016 H7

Welkom
4 HAVO BE.2 ||  2019-2020
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Welkom
4 HAVO BE.2 ||  2019-2020

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Lesdoelen
  • Theorie
  • Aan de slag
  • Evaluatie

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les
  • Kun je het verschil tussen vrijwillig en verplicht sparen beschrijven
  • Kun je de voor- en nadelen van vrijwillig en verplicht sparen uitleggen
  • Kun je het verschil tussen vrij opneembare en niet-vrij opneembare spaarvormen beschrijven
  • Kun je de voor- en nadelen van vrij opneembare en niet-vrijopneembare spaarvormen uitleggena

Slide 3 - Tekstslide

Beleggen

Slide 4 - Woordweb

Hoodfstuk 7 
Beleggen

Hoofdstuk 7 gaat over verschillende spaar- en beleggingsvormen voor bijvoorbeeld je pensioen, een nieuwe auto of een vakantie

Slide 5 - Tekstslide

Wat was ook alweer sparen?

Slide 6 - Open vraag

Sparen
Je geeft een deel van je inkomen niet uit

Slide 7 - Tekstslide

'gewoon' sparen
'gewoon' sparen is geld dat je op je bankrekening zet. 
Deze vorm van sparen is niet risicovol

Slide 8 - Tekstslide

Vrijwillig en verplicht sparen
Pensioensopbouw:

  • AOW
  • Aanvullend bedrijfspensioen
  • Eigen pensioenopbouw                  +
       Inkomen nadat je met pensioen bent gegaan

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Wat betekent AOW en wanneer heb je er recht op?

Slide 11 - Open vraag

AOW
Algemene ouderdomswet
Wet van 31 mei 1956

  • De AOW is een maandelijks basisinkomen voor iedereen die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. 
  • Dit inkomen loopt door tot je overlijden.

Slide 12 - Tekstslide

Hoe wordt de AOW gefinancierd?

Slide 13 - Open vraag

Hoe wordt de AOW gefinancierd?
  • AOW is geen spaarvorm maar een sociale verzekering

  • Alle werkenden betalen premies (want verzekering)
  • Hiermee worden alle AOW-gerechtigden mee betaald

  • Dit noemen we het omslagstelsel

Slide 14 - Tekstslide

Bedrijfspensioen
Werknemer en werkgever leggen allebei maandelijks een bedrag in als pensioenpremie zodat de werknemer t.z.t. een pensioen uit het fonds ontvangt.

Slide 15 - Tekstslide

Kapitaaldekkingsstelsel
  • Maandelijks wordt er een deel van je inkomen ingehouden
  • Dit deel wordt belegd 
  • en wordt uitgekeerd zodra je met pensioen gaat

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Voordelen bedrijfspensioen
  • De werkgever legt een deel in en betaalt dus mee
  • Je betaalt geen inkomstenbelasting over pensioenpremie (wel als het wordt uitgekeerd)
  • Je spaart automatisch en hoeft hier dus niet aan te denken

Slide 18 - Tekstslide

Nadelen bedrijfspensioen
  • De inleg (pensioenpremie) is een groot deel van je inkomen en kun je niet zelf bepalen
  • Je kunt niet zelf kiezen voor een pensioenfonds (hangt af van je werkgever)
  • Je weet niet wat het rendement wordt

Slide 19 - Tekstslide

Vrijwillig en verplicht sparen
Pensioensopbouw:

  • AOW
  • Aanvullend bedrijfspensioen
  • Eigen pensioenopbouw                  +
       Inkomen nadat je met pensioen bent gegaan

Slide 20 - Tekstslide

Voordelen vrijwillig sparen
  • Als het financieel minder gaat, kun je minder inleggen
  • Je kunt zelf kiezen hoe je, je pensioen opbouwd 
  • Het is vrij beschikbaar
  • Als je overlijd, is het geld niet weg maar wordt dit nagelaten aan de nabestaanden

Slide 21 - Tekstslide

Nadelen vrijwillig sparen
  • Het is de vraag of je gaat sparen
  • De kosten zijn relatief hoog (spaarrente is lager dan de inflatie)

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag
Maken H7.1 + H7.2
Zachtjes overleggen! / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken
Niet af? Huiswerk!
Tot 5 minuten voor tijd

Slide 24 - Tekstslide