4.3 de man

4.3 De man
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

4.3 De man

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling: In afbeelding is het voortplantingsstelsel van de vrouw schematisch getekend.

Wat geeft nummer 1 aan

Slide 3 - Open vraag

Herhaling: hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus.
timer
0:30

Slide 4 - Open vraag

Herhaling: Welke letter is de clitoris?
A
P
B
R
C
S
D
T

Slide 5 - Quizvraag

Voortplantingsstelsel van de man

Slide 6 - Woordweb

leerdoelen:
Je kunt de delen van het voortplantingsstelsel van een man met hun ligging, bouw en functies noemen, in een afbeelding aanwijzen en hun werking beschrijven.

Slide 7 - Tekstslide

Uitwendige geslachtsorganen

Penis: Schacht, eikel en voorhuid


Slide 8 - Tekstslide

Voortplantings-stelsel man

Balzak: liggen de teelballen en bijballen in
teelballen/zaadballen: produceren zaadcellen
bijballen: hier worden de zaadcellen opgeslagen tot de zaadlozing
Urinebuis: vervoert urine uit de blaas naar buiten


Slide 9 - Tekstslide

Wat is nummer 3
A
eikel
B
teelbal
C
schaambot
D
prostaat

Slide 10 - Quizvraag

Wat is nummer 5
A
urinebuis
B
zwellichaam
C
eikel
D
penis

Slide 11 - Quizvraag

zaadcellen/ spermacellen

In de balzak liggen de teelballen. Vanaf de puberteit gaan de teelballen zaadcellen maken.

Zaadcellen hebben een zweepstaart

Sperma = zaadcellen + vocht

Slide 12 - Tekstslide

Zwellichamen
  • In de penis bevinden zich zwellichamen.
  • Als deze zwellichamen zich vullen met bloed, krijgt de man een erectie. (een 'stijve')

Slide 13 - Tekstslide

Orgaan dat vocht toevoegt aan zaadcellen.
A
bijballen
B
zaadblaasjes
C
prostaat
D
teelbal

Slide 14 - Quizvraag

De zaadcellen worden tijdelijk opgeslagen in de bijballen. De zaadleiders vervoerden de zaadcellen. 
Sperma bestaat uit vocht en zaadcellen. Het vocht komt uit de zaadblaasjes en de prostaat. De zaadblaasjes voegen ook nog voedingsstoffen doe aan de zaadblaasjes.

De zaadblaasjes en de prostaat liggen in de onderbuik. 

Slide 15 - Tekstslide

wat is nummer 7
A
teelbal
B
bijbal
C
balzak
D
zaadblaasje

Slide 16 - Quizvraag

De penis
In het lichaam zit de prostaat. In de prostaat komen de zaadleiders uit in de urinebuis. De urinebuis loopt door de penis. De top van de penis heet de eikel. De eikel is gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven. De eikel is bedekt met de voorhuid. De eikel kan over de voorhuid heen getrokken worden. 

Tussen de eikel en de voorhuid kunnen makkelijk een ontsteking ontstaan. Daarom is wassen met water erg belangrijk

Slide 17 - Tekstslide

Besnijdenis

Tussen de voorhuid en de eikel kan gemakkelijk een ontsteking ontstaan. Het is daarom belangrijk om je daar goed te wassen.

In sommige landen wordt de voorhuid weggesneden. Dit heet besnijdenis.

Slide 18 - Tekstslide

Erectie 
De zwellichamen van de penis kunnen zich met bloed vullen. Erectie

Zaadlozing: het moment dat sperma met schokken uit de penis komt

Als een man de penis in de vagina van de vrouw brengt, geslachtsgemeenschap

Slide 19 - Tekstslide

Zaadlozing
Verlaten 50 tot 150 miljoen zaadcellen het lichaam:
1. Zaadleider: vervoert zaadcellen uit de bijballen richting de prostaat
2. Zaadblaasjes: Voegen vocht toe aan de zaadcellen
3. Prostaat: voegt ook vocht toe aan de zaadcellen
4. vanaf de prostaat gaat het sperma de urinebuis in
5. Sperma komt via de eikel uit de penis

Slide 20 - Tekstslide

0

Slide 21 - Video

welk deel van de penis wordt weggehaald bij een besnijdenis?

timer
0:30

Slide 22 - Open vraag

welk deel van de penis is gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven?

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

exit ticket: Wat is de functie van de teelballen

Slide 26 - Open vraag

wat is de functie van bijballen

Slide 27 - Open vraag

exit ticket: een man heeft prostaatkanker en de prostaat wordt verwijderd. Hoe kan die dan nog klaarkomen?

Slide 28 - Open vraag

Aan de slag!
5.3 opdrachten 1 tm 5
Klaar? opdrachten 6, 7 en 8

Goed gewerkt? -> quizlet

Slide 29 - Tekstslide