Woordsoorten

Woordsoorten

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecondary EducationAge 11-13

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Woordsoorten

Vandaag

Lezen

Startopdracht

Leerdoelen & opfrissen

Tussenevaluatie

Klassikale opdracht

Werkbladen

Huiswerk




Tijdens de les

Nu eerst:

10 min. lezen!

Startopdracht ‘mijn vakantie in 3 woorden’

Schrijf op de achterkant van je werkblad 3 woorden om je vakantie te omschrijven. Laat er steeds 1 regel ruimte tussen!


Bijvoorbeeld:

eierverf


verzorgen


ziek


Startopdracht ‘mijn vakantie in 3 woorden’

Geef je blad door aan de leden van je groepje en laat hen de woordsoorten erbij schrijven.

Controleer hun antwoorden.

Probeer nu van een van je eigen drie woorden een andere woordsoort te maken;


bijvoorbeeld:

eierverf


verzorgen


ziek

verven


zorg


ziekte

Kijk even terug naar je leerdoelen op het voorblad.

Welke woordsoorten kennen we al?

Persoonlijke leerdoelen

Welke woordsoorten vind je nog moeilijk?

Vul nu de tussenevaluatie in op je werkblad.

Complimentenopdracht

Werkbladen

Weektaak voor deze week:

  • werkblad

  • opdr. 1 t/m 5 (grammatica zinsontleden paragraaf 7) van de weektaak in Noordhoff


Let op! Volgende week is boekopdracht 3!

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Tot de volgende keer!

Voorbeelden: vr. en aanw. vnw

Aanwijzende vnw

deze, die, dit, dat, zo'n, zulke, zelf, hetzelfde, dergelijke

Vragende vnw

wie, wat, welk

Alles door elkaar: oefenen maar!

Schrijf boven alle woorden in de zinnen de juiste afkorting van de woordsoort. Gebruik X voor overige woorden.

Voorbeeld: alles benoemen in een zin

Bijvoorbeeld: De trotse vissers verkopen hun verse vangst elke ochtend aan de kade.

Zelf maken: drie zinnen

Maak zelf een zin met 'heel' als bijwoord en als bijvoeglijk naamwoord. Maak ook één zin volgens het opgegeven structuurmodel.

Afronding & reflectie

Kijk naar je eigen leerdoel: wat kun je nu beter? Waar wil je nog verder op oefenen?