week 43 Havo 3- el tiempo

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • El tiempo
  • hablar del futuro
  • practicar
  • los deberes
Semana 43
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • El tiempo
  • hablar del futuro
  • practicar
  • los deberes
Semana 43

Slide 1 - Tekstslide

SO
SO: Woorden (sp-nl en nl -sp) en grammatica van 2.1, 2.3, 2.4, 3.1 y 3.2(alleen construcciones con HACE)



Slide 2 - Tekstslide

Hablar del tiempo
  • Bekijk de plaatjes op pagina 32 van je LA en vul 3.2 van je woordenlijst in. 
timer
8:00

Slide 3 - Tekstslide

Plannen in de nabije toekomst

IR + A + INFINITIEF

Hoe wordt het werkwoord ir vervoegd?
voy, vas, va, vamos, vais, van
Leerdoel: plannen in nabije toekomst
Módulo pág. 31

Slide 4 - Tekstslide

Om plannen in de nabije toekomst uit te drukken. 
Hiervoor gebruik je het werkwoord IR + A + INFINITIEF
yo                             
tú                              
él, ella, ud.                                 +   A + INFINITIEF
nosotros                   
vosotros                   
ellos, ellas, uds.        
voy
vas
va
vamos
vais
van
Leerdoel: plannen in nabije toekomst

Slide 5 - Tekstslide

ejemplos
  • Esta noche voy a ir al cine con mis amigos.
  • El próximo año Carmen va a estudiar medicina.
  • El próximo verano vamos a viajar por México.
  • Esta tarde Paco y yo vamos a jugar al tenis.

Je kunt deze constructie ook gebruiken om aan te geven dat iets zeker gaat plaatsvinden. 
  • Hay nubes en el cielo, va a llover

Leerdoel: plannen in nabije toekomst

Slide 6 - Tekstslide

Plaats persoonlijk vnw.
Wanneer er een persoonlijk vnw. in de zin staat kan je het op 2 plaatsen neerzetten:
  • Voor de vorm van ir.
         vb: Me voy a duchar.
         vb: Lo voy a comprar
  • Achter de infinitief vast.
         vb: Voy a ducharme.
         vb: Voy a comprarlo. 
Leerdoel: plannen in nabije toekomst
Tijdsaanduidingen futuro
Vul je woordenlijst 3.3 in

Slide 7 - Tekstslide

IR      A      HELE WERKWOORD
+
+

Slide 8 - Tekstslide

ir + a + hele werkwoord
* Voy a hacer deporte.
* Vas a jugar al fútbol.
* Va a quedar con amigos.
* Vamos a ver una película.
* Váis a descansar.
* Van a celebrar fiesta.
¿Qué vas a hacer mañana?

Slide 9 - Woordweb

A practicar y escuchar
Haz Libro de alumno pág. 32 y 33 ej. 1-2-4-5
Leerdoel: praten over het weer
ejercicio 2
ejercicio 5
timer
1:00

Slide 10 - Tekstslide

Vamos a hablar
LA: pág. 33 ej. 6
¿Qué tiempo hace en.......?
Leerdoel: praten over het weer
timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Maak de volgende sleepvraag zonder in je woordenlijst te kijken. 
Leerdoel: praten over het weer

Slide 12 - Tekstslide

Hace calor
Hace frío
Hace viento
Hay niebla
Nieva
Hace sol
llueve
hay tormenta

Slide 13 - Sleepvraag

¿Qué tiempo hace?
A
Hace sol
B
Hace frío
C
Está lloviendo
D
Hace viento

Slide 14 - Quizvraag

¿Qué tiempo hace?
A
Hace calor.
B
Hace 25 °C.
C
Hay niebla.
D
Llueve.

Slide 15 - Quizvraag

¿Qué tiempo hace?
A
hace sol
B
hace frío
C
hace nube
D
hace viento

Slide 16 - Quizvraag

¿Qué tiempo hace?
A
hace invierno
B
hace nieve
C
hace frío
D
hace fresco

Slide 17 - Quizvraag

Hace frío
Hace calor
Hace viento
¿Qúe tiempo hace?
Hace buen tiempo
Hace mal tiempo
het is koud
wat voor weer is het?
Het is warm
Het waait
Het is goed weer
Het is slecht weer

Slide 18 - Sleepvraag

¿Qué vas a hacer?
IR + A + hele werkwoord
EN GRUPOS

Slide 19 - Tekstslide

Los deberes
SO: Woorden (sp-nl en nl -sp) en grammatica van 2.1, 2.3, 2.4, 3.1 y 3.2(alleen construcciones con HACE)

Haz (maak): LE 2.1 y 2.2

Slide 20 - Tekstslide