EHBO kneuzing, verzwikking en verstuiking, botbreuken

Kneuzing, verzwikking, verstuiking en botbreuken
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Kneuzing, verzwikking, verstuiking en botbreuken

Slide 1 - Tekstslide

Je legt iemand in de stabiele zijligging als..
A
Iemand zich niet lekker voelt
B
Iemand geen adem meer haalt
C
Iemand buiten bewustzijn is maar ademhaalt
D
Iemand flauw is gevallen

Slide 2 - Quizvraag

Wat controleer je het eerst bij de stabiele zijligging?
A
ademhaling
B
kniereflex
C
polsslag
D
hartslag

Slide 3 - Quizvraag

Hoe lang controleer je de ademhaling als iemand in stabiele zijligging ligt
A
30 sec.
B
15 sec.
C
10 sec.
D
5 sec.

Slide 4 - Quizvraag

bij een stabiele zijligging pak je eerst de arm die het verste van je af is
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

wat moet je doen als je de stabiele zijligging doet
A
een AED aansluiten
B
zijn bril afzetten
C
kleding uit trekken
D
bewust zijnde controleren

Slide 6 - Quizvraag

Hoe draai je het slachtoffer op zijn zij in de stabiele zijligging?
A
Door aan de heup en de schouder te trekken.
B
Door de gebogen knie naar je toe te trekken
C
Door te trekken aan de arm die het verst van je af is
D
Door te trekken aan de heup.

Slide 7 - Quizvraag

Je legt een slachtoffer in de stabiele zijligging om te zorgen dat er geen belemmering is voor de luchtwegen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Waarom leg je het hoofd iets omhoog en naar achter bij de stabiele zijligging?
A
Dat ligt gewoon lekkerder
B
Dan kan hij beter kijken
C
Dan kun je makkelijker braken
D
Zo hou je beter de ademhaling in de gaten

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de goede volgorde van de stabiele zijligging?

Slide 10 - Sleepvraag

Wat moet iemand doen bij verslikking?
A
Vinger in zijn/haar keel stoppen om het eruit te halen
B
Voorover buigen en hoesten
C
Achterover buigen en hoesten

Slide 11 - Quizvraag

Wat doe je bij verstikking?
A
Rautekgreep
B
Stabiele zijligging
C
reanimatie
D
buikstoten

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Kneuzing 
Beschadiging van de weefsels en organen onder de huid, waarbij de huid intact is gebleven.

  • pijn op de plaats van de kneuzing
  • zwelling, roodheid en warmte
  • bloeduitstorting
  • pijn bij bewegen

Slide 14 - Tekstslide

Wat kun je doen
  • koelen
  • steunverband
  • lichaamsdeel hoog leggen
  • rust
  • pijnstilling
  • bij twijfel botbreuk huisarts 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Verzwikking en verstuiking
  • Bij verzwikking zijn de gewrichtsbanden (ligamenten) worden even flink opgerekt, maar er ontstaat geen schade aan de gewrichtsbanden.
  • Bij verstuiking onstaan er scheurtjes in de banden en ontstaat er een bloeduitstorting


Slide 17 - Tekstslide

Wat kun je doen ?
  • koelen
  • steunverband
  • pijnstilling 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Botbreuk (fractuur)
  • scheur
  • breuk
  • versplintering 

Door trauma, overbelasting, ouderdom/botontkalking

  • flinke pijn
  • afwijkende stand
  • huidverkleuring
  • zwelling
  • niet normaal kunnen bewegen of op steunen

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Open botbreuk (open fractuur)
Bot steekt zichtbaar door de huid heen

  • Bel 112
  • Laat het slachtoffer niet onnodig bewegen
  • ondersteun de aangedane ledematen bijv met een deken
  • dek indien mogelijk de wond af zo steriel mogelijk af
  • laat het slachtoffer indien mogelijk zelf de arm of schouder vasthouden
  • probeer nooit zelf een ledemaat recht te zetten !
  • Geef het slachtoffer geen drinken en eten !

Slide 22 - Tekstslide