9.2
Blz 169 t/m 172

H9.2 Opdr. 1, 2, 3, 4, 9 en 10 
'Ons beeld van criminaliteit' opdr. 1, 2

timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

Maatschappelijke oorzaken van crimineel gedrag

Slide 23 - Tekstslide

Slechte leefomstandigheden 
  • Zoals leven in slechte wijken. 
  

Slide 24 - Tekstslide

Minder strenge normen

  • De normen en waarden van mensen zijn anders dan vroeger. 

  • We vinden zaken steeds sneller normaal.

Slide 25 - Tekstslide

Weinig controle 
  • Mensen letten minder op elkaar (sociale controle).

  • In een stad letten mensen nog minder op elkaar dan op het platte land.



pakkans
De kans om in een grote stad opgepakt te worden voor een overtreding of misdrijf is kleiner dan op het platteland 

Slide 26 - Tekstslide

Opvallende cijfers

  • Bepaalde groepen in de samenleving komen vaker voor in de misdaadstatistieken:

  • jongens en mannen (95 procent van de gevangenen is man)
  • jongeren tussen de 16 en 23 jaar
  • jongeren met een niet-westerse migratie-achtergrond

Slide 27 - Tekstslide

Politiecijfers
  • Politiecijfers zijn nuttig, maar trek niet te snel conclusies!
  • De politie geeft soms voorrang aan bepaalde groepen om te controleren.


  • Bijvoorbeeld: er wordt een tijdje meer gecontroleerd op verkeersovertredingen. Dan komen die meer voor in de cijfers, terwijl de overtredingen misschien afnemen!

Slide 28 - Tekstslide

0

Slide 29 - Video

Waarom is een kleine pakkans een maatschappelijke oorzaak van criminaliteit?

Slide 30 - Open vraag

Noem twee oorzaken van crimineel gedrag.

Slide 31 - Open vraag

Als mensen op anderen letten, noemen we dat:
A
sociale controle
B
groepsgedrag
C
maatschappelijke positie
D
waarden

Slide 32 - Quizvraag

In een grote stad is de criminaliteit hoger dan in een dorp. Maar in een dorp is ………………….. groter dan in een stad.
Welke woorden zijn weggelaten?
A
het alcoholgebruik
B
de schooluitval
C
de groep spijbelaars
D
de pakkans

Slide 33 - Quizvraag

Opdrachten H9.2
Blz 169 t/m 172

H9.2 Opdr. 1, 2, 3, 4, 9 en 10 
'Ons beeld van criminaliteit' opdr. 1, 2
Klaar? Ga verder met H9.4

timer
15:00

Slide 34 - Tekstslide

Bij WB blz 166/167: Zijn er vragen over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen?

Slide 35 - Open vraag

Leerdoelen

  • Je kent de oorzaken van criminaliteit
  • Je weet welke risicofactoren er zijn
  • Je kent de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit

Slide 36 - Tekstslide

Ik heb de lesdoelen gehaald

A
Ja
B
Deels
C
Nee

Slide 37 - Quizvraag