P1 - Les 4 - Temperatuur

P1 - Les 4 - Temperatuur
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

P1 - Les 4 - Temperatuur

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inhoud les
- hoe houdt het lichaam temperatuur op peil?
- indicaties om temperatuur te meten
- EWS: Early Warning Score
- verschillende manieren van temperaturen
- te lage lichaamstemperatuur
- te hoge lichaamstemperatuur
- verbranding



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lichaamstemperatuur stabiel houden
 Het lichaam produceert warmte door een proces van stofwisseling in met name de hersenen, de lever en de spieren.
Via bloedsomloop wordt warmte over lichaam verdeeld.  
Temperatuurregulatiecentrum in hersenen


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reden(en)
om temperatuur te meten

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wijze van temperatuur opnemen
  • in het rectum (rectaal)
  • in de mond (oraal); (tel 0,3 graden erbij op) (3 minuten meten)
  • onder de oksel (axillair); (0,5 graden erbij)
  • in het oor (tympanisch);
  • via voorhoofd of slaap.




Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer de lichaamstemperatuur van een zorgvrager wordt gemeten, wordt de kerntemperatuur bedoeld
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zorgvragers lopen risico
op ondertemperatuur?

Slide 9 - Woordweb

  • baby's, 
  • mensen met diabetes mellitus,
  •  mensen met hartfalen en 
  • mensen met schildklierproblemen. 
Verder kunnen dakloze mensen ondertemperatuur oplopen, maar ook mensen met een bepaalde psychiatrische aandoening of met dementie, omdat zij bijvoorbeeld buiten rondzwerven en niet meer weten hoe zij thuis moeten komen. Er kan zelfs onderkoeling optreden als iemand bovendien nat, onvoldoende gekleed of dronken (alcoholist) is of bepaalde medicijnen gebruikt.

Alcohol verdooft het spier- en bindweefsel in je lichaam.
Welk proces helpt bij een baby van twee maanden om bij kou zijn temperatuur te verhogen?
A
Rillen
B
Trage ademhaling
C
Vaatvernauwing

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je staat bij een bushalte te wachten. Het vriest en je bent je handschoenen vergeten. Je hebt blauwe vingers. Hoe komt dat?
A
De bloedstroom in de vingercapillairen is vertraagd
B
De bloedstroom in de vingercapillairen is versneld
C
In de vingers wordt minder O2 uit het bloed gehaald

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waardoor vormen baby’s een risicogroep voor ondertemperatuur?
A
Ze hebben relatief groot hoofd
B
Baby's kunnen zo hard rillen dat ze een stuip kunnen krijgen.
C
Baby's voelen niet dat ze het koud hebben

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kippenvel
De haren op de huid gaan overeind staan en houden meer lucht vast, wat isolerend werkt. Er is dan sprake van 'kippenvel' en soms rillen.

  • ondertemperatuur; < 36,5
  • onderkoelingsverschijnselen (hypothermie); < 35
  • bevriezingsverschijnselen.

Gevaarlijk: temperatuur lager dan 32 graden Celsius -> verminderde spieractiviteit, niet meer rillen.  
Temperatuur onder de 28 graden Celsius: kans op een ademstilstand en daardoor overlijden.


Slide 13 - Tekstslide

Onder de 32 graden Celsius kan het hart geen goede spieractiviteit meer ontwikkelen; prikkels worden dan nog maar moeizaam doorgegeven. Als de lichaamstemperatuur onder de 28 graden Celsius zakt, wordt de situatie kritiek en dat kan uiteindelijk overlijden tot gevolg hebben.
Bevriezingen

  • eerstegraads bevriezing, waarbij roodheid en later een bleekgrijze huidverkleuring optreedt die gepaard gaat met een stekende pijn;
  • tweedegraads bevriezing, met blaarvorming die gepaard gaat met een stekende pijn;
  • derdegraads bevriezing, waarbij sprake is van een spierwitte huid die hard aanvoelt en waarbij de zorgvrager geen pijn ervaart; hierbij is het in het ergste geval mogelijk dat een heel lichaamsdeel afsterft.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat te doen bij onderkoeling
Gecontroleerd opwarmen:
  • warm drinken aanbieden, maar alleen als de zorgvrager bij bewustzijn is;
  • lichaamsdelen van de zorgvrager voorzichtig opwarmen met eigen lichaamswarmte (huid-op-huidcontact);
  • de zorgvrager een warm bad of douche aanbieden als dat fysiek nog mogelijk is;
  • de zorgvrager op een elektrisch opwarmmatras leggen en langzaam de temperatuur verhogen;
  • de zorgvrager in een isoleerdeken wikkelen als er geen opwarmmatras voorhanden is.




Slide 15 - Tekstslide

voorkomen dat eerst de huid opwarmt en daarna pas het lichaam zelf. Als de huid opwarmt, trekt het bloed naar de huid toe en dus weg van de organen. Daardoor koelt het lichaam nog verder af.
Te hoge lichaamstemperatuur
  • verhoging; 37,5 en 38 graden Celsius
  • koorts; 38 graden Celsius of hoger
  • hyperthermie.

