TaalCompleet 4.3. A1
Learning objective
TaalCompleet 4.3. A1
Learning objective
De aardappel
Betekenis:
Meervoud:
Voorbeeldzin:
Groenten die groeit in de grond.
Aard + appel
De aardappels
Ik eet elke avond aardappels.
Het avondeten
Betekenis:
Voorbeeldzin:
Het eten dat je s' avonds eet.
Vaak warm eten.
Hij eet elke avond kip als avondeten.
s' avonds
Betekenis:
Meervoud:
Voorbeeldzin:
Deel van de dag tussen 18:00 en 00:00.
De avonden
Hij kijkt s' avonds naar een film.
dan
Betekenis:
Voorbeeldzin:
Woord om te zeggen wat erna gebeurt.
De leerlingen gaan eerst sporten, dan mogen ze water drinken.
Als je goed luistert dan krijg je snoep.
Eten
Betekenis:
Voorbeeldzin:
Werkwoord om te zeggen dat iemand eet
tt= ik eet, jij eet, hij eet, wij eten
vt= ik at, jij at, hij at, wij aten.
Zij eten een heerlijke appeltaart.
De lunch
Betekenis:
Meervoud:
Voorbeeldzin:
Eten wat je tussen de middag eet.
Na het ontbijt en voor het avondeten.
In Nederland vaak brood.
De lunches
Mijn lunch is een broodje hagelslag.
s' middags
Betekenis:
Meervoud:
Voorbeeldzin:
Deel van de dag van 12:00 tot 18:00.
De middagen
In de middag doe ik een kort dutje.
's ochtends
Betekenis:
Meervoud:
Voorbeeldzin:
Deel van de dag tussen 06:00 en 12:00.
De ochtenden
S' ochtends eet ik cornflakes.
of
Betekenis:
Voorbeeldzin:
Woord om aan te zeggen dat je moet kiezen.
Wil je koffie of thee?
Gaat het goed of slecht?
Het ontbijt
Betekenis:
Voorbeeldzin:
Eten wat je s' ochtends eet.
Het eerste eten van de dag
Ik eet nooit ontbijt.