SPQR thema 1 2.2 persoonlijke voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden
SPQR thema 1 2.2 
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 20 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Persoonlijke voornaamwoorden
SPQR thema 1 2.2 

Slide 1 - Tekstslide

Doel: 
Je kent de persoonlijke voornaamwoorden in het Latijn
Je kunt de persoonlijke voornaamwoorden in het Latijn vertalen

Slide 2 - Tekstslide

Persoonlijk voornaamwoord
Neem deze dia over in je schrift!
ev 1e persoon: ik
 2e persoon: jij, u
 3e persoon: hij, zij, het
mv 1e persoon: wij
 2e persoon: jullie, u
 3e persoon: zij (mv)

Slide 3 - Tekstslide

Persoonlijke voornaamwoorden
ev
mv
1e
1e
2e
2e
3e
3e
jullie
wij
zij
ik
hij/zij/het
jij

Slide 4 - Sleepvraag

Pers. vnw. in het Latijn: 
Neem deze dia over in je schrift!

ev 1e persoon: ego 2e persoon: tu
 3e persoon: is (hij) ea (zij ev)
mv 1e persoon: nos 2e persoon: vos 
 3e persoon: ei (mv m) eae (mv v)

(Nota Bene: ei spreek je uit als ee-ie)




Slide 5 - Tekstslide

Ik
Jij
Wij
Jullie
Zij (mv.)
Hij/zij
ego
ea
tu
eae
ei
vos
nos
is

Slide 6 - Sleepvraag

Pers. vnw. Latijn: rijtjes
De persoonlijke voornaamwoorden komen voor in alle naamvallen!
Zie hulpboek blz. 104 en rijtjesblad

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

persoonlijk voornaamwoord mannelijk
is
eius
ei
eo
eos
eorum
eis
eum
nom ev
gen ev
dat ev
acc ev
abl ev
nom mv
gen mv
dat mv
acc mv
abl mv

Slide 9 - Sleepvraag

persoonlijk voornaamwoord 2e persoon jij -jullie
tu
tibi
vos
vobis
te
nom ev
dat ev
acc ev
abl ev
nom mv
dat mv
acc mv
abl mv

Slide 10 - Sleepvraag

Noteer op je blad met pers. vnw. alle betekenissen
- De nominativus is het onderwerp. Dat is dus de ‘gewone’ vorm. Zie hiervoor je aantekeningen over 1e, 2e en 3e persoon ev/mv.
- De genitivus vertaal je met ‘van’. Dus dan krijg je: van mij, van jou etc.
- De dativus is het meewerkend voorwerp en vertaal je met ‘aan’ of ‘voor’ of ‘tegen’. Dus dan krijg je; aan/voor/tegen mij, aan/voor/tegen jou etc.
- De accusativus is het lijdend voorwerp. Bedenk een zinnetje met het persoonlijk voornaamwoord. Bijv. De jongen ziet “ik” (dat wordt dus: mij).
- De ablativus vertaal je met ‘in’, ‘met’ of ‘door’ (of met een ander voorzetsel). Dus dan krijg je: in/met/door mij.

Slide 11 - Tekstslide

Rijtjes leren
Tips:
Deel het leren op: zorg dat je bijvoorbeeld eerst ego + nos goed kent voor je verder gaat
Schrijf de vormen op en check ze
Laat je overhoren
Zeg het hardop en loop erbij rond
Gebruik een liedje
Zorg dat je ook de vertaling kent

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

tu  nostrum   vobis    eum   ea
  mei  ego   vestrum    eo   eam  mihi
tui     is    eorum          eae    me
    tibi     eius        eis       earum  nos
te   ei   eos     eas    nobis     vos


Slide 14 - Tekstslide