Klachten bij geleidelijke temperatuurverhoging: hoofdpijn, spierpijn, gebrek aan eetlust, lusteloosheid, moeheid en slaapproblemen.
Koortsstuip: Lichamelijke reactie op een sterke stijging van de lichaamstemperatuur waarbij verschijnselen kunnen optreden die lijken op een epileptische aanval. (6 maanden - 6 jaar)
Koude rilling: Periode in het koortsverloop waarin de zorgvrager het beurtelings koud en warm heeft.



Slide 16 - Tekstslide

Zenuwuiteinden in de huid geven bij een verhoging van de temperatuur een seintje aan de hersenen. De hersenen sturen vervolgens een berichtje naar de drie miljoen zweetklieren in het lichaam om zweet af te gaan scheiden. Dit zweet verdampt op de warme huid, waardoor het lichaam weer afkoelt en de temperatuur daalt.

Door de hogere lichaamstemperatuur groeien bacteriën en virussen minder goed.
Welk proces bij koorts helpt het meest om extra warmte af te voeren?
A
Snelle ademhaling
B
Toename van transpiratie
C
Vaatvernauwing

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij een temperatuur van 37,6 graden Celsius is er sprake van koorts
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hyperthermie is het medische woord voor koorts
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hyperthermie
Sterk verhoogde lichaamstemperatuur:
Oververhitting, met verschijnselen als vermoeidheid, concentratieverlies, hoofdpijn, spierkrampen, duizeligheid en misselijkheid.

Hitte-uitputting, met verschijnselen als hevig zweten, bleke huid, kramp, snelle hartslag en flauwvallen.

Hitteberoerte, met verschijnselen als een hoge hartslag, misselijkheid, een hoogrode kleur op het gezicht, droge huid, stuiptrekkingen en bewustzijnsverlies. Er kunnen shockverschijnselen of toevallen ontstaan die lijken op epileptische aanvallen. Uiteindelijk kan een circulatiestilstand optreden.


Slide 20 - Tekstslide

afgekoeld met een koeldeken, koelbad of koudwaterkompressen, terwijl ook een ventilator aanstaat. Als de zorgvrager bij kennis is, kun je oral rehydration salts (ORS) aanbieden. Dit is een poeder met zouten. Opgelost in water wordt het snel opgenomen door het lichaam. Wel moet je de zorgvrager kleine slokjes tegelijk geven en alert zijn op braken en verslikken.
Temperatuurregulatie

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij een lichaamstemperatuur rond de 38 °C verlopen de processen in de cellen het best.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sommige mensen zeggen: ‘Je moet koorts eruit zweten. Dus een extra dekbed of deken op bed leggen.’
A
Dit is juist, zo kan je lichaamstemperatuur omlaag
B
Dit is onjuist, warmte kan niet weg dus lichaamstemperatuur stijgt juist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij ouderen ontstaat relatief gemakkelijk ondertemperatuur. Een reden hiervan is: Ouderen hebben minder spierweefsel, daardoor kunnen ze minder warmte produceren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is GEEN stadium van koude rilling?

A
koude stadium
B
koortsstuip
C
transpiratiestadium
D
warmte stadium

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als een oudere persoon langdurig hoge koorts heeft, wat moet zeker NIET doen?
A
observeren in een koele ruimte
B
ORS toedienen
C
warm inpakken
D
ventilator aan zetten

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Brandwonden
Brandwond: Beschadiging van de huid door warmte, elektriciteit of een chemische stof

  • 35 000 bij huisarts
  • 1500 bij ziekenhuis
  • 500 bij brandwondencentra
  • 200 sterfgevallen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Brandwonden
Ernst van brandwonden:
  • Oorzaak van de verbranding
  • Temperatuur van hittebron
  • Leeftijd van patiënt
  • Plaats van verbranding
  • Tijd van inwerking

3 gradaties: O.b.v. huidlagen

Slide 28 - Tekstslide

Bij hitte ook de temperatuur van de warmtebron

Bij ouderen is de huid dunner en is er sprake van een slechtere afweer

Gradaties zijn gebaseerd op de diepte van aantasting (welke huidlagen zijn aangetast)
Opdracht
ga naar www.brandwondenstichting.nl
Scrol naar beneden en bekijk:
"Eerste hulp bij brandwonden"
Doorloop alle 7 stappen.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw de Jong (86) heeft hele thee op haar schoot gekregen, wat doe je als eerste?
A
Onder een lauwe douche zetten met keding aan
B
Onder een koude douche zetten met kleding aan
C
Boven kleding verwijderen, inco en ondergoed laten zitten. Daarna lauw douchen.
D
Boven kleding verwijderen, inco en ondergoed verwijderen. Daarna lauw douchen.

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
LearnBeat
Doorloop deze week studieplanner week 40

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies