De aanleiding van deze brief is een (zogenaamd) verzoek van Lucilius, die wil weten of de kritiek van Epicurus, dat de wijze genoeg heeft aan zichzelf en dus geen vriend nodig heeft, terecht is. (paragraaf 1)
Hij noemt Stilbo, een Grieks Cynische filosoof uit de 4e eeuw v.Chr. Men zegt dat hij de leraar is geweest van Zeno, de stichter van de Stoa.
Stilbo beschouwde, net als de latere Stoïcijnen, apatheia als het hoogste goed (summum bonum). Apatheia is het afwezig zijn (a-) van alle emoties (pathos = emotie).