Oorspronkelijk:
De eerste fabels, zoals die van Aesopus in het oude Griekenland, waren proza-verhalen (gewone tekst, niet rijmend).
Ze werden vaak mondeling verteld, zodat mensen de moraal makkelijk konden onthouden.
Later op rijm:
Toen fabels populair werden maakten schrijvers ze vaak korter en op rijm, zodat kinderen ze beter konden leren en onthouden.
Bijvoorbeeld in kinderboeken of spreekbeurten: rijm maakt een verhaal leuker en makkelijker te onthouden.
Waarom op rijm:
Mensen onthouden verhalen makkelijker als ze rijmen.
Leuk voor kinderen: Rijm klinkt grappig en spannend.
Moraal wordt duidelijker: Het rijm benadrukt vaak de les van het verhaal.