Paragraaf 2.3 De stad verandert

Welkom 2G
- telefoon in de telefoontas
- jassen in je kluisje! NIET in LOKAAL
- spullen op tafel

Even kletsen tot ik wil beginnen. Dus als ik voor de klas ga staan
-> Stil zijn als ik wil beginnen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom 2G
- telefoon in de telefoontas
- jassen in je kluisje! NIET in LOKAAL
- spullen op tafel

Even kletsen tot ik wil beginnen. Dus als ik voor de klas ga staan
-> Stil zijn als ik wil beginnen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
  • Quiz vorige les
  • Leerdoelen
  • §2.3 De stad verandert

  • Praktische Opdracht

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige lessen

Tijdens deze les stel ik je steeds vragen. Let op: er zit een timer op, dus lees goed en reageer snel!



Klaar?
Succes!

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je op de afbeelding hiernaast?
A
Een primate city
B
stedelijk netwerk
C
koloniale dubbelstad

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Van een primate city zijn er meerdere in een land.
A
goed
B
fout

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

hier wonen meer dan 10 miljoen mensen
het percentage mensen in dat in de stad woont
in ontwikkelingslanden is er maar één super stad
New York, Londen, Parijs, Tokyo
Megastad
wereldstad
verstedelijkingsgraad
primate city

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent verstedelijking?
timer
1:00

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen §2.3
  • Je weet hoe een westerse en niet-westerse  stad is opgebouwd. 
  • Je begrijpt dat verstedelijking steeds vaker plaatsvindt in de randzone van de stad.
  • Je kunt met een kaart of model de opbouw van een Amerikaanse stad beschrijven. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De grens tussen stad en platteland vervaagt


  • De grens tussen stad en platteland is tegenwoordig minder scherp  dan vroeger.

  • Vanaf 1960 gingen stedelingen in ruim opgezette voorsteden wonen. Dit proces heet
    suburbanisatie (= proces waarbij mensen verhuizen van het platteland naar de stad). Een Nederlands voorbeeld is Amstelveen, als voorstad van Amsterdam

  • Nieuw is het ontstaan van steden langs kruispunten van wegen: de Randstad


De steden liggen allemaal dichtbij grote wegen (een goede verbinding met elkaar).

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Suburbanisatie: Vanaf 1960 rondom steden wonen
Suburbanisatie: Vanaf 1960 rondom steden wonen
Suburbanisatie: Vanaf 1960 rondom steden wonen
Opbouw Amerikaanse stad

Slide 10 - Tekstslide

Vertel hier hoe een Amerikaanse stad is opgebouwd:
1. Stadscentrum (downtown) met CBD
2. De centrale stad met oude woonwijken
3. Grote ring suburbs


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk het volgende filmpje en beantwoord de vragen:

1. Wat zijn een suburbs
2. Welke mensen wonen er in de suburbs?
3. Waarom zijn deze mensen er gaan wonen?


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Overleg met je buurman of buurvrouw de antwoorden:


1. Wat zijn een suburbs
2. Welke mensen wonen er in de suburbs?
3. Waarom zijn deze mensen er gaan wonen?

Wanneer je kijkt naar de Europese steden, welke verschillen zie je?


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Suburbia
Let's take a ride
and run with the dogs tonight
in suburbia

Break the window by the town hall
Listen! A siren screams
there in the distance like a roll call
of all the suburban dreams


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fast car- 1988
01:50

"I know things will get better
You'll find work and I'll get promoted
We'll move out of the shelter
Buy a bigger house and live in the suburbs"

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

             Maar ook...
What's with Andy, Beugelbekkie, Flodder, Stromae, You... 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken: Amerikaanse stad

- Suburbs: hier wonen mensen met hogere inkomens. Dit zijn woonwijken buiten de stad (voorsteden).

- CBD: Central Business District, het hart van de stad met chique winkels, uitgaansgelegenheden maar vooral kantoren.

Kenmerken: De Europese stad

- De opbouw van een Amerikaanse stad vind je ook terug in veel westerse steden. Het verschil is dat Europese steden nog een historisch centrum hebben. 

Denk hierbij aan Amsterdam, hier zie je nog veel pakhuizen vanuit de Gouden Eeuw.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ook in veel arme landen zie je dat de bevolking in steden en stadjes in de randzone sneller groeit dan in de megastad.

Waarom vestigen migranten zich liever in de randzone?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ook in veel arme landen zie je dat de bevolking in steden en stadjes in de randzone sneller groeit dan in de megastad.

Waarom vestigen migranten zich liever in de randzone?
  • je woont er goedkoper
  • er is meer ruimte
  • je kunt er nog voedsel verbouwen
  • de stad is dichtbij

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gentrification
  • Oude delen van steden worden opgeknapt. Pakhuizen en leegstaande fabriekspanden worden omgebouwd tot woningen.
 Dit proces heet
Gentrification (= proces waarbij woonwijken worden opgeknapt tot duurdere woonwijken, gevolg meer voorzieningen in de wijk).


