Argumentatiestructuren

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Welkom
Pak pen en papier! 


Slide 2 - Tekstslide

Agenda
  1. Verzin zo veel mogelijk argumenten
  2. Spionronde
  3. Argumenten herschrijven: SExI
  4. Tweede uur: theorie argumentatiestructuren (H20), boeken regelen, naambordjes maken voor morgen (gastles 2), volgende week 

Slide 3 - Tekstslide

Waarom?
Doel = nog beter worden in overtuigen (H19), steeds makkelijker en sneller argumenten bedenken en structureren (H20)


Tip: bewaar je argumenten van vandaag voor een debatles later deze periode

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld
Standpunt
Accounts van influencers die fake news verspreiden moeten tijdelijk gedeactiveerd worden.

Argumenten
voor? 
tegen?

Slide 5 - Tekstslide

Standpunten
1. Mensen die fake nieuws verspreiden moeten een hoge boete en socialmedia-verbod krijgen.

2. Leerlingen moeten één maand per jaar op een andere school doorbrengen.

3. De verantwoordelijkheid voor eerlijke kleding ligt bij de consument.

Slide 6 - Tekstslide

Standpunten
1. Mensen die fake nieuws verspreiden moeten een hoge boete en socialmedia-verbod krijgen.

2. Leerlingen moeten één maand per jaar op een andere school doorbrengen.

3. De verantwoordelijkheid voor eerlijke kleding ligt bij de consument.
timer
5:00

Slide 7 - Tekstslide

Spionronde
Je hebt nu 5 minuten de tijd om te spieken bij je klasgenoten (die hetzelfde standpunt hebben gekozen). Ook mag je op internet zoeken naar nog meer argumenten voor/tegen het gekozen standpunt. 
timer
3:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Voorbeeld - SExI 
Standpunt
Accounts van influencers die fake news verspreiden moeten tijdelijk gedeactiveerd worden.

SExI-argument
Influencers moeten hun publiek goed informeren (=state), want influencers hebben een groot aantal volgers. Met dit aantal komt de verantwoordelijkheid om eerlijk te zijn (= explain). Stel je voor, je buurjongen vertelt je fake news over de Nederlands overheid, dan gaat het om 1 persoon/alleen om jou. Maar als een influencer fake news over de overheid deelt en volgers dit geloven, bestaat er de kans dat er rellen ontstaan (= illustrate). 

Slide 10 - Tekstslide

Klaar?
Opdracht 3 (blz. 98)
NUMO - woorden
Hulp?
LessonUp
Klasgenoot
Docent
Opdracht
Maak 1 argument voor en 1 argument tegen je gekozen standpunt SExI
timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Boeken/naambordjes/volgende week
Kies een boek uit de box óf reserveer er 1 in de app. Vraag bij mij of je gekozen boek goed is. (Nederlandse of Belgische schrijver)

Naambordjes maken voor morgen: gastles 2 

Volgende week: laatste week voor de vakantie, verder met argumentatie, so 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Agenda
  1. Argumentatiestructuren theorie
  2. Oefenen met opdrachten
  3. Morgen/deze week

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen 
  • Ik weet wat het verschil is tussen feitelijke en niet-feitelijke argumentatieve uitspraken

  • Ik kan de argumentatiestructuur in een betoog herkennen en verzwegen argumenten invullen
  • Ik kan de juiste strategie bedenken om argumenten aan te vallen
  • Ik kan kritisch kijken en reageren op een betoog

Slide 15 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
Feiten en aanvaardbaarheid - snel te controleren, waar of niet waar? 

Niet-feiten en aanvaardbaarheid: extra uitleg 


Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen 
  • Ik weet wat het verschil is tussen feitelijke en niet-feitelijke argumentatieve uitspraken
  • Ik kan de argumentatiestructuur in een betoog herkennen en verzwegen argumenten invullen
  • Ik kan de juiste strategie bedenken om argumenten aan te vallen

  • Ik kan kritisch kijken en reageren op een betoog

Slide 17 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
  1. Enkelvoudige argumentatie
    Zij moet de opvolgster worden van onze coach. Want zij heeft al veel ervaring.
  2. Nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk)
    Iedereen moet stoppen met roken. Roken is slecht voor je gezondheid. Roken kost veel geld.
    Nevenschikkende argumentatie (afhankelijk)
    Roken kost veel geld en het is belangrijk om aan het eind van de maand geld over te houden om te sparen.

Slide 18 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
3. Onderschikkende argumentatie
Iedereen zou moeten stoppen met roken. Roken is slecht voor je gezondheid. Roken kan hart- en vaatziektes veroorzaken. 

Slide 19 - Tekstslide

Argumentatiestructuur

Slide 20 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
Verzwegen argumenten

Willem is thuis, want zijn auto staat voor de deur [en Willem is niet zonder auto weg].

Ze is een waardeloos politicus, want ze komt nooit na wat hij gezegd heeft. [?]

Slide 21 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
Verzwegen argumenten

The Crown is een saaie serie, want er gebeurt bijna niks in 


Als ..., dan ...


Slide 22 - Tekstslide

Leerdoelen 
  • Ik weet wat het verschil is tussen feitelijke en niet-feitelijke argumentatieve uitspraken
  • Ik kan de argumentatiestructuur in een betoog herkennen en verzwegen argumenten invullen
  • Ik kan de juiste strategie bedenken om argumenten aan te vallen

  • Ik kan kritisch kijken en reageren op een betoog

Slide 23 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
Beoordelen:

Aanvaardbaar?
Relevant?
Bronnen betrouwbaar?
Consistent?

Slide 24 - Tekstslide

Leerdoelen 
  • Ik weet wat het verschil is tussen feitelijke en niet-feitelijke argumentatieve uitspraken
  • Ik kan de argumentatiestructuur in een betoog herkennen en verzwegen argumenten invullen
  • Ik kan de juiste strategie bedenken om argumenten aan te vallen
  • Ik kan kritisch kijken en reageren op een betoog

Slide 25 - Tekstslide

Klaar?
NUMO - woorden
Leren voor so 
Hulp?
LessonUp
Klasgenoot
Docent
Opdracht
3, 6 en 8 
blz. 98&99
timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze week
  • Morgen: open boek SO H19/H20 + lezen (KERN werkboek en handboek + leesboek mee)
  • Donderdag: gastles

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Agenda
1e uur: SO 

2e uur: lezen?

Morgen: gastles, pen en papier mee! 

Slide 29 - Tekstslide

so

Lees de tekst op blz. 100
Maak vraag 14, 15, 16, 18c, 19

Vraag 14 T1 1punt
Vraag 15 T1 2punten
Vraag 16 T1 1punt
Vraag 18a+b T1 2 punten (bonusvragen)
Vraag 18c T2 2 punten
Vraag 19 T1 1punt







Slide 30 - Tekstslide