Question Tags en uitleg

Question Tags

Lesdoelen: 
1. Je begrijpt wat een Question Tag is
2. Je kan zelf een Question Tag maken
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Question Tags

Lesdoelen: 
1. Je begrijpt wat een Question Tag is
2. Je kan zelf een Question Tag maken

Slide 1 - Tekstslide

Question tags
Nederlandse question tag = toch? 
Dit is de Engels les, toch?

Het is een kort vraagje aan het eind van de zin

Slide 2 - Tekstslide

Question Tags
Hoe maak je een 'Question Tag'? 
De regel: 
 
Van bevestigend (+) naar ontkennend (-)
en
Van ontkennend (-) naar bevestigend (+)

Slide 3 - Tekstslide

Tags
Stap 1: 
Je kijkt altijd naar het eerste werkwoord in een zin. Is dat bevestigend (+) dan moet je het ontkennend maken (-) en andersom. Dit doe je met behulp van “not”
Voorbeeld: 
 Isn’t > Is
 Have > Haven’t

Slide 4 - Tekstslide

Tags
Voorbeeld: Kelly is nice, isn’t she?

Slide 5 - Tekstslide

Tags
Stap 2: 
Na het werkwoord kijk je naar het onderwerp (de persoon).

Je gebruikt nooit een naam in een korte vraag
Dus:
Kelly = She
Tim and Jake = They
The shop = It
Jeffrey = He
Shelley and I = We

Slide 6 - Tekstslide

Tags
Voorbeeld: Kelly is nice, isn’t she?

Slide 7 - Tekstslide

Tags
Stap 3: 
Uitzonderingen:

Als je geen " not " achter het werkwoord kan plakken kies je een vorm van do.
- Don't    OF      Doesn't (alleen bij he/she/it)
He works a lot, doesn't he?                     

" amn't I " bestaat niet. Je kiest dan " aren't I "

Slide 8 - Tekstslide

Sue is a nice girl, ___?
A
is she
B
isn't she
C
is Sue
D
isn't Sue

Slide 9 - Quizvraag

Tom and Jerry aren't friends, ___?
A
are they
B
aren't they
C
are Tom and Jerry
D
aren't Tom and Jerry

Slide 10 - Quizvraag

Jake has a lot of friends, ___?
A
has he
B
hasn't he
C
has Jake
D
hasn't Jake

Slide 11 - Quizvraag

I always do my homework, ___?
A
do I
B
don't I

Slide 12 - Quizvraag

I am not late, ___?
A
am I
B
are I
C
amn't I
D
aren't I

Slide 13 - Quizvraag

You like Jenny, ___?
A
like you
B
liken't you
C
don't you
D
doesn't you

Slide 14 - Quizvraag

She smiles a lot, ___?
A
smiles she
B
smilesn't she
C
don't she
D
doesn't she

Slide 15 - Quizvraag

Johnny is a nice boy, ___?

Slide 16 - Open vraag

Jayda likes dancing, ___?

Slide 17 - Open vraag

I am not bothering you, ___?

Slide 18 - Open vraag

Your cat is very old, ___?

Slide 19 - Open vraag

Kelly and Jake work a lot, ___?

Slide 20 - Open vraag