H8.3

H8.3
De Juiste Verhoudingen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

H8.3
De Juiste Verhoudingen

Slide 1 - Tekstslide

Rekenvraag
Gebruik een verhoudingstabel:

Waterstof en zuurstof kunnen samen reageren met de massaverhouding 1 : 8
(Oftewel 1 gram waterstof met 8 gram zuurstof)

Hoeveel gram waterstof heb je nodig voor 100 gram zuurstof?

Slide 2 - Tekstslide

Rekenvraag
Gebruik een verhoudingstabel:

IJzer en zuurstof kunnen samen reageren met de massaverhouding 111,6 : 48
(Oftewel 111,6 gram ijzer met 48 gram zuurstof)

Hoeveel gram zuurstof heb je nodig voor 250 gram ijzer?

Slide 3 - Tekstslide

Doelen vandaag
Je leert wat overmaat is en hoe je die berekent.

Je leert zelf de verhouding van een reactie te berekenen

Slide 4 - Tekstslide

Overmaat
Overmaat = Waar je te veel van hebt.

Stel je gaat een tosti maken en je hebt nodig:
2 plakjes brood, 1 plakje kaas en 1 plakje ham

Je hebt: 6 plakjes brood, 3 plakjes kaas, en 6 plakjes ham.
Welke heb je in overmaat? En hoeveel overmaat heb je?

Slide 5 - Tekstslide

Neutralisatiereactie tussen natronloog en zoutzuur
NaOH en HCl reageren met de verhouding 40 : 36,5.

Je hebt van beide stoffen precies 80 gram. 

Welke stof is de overmaat en met hoeveel gram?

Slide 6 - Tekstslide

Zelf de verhouding berekenen
NaOH en HCl reageren met de verhouding 40 : 36,5...
Maar hoe kun je dat zelf berekenen?

Begin met het berekenen van de molecuulmassa van
NaOH en HCl (in u)
timer
1:00

Slide 7 - Tekstslide

Zelf de verhouding berekenen
NaOH en HCl reageren met de verhouding 40 : 36,5...
Maar hoe kun je dat zelf berekenen?

De reactievergelijking van de reactie is:

(1 Molecuul NaOH reageert met 1 molecuul HCl)
Oftewel:         40 u : 36,5 u

Slide 8 - Tekstslide

Vorming van ammoniak
Ammoniak kan gemaakt worden met de volgende reactie:


Bereken de verhouding stikstof : waterstof.

(Stap 1: Bereken hoeveel u beide zijn
Stap 2: Vermenigvuldig dat met het aantal moleculen)

Slide 9 - Tekstslide

Vorming van ammoniak
Ammoniak kan gemaakt worden met de volgende reactie:


De verhouding "stikstof : waterstof" is "28 : 6"

Kun je ook berekenen hoeveel ammoniak er dan ontstaat?


Slide 10 - Tekstslide

Opgaven maken
Maken: Opgave 14 t/m 25

Vrijdag moet af zijn tot opgave 20.
Dit ga ik checken en samen bespreken.

Eerste ~10 minuten stiltemoment.
Vragen? Eerst zelf proberen. Lees de tekst!

Slide 11 - Tekstslide

H8.3 
De Juiste verhoudingen

Slide 12 - Tekstslide

Huiswerkcheck
Pak voor je: Blz 108 - 109

Slide 13 - Tekstslide

Vraag 19

Slide 14 - Tekstslide

Vraag 20

Slide 15 - Tekstslide

Rekenen aan reacties
IJzer en zuurstof kunnen samen reageren om ijzer(III)oxide te vormen. Hoeveel ijzeroxide krijg je uit 100 gram ijzer?

Stel de reactievergelijking op van ijzer + zuurstof -> ijzeroxide.

Slide 16 - Tekstslide

Rekenen aan reacties
IJzer en zuurstof kunnen samen reageren om ijzer(III)oxide te vormen. Hoeveel ijzeroxide krijg je uit 100 gram ijzer?

Bereken nu de verhouding IJzer : zuurstof : ijzer(iii)oxide.

Tip: Vergeet niet te vermenigvuldigen met het aantal moleculen!

Slide 17 - Tekstslide

Rekenen aan reacties
IJzer en zuurstof kunnen samen reageren om ijzer(III)oxide te vormen.

Je weet nu de verhouding IJzer : IJzer(III)oxide.

Hoeveel ijzeroxide krijg je wanneer 100 gram ijzer reageert? Gebruik een verhoudingstabel

Slide 18 - Tekstslide

Opgaven afmaken
21 t/m 25 van H8.3

Slide 19 - Tekstslide