In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Wonen door de eeuwen heen
Slide 1 - Tekstslide
Wonen door de eeuwen heen
Hoe leefden we vroeger?
Slide 2 - Woordweb
Hoe leefden wij vroeger. Laat de kinderen dit vertellen.
Je leert hoe mensen woonden door de eeuwen heen.
Slide 3 - Tekstslide
De kinderen kunnen aan het einde van de les voorbeelden geven hoe de mens door de eeuwen heen woonde.
Slide 4 - Tekstslide
We beginnen bij tijdvak 1. Het tijdvak van de jagers en de boeren. Maak een koppeling naar Da Vinci over de eerste mens.
Jagers en verzamelaars
- Neanderthalers in grotten
- daarna in tenten om te reizen
Slide 5 - Tekstslide
De neanderthalers leefden in groepen in grotten. Daar hebben zij mooie tekeningen gemaakt van hun jacht. Er was nog niks geschreven. Deze tekeningen zijn eeuwen later gevonden.
De eerste mens ging jagen en verzamelen. Zij trokken rond om voedsel te vinden. Dan is het niet handig als je huis vast staat. Hun huis (tent) namen zij mee op hun rug. Deze tent werd gemaakt van dierenbotten, stokken en dierenhuiden.
Boeren
- boerderijen
- bij elkaar wonen
- dorpen
Slide 6 - Tekstslide
De mensen kregen door hoe zij planten konden verbouwen. Dus zij werden boeren. Ze bouwden boerderijen waar mensen verschillende gezinnen bij elkaar leefden. Er kwamen meer gezinnen en boerderijen. De boerderijen groeiden uit naar dorpen. De mensen gingen handel voeren. Ze leefden vooral dichtbij een rivier. Dit was handig voor handel drijven.
Slide 7 - Tekstslide
We gaan een aantal eeuwen door naar de monniken en ridders. Waar leefden de ridders? Juist kastelen.
Steden en staten
- kastelen gebouwd door adel
- ontstonden steden
- stadsmuren
- steden gebouwd bij rivieren voor handel
Slide 8 - Tekstslide
Kastelen werden gebouwd door de adel. Die hadden daar het geld voor. De kastelen waren bedoeld om te schuilen voor aanvallen van vijanden zoals het Muiderslot.
Rondom de kastelen ontstonden dorpen en later steden. De steden kregen hun eigen stadsmuren om zich te beschermen.
Leiden is bijvoorbeeld gebouwd rondom de burcht. Als je op de burcht stond, kon je de vijand zien aankomen. De burcht is ook gebouwd aan de rivier de Rijn.
Deze steden en kastelen zijn gebouwd bij rivieren en kruispunten van wegen. Hier kwamen veel handelaren langs. Zo kon er handel gedreven worden en verdienden mensen hun geld.
Slide 9 - Tekstslide
We gaan nu naar het tijdvak van de ontdekkers en de hervormers. In die tijd gingen mensen de zee op, op zoek naar nieuwe werelddelen. Daar leerden zij nieuwe dingen kennen zoals specerijen. Kaneel en kruidnagel. Deze specerijen brachten zij weer naar Nederland en werd opgeslagen in grote panden.
grote steden
- door handel kwamen er grachtenpanden
- steden werden steeds groter
- veel mensen bij elkaar
Wist je dat grachtenpanden schuin staan zodat er geen regen tegen de gevel kwam!
Slide 10 - Tekstslide
Deze panden heten grachtenpanden. De panden zijn groot en hebben een stuk aan de voorkant waar ze dingen omhoog konden takelen. Zoals zakken met specerijen.
Door de handel gingen mensen naar de stad om daar te wonen. De steden werden dus groter en groter. Veel mensen woonden bij elkaar.
[klik op het peertje] wist je dat? De grachtenpanden staan uit het lood omdat zij vroeger niet geïsoleerd waren. Door het schuin te bouwen kon de regen niet tegen de gevel komen.
Slide 11 - Tekstslide
Dan gaan we naar het nu. Hoe leven wij nu?
Waar wonen we nu?
Slide 12 - Woordweb
Laat de kinderen deze vraag beantwoorden. Waar leven wij nu. Ze kunnen denken aan waar zij zelf wonen.
Slide 13 - Tekstslide
Er zijn veel verschillende woningen.
Zoals;
- tiny house
- rijtjeshuis
- boerderij
- flat
- wolkenkrabber
- woonboot
Bijzondere gebouwen
Slide 14 - Tekstslide
Er zijn ook een hoop bijzondere gebouwen. Zoals op plaatje 1. De bovenste horizontale laag is een zwembad.
Er zijn ook kubuswoningen in Rotterdam.
En de toren van de arabieren in Dubai.
Er worden steeds meer
nieuwe gebouwen ontworpen.
Slide 15 - Tekstslide
Huizen veranderen nog steeds.
Huizen van de toekomst
Slide 16 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Slide 17 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Slide 18 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
opdracht
nodig:
- liniaal
- wit blad
- potlood
- gum
- kleurpotloden
Wat moet je doen:
Ontwerp jouw huis van de toekomst.
Wat gaat er veranderen?
Wat blijft hetzelfde?
Welke kleuren?
timer
1:00
Slide 19 - Tekstslide
De kinderen kunnen aan de slag met een tekenopdracht.