gustar

Gustar
Gustar = houden van/ leuk vinden/ lekker vinden

Er zijn maar 2 vervoegingen: GUSTA & GUSTAN

Ook staat er altijd een meewerkend voorwerp  voor het werkwoord. dit is anders dan bij een wederkerend voorwerp, lees goed de uitleg)

Zie de volgende slides voor het stappenplan voor het vervoegen van dit werkwoord!
wie?
wat?
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
MBO

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Gustar
Gustar = houden van/ leuk vinden/ lekker vinden

Er zijn maar 2 vervoegingen: GUSTA & GUSTAN

Ook staat er altijd een meewerkend voorwerp  voor het werkwoord. dit is anders dan bij een wederkerend voorwerp, lees goed de uitleg)

Zie de volgende slides voor het stappenplan voor het vervoegen van dit werkwoord!
wie?
wat?

Slide 1 - Tekstslide

Stap 1
Het meewerkend voorwerp bepaalt de persoon. Zie het blauwe rijtje in de afbeelding. Hoe weet je welke persoon je moet gebruiken?

Dit kun je zien aan de namen in de zin of de persoonsvorm (zie het  zwarte kolommetje).

vb. IK houd van pizza.

Het gaat om persoon ik, dan gaan we het meewerkend voorwerp ME gebruiken. 

Slide 2 - Tekstslide

Stap 2
Kijk naar het woord wat achter 'gustar' staat.

  1. Is het een zelfstandig naamwoord enkelvoud of een werkwoord, dan gebruik je GUSTA.   Bijv.: Me gusta el libro of  Te gusta comer pizza
  2. Is het een zelfstandig naamwoord dat achter 'gustar' staat in het meervoud of staan er 2 zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud, dan gebruik je GUSTAN. bijv: Me gustan los libros, of Me gustan el libro y la pizza.

Slide 3 - Tekstslide

Kijk naar het woord dat achter 'gustar' staat.

- Is het een zelfstandig naamwoord enkelvoud of een werkwoord? Dan gebruik je GUSTA. Bijv.: Me gusta el libro of  Te gusta comer pizza
- Is het een zelfstandig naamwoord dat achter 'gustar' staat in het meervoud of staan er 2 zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud? Dan gebruik je GUSTAN. bijv: Me gustan los libros of  Me gustan el libro y la pizza.
Stap 2
Gusta
  • bij zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud
  • bij werkwoorden
Gustan
  • bij zelfstandige naamwoorden in het meervoud

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeelden
Ik houd van voetballen (jugar al fútbol)

Het gaat om de 'ik' -persoon. 
Dus: ME ....jugar al fútbol

Nu nog gustar: voetballen = werkwoord --> dus GUSTA
me GUSTA jugar al fútbol


Slide 5 - Tekstslide

Voorbeelden
Wij houden van de pizza (la pizza)

het gaat om de 'wij'-persoon. 
Dus: NOS .....la pizza

Nu nog gustar: pizza = zelfstand naamwoord Enkelvoud --> dus GUSTA
nos GUSTA la pizza


Slide 6 - Tekstslide

Voorbeelden
Jij houdt van de dieren (los animales)

Het gaat om de 'jij'-persoon.
Dus: TE ..... los animales

Nu nog gustar: dieren = zelfstand naamwoord MEERVOUD--> dus GUSTAN
te GUSTAN los animales


Slide 7 - Tekstslide

Voorbeelden
zij houdt van pizza en chocolade (la pizza Y el chocolate)

Het gaat om de 'zij' persoon. 
Dus: (a ella) LE .... la pizza y el chocolate

Nu nog gustar: pizza en chocolade = twee zelfstandig naamwoorden enkelvoud, meer dan één
 dus --> dus GUSTAN
le GUSTAN la pizza y el chocolate

Slide 8 - Tekstslide

Ontkenning
Als je wilt zeggen dat je iets NIET leuk vindt of ergens NIET van houdt.

Ontkenning in het Spaans = No

De ontkenning zet je ALTIJD voor het werkwoord neer.  Dus:
(a mí) No me gusta(n)
(a ti) No te gusta(n)
(A ella) No le gusta(n)

Slide 9 - Tekstslide

Eens of oneens?
A mí me gustan las naranjas. ¿Y a ti?    (Ik houd van sinaasapels. En jij?
A mí también. (ik ook)
A mí no. (ik niet)

A mi padre NO le gusta la música clásica? ¿Y a tu padre?
(Mijn vader houdt NIET van klassieke muziek, en jouw vader?)
A mi padre sí (mijn vader wel)
A mi padre tampoco. (mijn vader ook niet)

Slide 10 - Tekstslide

Eens of oneens?
A mí me gustan las naranjas. ¿Y a ti?    (Ik houd van sinaasappels. En jij?)
-A mí también. (ik ook)
                                  
-A mí no. (ik niet)

A mi padre NO le gusta la música clásica? ¿Y a tu padre?
 
(Mijn vader houdt NIET van klassike muziek, en jou vader?)
-A mi padre sí (mijn vader wel)
-A mi padre tampoco. (mijn vader ook niet)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide