spelling 1

Welkom bij Nederlands!
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Ik kan/weet wanneer ik trema's, apostrofs, accenten en cedilles moet gebruiken. 
Ik kan/weet alle werkwoordsvormen te herkennen en correct te spellen. 

Slide 2 - Tekstslide

Lesprogramma

- Welkom en introductie (5 min)
- Lezen (10 min)
- Instructie spelling (5 min)
- Zelfstandig aan het werk (15 min)
- Klassikaal bespreken (10 min)
- Verder werken aan opdrachten, uitleg werkwoordspelling (15 min)
- Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Lezen
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

Trema, apostrof, accent en cedille
Deze gebruiken we om uitspraakproblemen te voorkomen
Trema: 
- om te voorkomen dat twee klinkers in één woord samen worden uitgesproken (ruine)
- in leenwoorden: concierge 
Apostrof:
- als weglatingsteken: 's avonds, Lars' fiets, Jaaps fiets
- na harde klanken: -a, -i, -o, -y, en -u. bijvoorbeeld auto's, kiwi's en baby's. Dus niet na e klanken en na meerdere klinkers achter elkaar, Annes fiets en cadeaus.
- in afleidingen en meervouden van afkortingen: cc'en, dvd'tje en pc's. 

Slide 6 - Tekstslide

Aan de slag
Wat: Lees de theorie op blz. 34 in Nieuw Nederlands en maak opdracht 1, 2, 3 en 4.
Klaar?
Ga dan verder met opdracht 4, 7 en 10.
Hoe: individueel, heb je een vraag dan graag zachtjes fluisteren
Oortjes: steek je vinger op als je opdracht 2 afhebt. 
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 1
1 coördinatie 
2 discussiëren 
3 draaiing 
4 een van de vier 
5 egoïsme 
6 financieel 
7 föhn 
8 geautomatiseerd 
9 poëzie 
10 reünie 

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 2
1 buggy’tje 
2 bureautje 
3 cafés 
4 chimpansees 
5 dressboys 
6 Hans fiets 
7 lentes 
8 programma’s 
9 ’s morgens 
10 tv’s 

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 3
1 Juist; een koppelteken gebruik je in een samenstelling en een trema als het woord geen samenstelling is. 
2 Juist; er is geen onduidelijkheid over de uitspraak. 
3 Onjuist; om klemtoon aan te geven wordt het accent aigu gebruikt: én. 
4 Juist; er is geen apostrof nodig. 

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 4
1 In Australië leven maar liefst 69 soorten kangoeroes in een bosachtig landschap. 
2 Pas ‘s morgens om een uur of vier verliet de laatste bezoeker het café. 
3 Hoewel de Française prima Nederlands spreekt, kwam ze op het moment suprême niet uit haar woorden. 
4 ‘Heb je überhaupt wel zin om vanavond glühwein te drinken?’, vroeg Ingeborg aan haar collega. 
5 De Tafelberg is echt dé toeristische attractie van Zuid-Afrika. 
6 Lucas riep geërgerd tegen zijn zusje: ‘Je moet me niet steeds na-apen!’ 

Slide 11 - Tekstslide

Zelf aan de slag of extra uitleg ww-spelling
Maak opdracht 7 en 10 (blz. 36 en 37) 
- in stilte vanwege extra uitleg ww-spelling
- je mag met oortjes in
- je blijft op je plaatszitten 

Slide 12 - Tekstslide

Afsluiting
Hoe ging het? Tips en tops
Huiswerk: opdracht 4, 7 en 10 (blz. 36 en 37)

Slide 13 - Tekstslide