Gisteren ging ik naar de bibliotheek. Heel gewoon zal je zeggen, tot je hoort wat ik allemaal meemaakte: Ik wandelde door de deur toen ik plots oude Louis zag staan … hij weet niets van hygiëne af en stinkt daarom enorm. Je begrijpt dat ik problemen wilde vermijden en ontweek hem met een grote boog. Maar … hij bleef me nastaren en uiteindelijk werd ik gedwongen iets tegen hem te zeggen. In mijn fantasie dacht ik maar dat ik in een paradijs met één van mijn idolen stond te praten, maar mijn gedachten werden weer naar de werkelijkheid gerukt toen Louis me brutaal met een kaart op mijn billen sloeg. Het was niet zomaar een kaart, maar de kaart van een mythisch eiland, vol kraters en leeuwen en mysteries. Hij vroeg me de kaart te lezen, omdat het volgens hem ging over een nog onbekend eiland, maar de letters waren zo klein, dat ik hem aanraadde de kaart onder een microscoop te houden. Hierop stelde hij me het volgende voor: “Als jij voor mij de kaart kan ontcijferen, krijg je de helft van hetgeen ik ermee verdien”. Dit moest hij natuurlijk geen twee keer zeggen … ik spurtte naar huis, zocht gedurende uren de vele symbolen op, maakte schema’s en telefoneerde naar professoren. En uiteindelijk … had ik de oplossing! Wat het resultaat was? Dat is weer een ander verhaal.