EF1 - T1 - 6AG L'article défini et indéfini



WAT IS ONS DOEL?



In dit hoofdstuk gaan we ons focussen op:


- Het correct toepassen van bepaalde lidwoorden

- Het correct toepassen van onbepaalde lidwoorden




1 / 31
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFransSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les



WAT IS ONS DOEL?



In dit hoofdstuk gaan we ons focussen op:


- Het correct toepassen van bepaalde lidwoorden

- Het correct toepassen van onbepaalde lidwoorden




EF1 - T1 -

6 Atelier grammaire:

les articles définis et indéfinis p.62-71

On va à la brasserie, tu viens aussi?

Tu connais la différence?

koffie, drankje, kleine snack

drinken en eten, de hele dag door

enkel warme maaltijd 's middags en 's avonds

un restaurant

un café

une brasserie

Exercices 1+2 p. 62-63

Begrijp je alle woordenschat op de kaart van "la petite faim"?

P.62

Les articles = de lidwoorden

= de onbepaalde lidwoorden


un, une, des


-> een, /

= de bepaalde lidwoorden


le, la, l', les


-> de, het

Les articles indéfinis

Les articles définis

Heb je goed opgelet?

De bepaalde lidwoorden

(vertaling: de, het)

De onbepaalde lidwoorden

(vertaling: een, /)

le, la, l'

les

un, une

des

Exercice 3 p. 63

Exercice 4 p. 64

P64

Stappen

1. Eerst de zin vertalen --> welk lidwoord ga ik gebruiken? 

2. Is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk/mannelijk of meervoud? 

3. Kies het juiste lidwoord.


Il a ... casquette rouge. 


1. Hij heeft ... rode pet --> een

2. Casquette is vrouwelijk

3. Het lidwoord dat ik gebruik is une

--> Il a une casquette rouge. 

Stappen

1. Eerst de zin vertalen --> welk lidwoord ga ik gebruiken? 

2. Is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk/mannelijk of meervoud? 

3. Kies het juiste lidwoord.


Lisa et Jean? Ce sont ...  enfants de ma tante.


1. Het zijn ... kinderen van mijn tante. --> de

2. enfants is meervoud

3. Het lidwoord dat ik gebruik is les

--> Ce sont les enfants de ma tante.

Nous mangeons ... spaghettis tous les samedis. J'adore!

A

un

B

une

C

des

Tu as ... chien à la maison? Il s'appelle comment?

A

un

B

une

C

des

D


C'est ... fils d'Emma.

A

le

B

la

C

les

D

l'

Regarde! ... copains sont déjà là!

A

Le

B

La

C

L'

D

Les

Exercice 5 p. 65

Attention!

Il adore ... cyclisme.


1. Hij is dol op ... wielersport --> geen lidwoord???

2. Cyclisme is mannelijk

3. Het lidwoord dat ik gebruik is le

--> Il adore le cyclisme.


Attention: Na de werkwoorden

  • aimer

  • adorer

  • détester

--> gebruik steeds de lidwoorden le, la, l', les (of een infinitief)

P.65

  • aimer = houden van, graag...

  • adorer = gek/dol zijn op

  • détester = haten

Ma mère déteste ... danse.

A

une

B

la

C

le

D

un

Nous adorons ... jeux vidéo.

A

des

B

la

C

un

D

les

Vous aimez ... cuisiner?

A

la

B

les

C

des

D

geen lidwoord nodig

Exercices 7+8 p. 65-66

Attention aux verbes aimer, adorer, détester!


Let op voor de werkwoorden aimer, adorer, détester!

Voorbereiding volgende les

  • Studeer grondig je les.


  • Maak de zelftoets 'Teste-toi' p. 69.

  • Verbeter deze zelftoets met de ingevulde cursus in het vak Frans op smartschool, gebruik een rode of groene pen.

Hoe pak je dit best aan?

  • Studeer de bepaalde en onbepaalde lidwoorden uit je hoofd aan de hand van de groene kaders en de samenvatting p. 67.

    • Leer de vertalingen uit je hoofd, wees aandachtig voor vrouwelijk-mannelijk.

    • Leer de regel over het meervoud p.67

  • Bekijk de instructievideo's bij deze les op Pelckmans portaal (taken).

  • Lees de studietips p.68.

  • Maak de zelftoets 'Teste-toi' p. 69 en verbeter met de ingevulde cursus in het vak Frans.

  • Maak ter voorbereiding van de formatieve toets ook nog extra oefeningen: bookwidgets (vak Frans) of de digitale toets (Pelckmans portaal - taken).