Door migratie worden grote westerse steden steeds meer multicultureel. Hierdoor ontstaan: transnationale gemeenschappen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen §2.3
  • Je weet hoe een westerse en niet-westerse  stad is opgebouwd. 
  • Je begrijpt dat verstedelijking steeds vaker plaatsvindt in de randzone van de stad.
  • Je kunt met een kaart of model de opbouw van een Amerikaanse stad beschrijven. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maak de opdrachten 1 - 2- 3 - 4 - 7
van paragraaf 2.3

Huiswerk voor woensdag!

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 1
Steden in westerse landen ontwikkelen zich anders dan steden in niet-westerse gebieden. Welke uitspraken passen bij een inwoner van een westerse stad (W) en welke bij iemand uit een niet-westerse stad (NW)? Zet de juiste letters erachter.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 2A
Combineer de letters van de foto’s A, B, C en D met de
cijfers uit bron 12 en geef daarachter aan welk onderdeel van de stad of begrip hier het beste bij past. Bijvoorbeeld A-5-gentrification.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 2B
Welke foto zul je in een Europese stad niet kunnen maken en waarom niet?

  • Foto C. Europese steden hebben vaak een historisch centrum.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 2C
Hoe komt het dat rond het zakencentrum van de Amerikaanse stad vaak probleemwijken voorkomen? Noem de oorzaak en het gevolg!

  • De rijkere inwoners vertrokken naar de suburbs (oorzaak). Armere mensen blijven achter (gevolg).

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3A
Een niet-westerse stad is veel minder geordend opgebouwd dan een westerse stad. Wat zijn daar twee verschillende redenen voor?

  • De niet-westerse stad is minder gepland en groeit veel sneller.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3B
Bekijk figuur 7. Het blauwe vak is een schatting. Welk type wijken zullen in de Afrikaanse steden het snelst groeien? Leg je antwoord uit met informatie uit de figuur.

  • Krottenwijken. Steden groeien vooral snel door de toestroom van arme plattelanders naar de stad. Zij komen vaak terecht in een krottenwijk.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3C
Zoek via het Trefwoordenregister een kaart met de bevolkingsdichtheid van Afrika. Zal door de ontwikkeling die figuur 7 laat zien de bevolking in Afrika in 2050 regelmatiger of onregelmatiger gespreid zijn dan op de huidige kaart? Licht je antwoord toe.

  • Onregelmatiger. De bevolking concentreert zich steeds meer in steden.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 4A
Bekijk GB 235E/GB 257F. Vergelijk de ontwikkeling van Chicago met die van São Paulo.
Wat is het verschil in ontwikkeling?

  • Chicago groeit vooral tussen 1925 en 1960; São Paulo vooral tussen 1960 - 2011/2015.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 4B
Wat is de verklaring voor dit verschil? Gebruik in je antwoord het begrip verstedelijking.

  • In westerse landen kwam de verstedelijking veel eerder op gang dan in niet-westerse landen.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 4C
Bekijk figuur 7. Bij welke stad op GB 235E/GB 257F past de ontwikkeling van de meeste Afrikaanse steden het beste?
  •  Karachi.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 4D
Leg je keuze bij vraag c uit. Gebruik in je antwoord het begrip verstedelijkingsgraad.

  • De verstedelijkingsgraad in Afrika neemt na 1960 snel toe, dus zal de stedelijke bevolking net als bij Karachi snel groeien.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 7A
De opbouw van een westerse stad en een niet-westerse stad verschilt sterk, maar er zijn ook overeenkomsten.
Noem een overeenkomst tussen de randzones van de
steden.

  • Zowel in de westerse als de niet-westerse stad verstedelijkt het platteland rond de grote stad.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 7B
Zoek in de atlas de meest grootschalige kaart van Mumbai. Greater Mumbai is vergelijkbaar met de regio Kolkata in bron 11.
De kaart van Mumbai ondersteunt bron 11. Leg dat uit.

  • Ook in Mumbai groeit de stedelijke bevolking vooral in de randzone (Mumbai Suburban) net als bij Kolkata.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 7C
Geef aan welk cijfer uit bron 12 het beste past bij de
uitspraak.
A ‘Alleen de allerrijksten hebben hier een penthouse.’
B ‘Deze bedrijven verdwijnen hier allemaal.’
C ‘Handig hoor. Ik rijd mijn auto zowat tot bij de kassa.’
D ‘Je hebt hier alles van de grote stad.’
E ‘Vroeger was dit een achterbuurt maar nu wonen hier
mensen zoals wij, middenklasse.’

  • A-10; B-4; C-3; D-9; E-7.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 7D
Gebruik nogmaals bron 12. Leg in je eigen woorden uit wat het woord gentrification betekent.

  • Bijvoorbeeld: oude, versleten buurten worden opgeknapt en er komen rijkere mensen wonen.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies