Woordsoorten
Woordsoorten
Vandaag
Lezen
Startopdracht
Leerdoelen & opfrissen
Tussenevaluatie
Klassikale opdracht
Werkbladen
Huiswerk
Tijdens de les
Nu eerst:
10 min. lezen!
Startopdracht ‘mijn vakantie in 3 woorden’
Schrijf op de achterkant van je werkblad 3 woorden om je vakantie te omschrijven. Laat er steeds 1 regel ruimte tussen!
Bijvoorbeeld:
eierverf
verzorgen
ziek
Startopdracht ‘mijn vakantie in 3 woorden’
Geef je blad door aan de leden van je groepje en laat hen de woordsoorten erbij schrijven.
Controleer hun antwoorden.
Probeer nu van een van je eigen drie woorden een andere woordsoort te maken;
bijvoorbeeld:
eierverf
verzorgen
ziek
verven
zorg
ziekte
Kijk even terug naar je leerdoelen op het voorblad.
Welke woordsoorten kennen we al?
Persoonlijke leerdoelen
Welke woordsoorten vind je nog moeilijk?
Vul nu de tussenevaluatie in op je werkblad.
Complimentenopdracht
Werkbladen
Weektaak voor deze week:
werkblad
opdr. 1 t/m 5 (grammatica zinsontleden paragraaf 7) van de weektaak in Noordhoff
Let op! Volgende week is boekopdracht 3!
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Tot de volgende keer!
Voorbeelden: vr. en aanw. vnw
Aanwijzende vnw
deze, die, dit, dat, zo'n, zulke, zelf, hetzelfde, dergelijke
Vragende vnw
wie, wat, welk
Alles door elkaar: oefenen maar!
Schrijf boven alle woorden in de zinnen de juiste afkorting van de woordsoort. Gebruik X voor overige woorden.
Voorbeeld: alles benoemen in een zin
Bijvoorbeeld: De trotse vissers verkopen hun verse vangst elke ochtend aan de kade.
Zelf maken: drie zinnen
Maak zelf een zin met 'heel' als bijwoord en als bijvoeglijk naamwoord. Maak ook één zin volgens het opgegeven structuurmodel.
Afronding & reflectie
Kijk naar je eigen leerdoel: wat kun je nu beter? Waar wil je nog verder op oefenen?