thema 7, les 15A stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Spelling groep 7,  th 7/ 15A
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Spelling groep 7,  th 7/ 15A

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
  • Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vertelt van welke stof het zelfstandig naamwoord is gemaakt. 
  • Regel:  eindigt altijd op -en.
  • goud + en
  • hout + en
  • riet + en

Slide 5 - Tekstslide

Uitzondering
De uitzonderingen zijn:
  • plastic
  • nylon
  • linoleum
  • kunststof
  • aluminium

Rubber en rubberen mag allebei

Slide 6 - Tekstslide

Juf Anne kocht een (goud) pen.
A
gouden
B
goud
C
goude
D
goudden

Slide 7 - Quizvraag

Ik gooi de spullen in een (karton) doos.
A
kartonen
B
kartonnen
C
kartone
D
kartonne

Slide 8 - Quizvraag

In de klas ligt een ..... vloer
A
linoliume
B
linolium
C
linoleumen
D
linoleum

Slide 9 - Quizvraag

gips
In het museum stonden allemaal....beelden

Slide 10 - Open vraag

rood
Ik heb een ..................fiets gekocht.

Slide 11 - Open vraag

marmer
De beelden stonden op ...... sokkels

Slide 12 - Open vraag

mooi
Wat hebben jullie een ..............hond

Slide 13 - Open vraag

zijde
Zij draagt een..... jurkje

Slide 14 - Open vraag

rubber
He regent dus we dragen.... laarzen

Slide 15 - Open vraag

Typ 2
stoffelijk bijvoeglijke
naamwoorden

Slide 16 - Woordweb