H5 De regering en de formatie

H5 MASK
De regering en de formatie
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
MASKMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

H5 MASK
De regering en de formatie

Slide 1 - Tekstslide

1. Wat gebeurt er tijdens een formatie?
A
Dan gaan alle ministers op de foto met de koning
B
Dan wordt er een nieuw kabinet gevormd
C
Dan wordt de oppositie bepaald
D
Dan gaan alle partijen met elkaar overleggen over het regeerakkoord

Slide 2 - Quizvraag

2. Welke partijen zaten aan de onderhandelingstafel bij de formatie
A
VVD, D66, PVV, CU
B
VVD, PvdD, CU, D66
C
VVD, D66, CU, CDA
D
PvdA, D66, Groen Links

Slide 3 - Quizvraag

3. Wat is de juiste volgorde voor de formatie van een kabinet?
A
regeerakkoord - formateur - informateur - beëdiging
B
formateur - regeerakkoord - informateur - beëdiging
C
informateur - formateur - regeerakkoord - beëdiging
D
informateur - regeerakkoord - formateur - beëdiging

Slide 4 - Quizvraag

Waartoe moet de formatie leiden?
A
Het benoemen van een nieuwe koning.
B
Het benoemen van fractievoorzitters.
C
De vorming van een nieuwe regering.
D
De vorming van nieuwe stemmers.

Slide 5 - Quizvraag

4. Formatie betekent:
A
het vormen van een nieuw kabinet
B
de uitslag van de verkiezingen
C
het opheffen van een kabinet
D
alle volksvertegenwoordigers bij elkaar

Slide 6 - Quizvraag


5. Prinsjesdag is altijd op....
A
De derde dinsdag van september
B
De tweede dinsdag van september
C
Op 20 september

Slide 7 - Quizvraag

6. Wat is Prinsjesdag?
A
De koning leest de plannen van de regering voor
B
Dan ondertekent de koning nieuwe wetten van de regering
C
De viert de koning zijn verjaardag

Slide 8 - Quizvraag

7. Prinsjesdag was deze week, maar wat houdt Prinsjesdag eigenlijk in?
A
De verjaardag van de koning
B
De verjaardag van Nederland
C
Presentatie van de Grondwet
D
Presentatie van de regeringsplannen

Slide 9 - Quizvraag


Een informateur is
8. Een informateur is:
A
Iemand die het kabinet vormt
B
Iemand die de leden van het nieuwe kabinet beëdigd
C
Iemand die praat met alle fractievoorzitters
D
Iemand die kijkt welke partijen kunnen en willen samenwerken

Slide 10 - Quizvraag

9. Wat doet een formateur?
A
Het regeerakkoord bedenken
B
De oppositie dissen
C
Harde schijven formatteren
D
Ministers en staatssecretarissen aanwijzen

Slide 11 - Quizvraag

10. De formateur is de .....
A
iemand die onderzoekt welke partij gaan samenwerken
B
voorzitter van de Tweede Kamer
C
leider van de grootste partij

Slide 12 - Quizvraag

11. Wie is meestal de formateur?
A
De nieuwe Minister van Gezondheid
B
De nieuwe Minister President
C
De Koning
D
De gekozen Tweede Kamer

Slide 13 - Quizvraag

12. Wat kiest de formateur?
A
Ministers
B
1e kamer
C
Oppositie
D
Ministers en staatssecretarissen

Slide 14 - Quizvraag

13. De koning mag wel op reis en Mark R. (minister-president) beschermt hem, valt onder,
A
de trias politica
B
het Koningschap
C
de ministeriele verantwoordelijkheid
D
het Wetboek van strafrecht

Slide 15 - Quizvraag

14. Wat is een constitutionele monarchie?
A
Koninkrijk met een grondwet
B
Koninkrijk zonder grondwet
C
Land met een grondwet maar geen koning
D
Koninkrijk met een absolute koning

Slide 16 - Quizvraag

15. Ambtenaren
A
hebben geen invloed op de politiek
B
zitten alleen op een gemeentehuis
C
bereiden wetten voor en voeren ze uit
D
herschrijven wetten

Slide 17 - Quizvraag