WAT IS ONS DOEL?
In dit hoofdstuk gaan we ons focussen op:
- Het correct toepassen van bepaalde lidwoorden
- Het correct toepassen van onbepaalde lidwoorden
WAT IS ONS DOEL?
In dit hoofdstuk gaan we ons focussen op:
- Het correct toepassen van bepaalde lidwoorden
- Het correct toepassen van onbepaalde lidwoorden
EF1 - T1 -
6 Atelier grammaire:
les articles définis et indéfinis p.62-71
On va à la brasserie, tu viens aussi?
Tu connais la différence?
koffie, drankje, kleine snack
drinken en eten, de hele dag door
enkel warme maaltijd 's middags en 's avonds
un restaurant
un café
une brasserie
Exercices 1+2 p. 62-63
Begrijp je alle woordenschat op de kaart van "la petite faim"?
P.62
Les articles = de lidwoorden
= de onbepaalde lidwoorden
un, une, des
-> een, /
= de bepaalde lidwoorden
le, la, l', les
-> de, het
Les articles indéfinis
Les articles définis
Heb je goed opgelet?
De bepaalde lidwoorden
(vertaling: de, het)
De onbepaalde lidwoorden
(vertaling: een, /)
le, la, l'
les
un, une
des
Exercice 3 p. 63
Exercice 4 p. 64
P64
Stappen
1. Eerst de zin vertalen --> welk lidwoord ga ik gebruiken?
2. Is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk/mannelijk of meervoud?
3. Kies het juiste lidwoord.
Il a ... casquette rouge.
1. Hij heeft ... rode pet --> een
2. Casquette is vrouwelijk
3. Het lidwoord dat ik gebruik is une
--> Il a une casquette rouge.
Stappen
1. Eerst de zin vertalen --> welk lidwoord ga ik gebruiken?
2. Is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk/mannelijk of meervoud?
3. Kies het juiste lidwoord.
Lisa et Jean? Ce sont ... enfants de ma tante.
1. Het zijn ... kinderen van mijn tante. --> de
2. enfants is meervoud
3. Het lidwoord dat ik gebruik is les
--> Ce sont les enfants de ma tante.
Nous mangeons ... spaghettis tous les samedis. J'adore!
un
une
des
Tu as ... chien à la maison? Il s'appelle comment?
un
une
des
C'est ... fils d'Emma.
le
la
les
l'
Regarde! ... copains sont déjà là!
Le
La
L'
Les
Exercice 5 p. 65
Attention!
Il adore ... cyclisme.
1. Hij is dol op ... wielersport --> geen lidwoord???
2. Cyclisme is mannelijk
3. Het lidwoord dat ik gebruik is le
--> Il adore le cyclisme.
Attention: Na de werkwoorden
aimer
adorer
détester
--> gebruik steeds de lidwoorden le, la, l', les (of een infinitief)
P.65
aimer = houden van, graag...
adorer = gek/dol zijn op
détester = haten
Ma mère déteste ... danse.
une
la
le
un
Nous adorons ... jeux vidéo.
des
la
un
les
Vous aimez ... cuisiner?
la
les
des
geen lidwoord nodig
Exercices 7+8 p. 65-66
Attention aux verbes aimer, adorer, détester!
Let op voor de werkwoorden aimer, adorer, détester!
Voorbereiding volgende les
Studeer grondig je les.
Maak de zelftoets 'Teste-toi' p. 69.
Verbeter deze zelftoets met de ingevulde cursus in het vak Frans op smartschool, gebruik een rode of groene pen.
Hoe pak je dit best aan?
Studeer de bepaalde en onbepaalde lidwoorden uit je hoofd aan de hand van de groene kaders en de samenvatting p. 67.
Leer de vertalingen uit je hoofd, wees aandachtig voor vrouwelijk-mannelijk.
Leer de regel over het meervoud p.67
Bekijk de instructievideo's bij deze les op Pelckmans portaal (taken).
Lees de studietips p.68.
Maak de zelftoets 'Teste-toi' p. 69 en verbeter met de ingevulde cursus in het vak Frans.
Maak ter voorbereiding van de formatieve toets ook nog extra oefeningen: bookwidgets (vak Frans) of de digitale toets (Pelckmans portaal - taken).